Wetenschap - 12 februari 1998

Maassen van den Brink, hoogleraar economie van het huishouden:

Maassen van den Brink, hoogleraar economie van het huishouden:

Maassen van den Brink, hoogleraar economie van het huishouden
Alles in de samenleving is economie
De Amsterdamse econoom en psycholoog dr Henriette Maassen van den Brink is een betrekkelijke nieuwkomer in Wageningen. De kern van de missie van de LUW - gebaseerd op rentmeesterschap - bevalt haar zeer. Het multi-disciplinaire, kleinschalige maar toch internationale karakter van de Landbouwuniversiteit was de doorslaggevende reden om te solliciteren. Zorgelijk vraagt ze zich af of dat karakter wel zo blijft
De hoekkamer in De Dreijenborch is ruim en oogt zonnig. Het lijkt hier bijna altijd zomer, zegt Henriette Maassen van den Brink, hoogleraar in de economie van het huishouden. Buiten in de februarizon loopt een groepje jongeren rondom het Scheikundegebouw. Te oud voor scholieren; toch Wageningse studenten? Nee, die dassen zijn niet Wagenings, glimlacht Maassen van den Brink, terwijl ze wijst op fel paarse en gele kleuren rond enkele nekken. Toch verschilt het modebeeld van de Amsterdamse student minder van dat van zijn provinciale collega dan velen vermoeden
De opvolger van de naar Groningen vertrokken toppublicist Peter Koreman is nog niet zo lang in Wageningen; bovendien combineert ze de parttime leerstoel met een aanstelling in Amsterdam als aanvrager en projectleider van het onderzoeksprogramma Scholing, arbeidsmarkt en economische ontwikkeling, een programma van tien miljoen gulden. Ze woont in Amsterdam en dat blijft ook zo. Het reizen is goed te doen, afgezien dan van het laatste stukje. De verbinding tussen het station in Ede en de universiteit laat te wensen over. Een goeie shuttle-bus zou de oplossing zijn. Of daar nooit aan gedacht is? Nee, maar heeft zij wel eens gedacht aan Wageningen als woonplaats? Voorlopig zeker niet, zo blijkt. De culturele verlokkingen van de hoofdstad prevaleren vooralsnog. Bovendien lost een verhuizing het reisprobleem niet op, omdat de andere helft van de baan toch in Amsterdam blijft
Korte lijnen
Wageningen blijkt als werkplek een bewuste keus. Het is hier multi-disciplinair, kleinschalig en internationaal. Kortom, alles waarop NWO honoreert is hier aanwezig. Ik was ook erg gecharmeerd van de korte lijnen naar het bestuur. Was, want de econoom heeft de indruk dat de veranderingen in de bestuursstructuur en -cultuur en de voorgenomen fusie die korte lijntjes doorsnijden. De vakgroepen zijn samengevoegd tot departementen, waar een hoogleraar-directeur, benoemd door het college van bestuur, de scepter zwaait. Er is nog niet heel hard gewerkt aan een draagvlak op de werkvloer voor deze structuur. Ik zie dan ook vooralsnog de voordelen van deze structuur niet. Maassen van den Brink denkt dat de fusie-operatie meer een financiele operatie is dan een inhoudelijke. Het gebeurt wel onder het mom van inhoudelijke en financiele argumenten et cetera, et cetera, maar het schiet zijn doel voorbij.
Wat haar ergert is dat ze relevante stukken alleen via-via en bij toeval in handen krijgt. Zo kreeg ze de concept-strategische nota van een vakgroepslid dat toevallig in de universiteitsraad zit. Ik begrijp niet waarom de maatschappijwetenschappen in die nota worden omschreven als integrerend en ondersteunend. Je kunt net zo goed vinden dat dat geldt voor de biologie of de wiskunde; elke wetenschap staat op zich. Alles in de samenleving is immers economie. Zonder dat draait er niets. Ik vind het wonderlijk, omdat de samenhang tot nog toe de kracht was van Wageningen.
Als je echt een draagvlak wil voor de ontwikkelingen, moet je ervoor zorgen dat de relevante stukken op tijd bij het personeel zijn. Bij departementsvergaderingen zijn er uberhaupt geen stukken. Wat koop ik er dan voor dat het college zegt dat het elke brief beantwoordt? Bovendien is het beantwoorden van brieven iets heel anders dan het voeren van een dialoog.
Preferenties
Maassen van den Brink studeerde af in de sociale psychologie, maar was tijdens haar studie altijd al geinteresseerd in psychologische aspecten van de economie en de econometrie. In de theorie van de rationeel handelende, economisch denkende mens speelden destijds psychologische en sociologische aspecten geen rol. Ze greep het aanbod om in de economie te promoveren dan ook met beide handen aan. Dat is me goed afgegaan. Ik ben cum laude gepromoveerd. Ook cum laude afgestudeerd overigens. Ze glimlacht en zegt dat het vaak als typisch mannelijk wordt gezien om jezelf goed en belangrijk te vinden. Daar heeft ze niets op tegen
Het gedrag dat mensen vertonen wordt niet alleen rationeel bepaald, maar wordt ook veroorzaakt door andere invloeden, bijvoorbeeld door normen en waarden. De klassieke economische modellen missen dus nogal wat informatie. Tot tien jaar geleden wisten economen niets van preferenties van mensen. Preferenties zijn voor economen het gedrag dat je vertoont. Zo eenvoudig is het echter niet. Het is dus belangrijk om over de schutting van je vakgebied heen te kijken.
Of dat tot nieuwe inzichten leidt? Je krijgt niet zozeer een ander beeld, alswel een completer beeld. Dat is zeker van belang als de wetenschap tot beleidsconclusies leidt. Een onderzoek naar het rendement van kinderopvang dat Maassen van de Brink in Amsterdam uitvoerde met een klassiek economisch model is een voorbeeld. Daaruit bleek dat ouders verschillende afwegingen maken; enerzijds zijn er de directe kosten en opbrengsten van kinderopvang, anderzijds zijn er psychologische kosten en baten. Zo bleek dat bij vrouwen die ophouden met betaald werken het klassieke moederschapsideaal veel groter is dan bij vrouwen die betaald doorwerken. Ook bleek, en het was voor het eerst dat iemand dat in kaart bracht, dat de overheidsinvesteringen in kinderopvang zichzelf ruimschoots terugverdienen. Kinderopvang genereert 1,3 miljard gulden extra aan belastingopbrengsten
Armoede
Maassen van den Brink doet in Amsterdam onderzoek naar de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en ontwikkelde daartoe een monitorsysteem. Iets dergelijks zou ze graag doen op het terrein van armoede in de landbouw: niet eenmalig kijken en analyseren, maar voortdurend de ontwikkelingen volgen. Samen met econoom Johan van Ophem, gezinssocioloog Kees de Hoog en anderen uit de leerstoelgroep wil ze graag een groot onderzoeksproject ontwikkelen, waarbij ook de bedrijfsvoering, het welzijn, de positie van partners en tijdsbestedingspatronen worden meegenomen. Het lijkt me een project dat uitstekend past binnen het Kenniscentrum Wageningen; een project waarvoor we geld moeten kunnen vinden. Het Landbouw-Economisch Instituut heeft overigens al een deel van de gegevens, waarmee we zo aan de slag kunnen.
Ze heeft niet het idee dat ze zich in allerlei bochten moet wringen om haar onderzoek binnen het Kenniscentrum te legitimeren. Al heb ik daar natuurlijk wel over nagedacht. De consument is bij alle ontwikkelingen heel belangrijk. Inzicht in het consumentengedrag vormt uiteraard een heel belangrijke basis voor de mogelijkheden die de landbouw heeft. Huishoudwetenschappen in Nederland zijn geworteld in de landbouwkundige opleidingen.
De eerste huishoudwetenschapper aan de Landbouwuniversiteit, mevrouw Visser, ging met geld van de Marshallhulp naar de Verenigde Staten om te kijken hoe het onderzoek daar werd opgezet. Met name de positie van de meewerkende boerinnen stond centraal. Tijdsallocatie was toen al een belangrijk issue. Hoe besteed je je tijd aan verschillende taken. Nog niet zo lang geleden kreeg een econoom de Nobelprijs omdat hij had bedacht dat er naast arbeidstijd en vrije tijd nog zoiets als huishoudelijke arbeid bestaat.
Bij onderzoek aan huishoudens acht Maassen van den Brink het van groot belang dat de modellen die economen en sociologen ontwikkelen empirisch worden getoetst. Data die in de dagelijkse praktijk van de huishoudens worden verzameld moeten worden geanalyseerd
Het aardige vindt ze dat op de oorspronkelijke vakgroep technologen, sociologen en economen nauw samenwerken. Ze hoopt dat dat zo kan blijven. Nogmaals, ik hoop dat bij de fusie werkelijke inhoudelijke verbeteringen aan bod komen. Huishoudens vormen de kern van de zaak en kunnen onmogelijk binnen het KCW worden gemarginaliseerd.

Re:ageer