Wetenschap - 2 april 1998

Mannenbolwerk Wageningen doet te weinig aan armoedebestrijding in derde wereld

Mannenbolwerk Wageningen doet te weinig aan armoedebestrijding in derde wereld

Mannenbolwerk Wageningen doet te weinig aan armoedebestrijding in derde wereld
Stein Bie wil meer aandacht voor ondervoeding
Wageningen moet meer vrouwen op hogere posities aannemen, want vrouwen begrijpen de situatie van de arme boerinnen vaak beter dan de op technologie gerichte mannen. Dat vindt de Noor dr Stein Bie, directeur van het onderzoeksinstituut ISNAR in Den Haag en lid van de Raad van Toezicht van Kenniscentrum Wageningen. De Wageningse onderzoekers scoren internationaal alleen met monodisciplinair onderzoek; dat moet veranderen
Ik vind dat er in Wageningen meer vrouwen op hoge posities moeten komen. Het is bijna schandalig hoe weinig dit er momenteel zijn. De LUW en DLO hebben op dit punt echt iets verzuimd. Vanuit de Raad van Toezicht zal ik de instellingen er regelmatig op attent maken.
Dr Stein Bie heeft een duidelijke missie. Hij wil meer aandacht van het landbouwkundig onderzoek voor de achthonderd miljoen armen in de steden en op het platteland die niet genoeg eten kunnen kopen en daarom ondervoed zijn
Een van de vele dingen die hiervoor op landbouwkundige instituten moeten veranderen, zo vindt hij, is meer vrouwen op hogere functies. In de arme gezinnen zijn het immers meestal de vrouwen die het zaad kopen, het onkruid wieden, de koe verzorgen, brandhout sprokkelen, water halen en koken. Vrouwen, zo ervaart Bie, hebben in het algemeen meer begrip voor de situatie waarin de arme boerinnen verkeren dan de op technologie gerichte mannen
Uiteindelijk zal de man-vrouwverhouding in Wageningen wel veranderen, verwacht Bie, want inmiddels is vijftig procent van de studenten vrouw. Maar we kunnen geen twintig jaar wachten. Ik denk dat de LUW en DLO kiener moeten zijn op vrouwen met voldoende intellectuele capaciteiten. Bij sollicitaties moeten ze dan minder uitgaan van aantallen publicaties, want je kunt van jonge moeders niet verwachten dat ze net zoveel publiceren als mannen die alleen de afwas hoeven te doen.
Bie, die bodemkunde en voedingsleer studeerde, is sinds vorig jaar directeur van het ISNAR (International Service for National Agricultural Research) in Den Haag. Dit instituut, waar zo'n negentig mensen werken, adviseert de nationale landbouwkundige instituten in de derde wereld en verzorgt trainingen voor onderzoeksmanagers. Daarvoor was Bie directeur Onderzoek, voorlichting en training bij de voedsel- en landbouworganisatie FAO. Deze functie wordt nu vervuld door de voormalig Wageningse hoogleraar dr Louise Fresco
Trickle down
Als er een theorie is waarin Bie niet gelooft, zo zal hij op de Wageningse Kennisdagen betogen, is het wel de zogeheten trickle down-theorie. Volgens deze optimistische filosofie krijgen de armen het vanzelf beter wanneer in een land de voedselproductie stijgt. Meer rijst of tarwe zou volgens deze theorie leiden tot meer harde valuta en dus tot meer voedsel, onderwijs en werkgelegenheid voor de armen. In sommige gebieden werkte dit, zegt Bie, maar in veel andere regio's hebben de armen nog steeds honger, al halen hun buren inmiddels opbrengsten van enkele tonnen per hectare.
Dertig jaar lang zijn veel landbouwkundigen uitgegaan van de trickle down-theorie. Als gevolg zijn de landbouwkundige instituten voornamelijk ingesteld op de succesvolle boeren met vruchtbare gronden. Onderzoek aan hun gewassen is ook belangrijk, vindt Bie, maar tenminste een deel van het onderzoek moet toch zijn gericht op de arme boeren. Dat wil zeggen: op de tientallen miljoenen complexe landbouwbedrijven met veel verschillende gewassen en misschien een enkele koe, twee geiten en vier kippen. Volgens Bie vonden veel instellingen, zoals de FAO, deze sector lange tijd te ingewikkeld. Hun specialisten wisten namelijk wel alles van kippen, maar niks van koeien of geiten
Koopkracht
Een directe gerichtheid op de arme boeren zal leiden tot een flinke productieverhoging, verwacht Bie. Op de Kennisdagen zal ik betogen dat we gemakkelijk de groeiende wereldbevolking kunnen voeden. Technisch gezien zijn er geen beperkingen, ook niet als je uitgaat van de huidige technologie. Punt is dat de koopkracht van de allerarmsten moet worden vergroot. En dat vraagt politieke maatregelen, zoals stimulering van werkgelegenheid door verlening van kleine kredieten, scholing en steun bij het opzetten van bedrijven. Daarnaast moet de enorme kloof worden gedicht tussen de opbrengst op proefstations en die bij de arme boeren. Daar zit nog een groot productiepotentieel. Maar dat vraagt wel een heel andere aanpak dan het vergroten van de opbrengst van de succesvolle boeren in de vruchtbare gebieden.
Voorheen was productieverhoging het enige doel van de nationale onderzoeksinstituten. Nu moeten ze ook kijken naar de gevolgen van landbouwkundige ingrepen voor de biodiversiteit, drinkwaterkwaliteit en ziektes als malaria en bilharzia. Twintig jaar geleden trokken de onderzoeksinstituten vooral veredelaars en irrigatiedeskundigen aan; nu moeten ze ook expertise opbouwen in de tuinbouw, voedingsleer, levensmiddelentechnologie, natuurbeheer, marktkunde, bedrijfskunde, sociologie en antropologie. Al deze disciplines zijn even belangrijk, meent Bie
Neem de tuinbouw. Het is volgens hem belangrijk dat vrouwen worden ondersteund bij het aanleggen van een stadstuintje of het kweken van paddestoelen, om zo hun eenzijdige dieet aan te vullen. Of neem de levensmiddelentechnologie. Voor de werkgelegenheid is het volgens Bie essentieel dat zoveel mogelijk grondstoffen in de regio zelf worden verwerkt. En ook marktkunde kan een instituut niet missen, als het de armen wil helpen bij het verkopen van hun nieuwe producten
Malaria
Volgens de toezichthouder van KCW is het lastig om een technische instelling met ingenieurs te veranderen naar een organisatie die denkt vanuit plattelandsontwikkeling. Bij het ontwerp van een irrigatiekanaal denken ingenieurs er bijvoorbeeld niet automatisch aan dat vrouwen door de nieuwe gewassen zwaarder werk krijgen, of dat de stilstaande watertjes muggen aantrekken en zo malaria veroorzaken. Een van de dingen die ik wil stimuleren, ook in Nederland, is samenwerking tussen landbouwkundige instituten en medische faculteiten die werken aan tropische ziektes als malaria en bilharzia. Daar gaan miljoenen mensen aan dood. Hoe kun je met bepaalde ingrepen in een irrigatieproject voorkomen dat malaria een probleem wordt?
Als Bie twintig miljoen gulden in Wageningen mocht verdelen, zou hij het uitgeven aan een groot, interdisciplinair programma rond voedselzekerheid op het niveau van het huishouden. Veel gebreksziekten zijn op te lossen met het verbouwen van bepaalde gewassen of het houden van bepaalde dieren. Je zou moeten analyseren welke teeltsystemen geschikt zijn. Daarbij moet je dan zowel naar de technische mogelijkheden als naar de culturele en sociale aspecten kijken. Belangrijke vraag is bijvoorbeeld wat mannen, kinderen, vrouwen en zwangere vrouwen binnen een gezin te eten krijgen.
Bie ziet in Wageningen hele goede groepen die een belangrijke bijdrage aan voedselzekerheid kunnen leveren. Hij noemt de voorlichtingskundige groep van prof. dr Niels Roling die op een uitstekende manier ecologische en hoogintensieve landbouw weet te mengen, de visteeltgroep van prof. dr Bram Huisman, het onderzoek van de productie-ecologen in de Sahel en - heel belangrijk - het genderonderzoek. Maar hij heeft niet de indruk dat de technische groepen samenwerken met sociale groepen; de belangrijke Wageningse bijdragen in de internationale literatuur zijn monodisciplinair, te weinig holistisch
Bij DLO, vindt Bie, zit veel waardevolle technische kennis. De instituten moeten zich echter niet alleen richten op de westerse overheden en industrie, maar zich ook afvragen hoe je de biotechnologie en informatica kunt toepassen voor de armen in de derde wereld. Gebrek aan financiering is op te lossen door de ambtenaren in Den Haag en Brussel te bestoken met goede ideeen voor onderzoek. Het is belangrijk dat Nederland politieke druk uitoefent om het ontwikkelingsonderzoek in Brussel om te buigen naar de primaire landbouw. Investeren in wegen, spoorwegen en de chemische industrie is ook belangrijk. Maar het feit dat 840 miljoen mensen gebrek aan voedsel hebben, moet nu toch echt de grootste prioriteit krijgen.

Re:ageer