Wetenschap - 26 januari 1995

Maak hoger onderwijs studentgericht en selecterend

Maak hoger onderwijs studentgericht en selecterend

Ex WSO'er Peter Baggen schrijft De toekomst van de universiteit

Dat de klassieke taak van de universiteit bestaat uit het geven van een brede academische vorming, berust volgens Peter Baggen en Ido Weijers, auteurs van het boekje De toekomst van de universiteit, op een misverstand. Ze pleiten voor drie onderwijsfasen en een grote differentiatie in lengtes.


Baggen en Weijers, respectievelijk als assistent in opleiding en post-doc verbonden aan de vakgroep Algemene Pedagogiek van de Katholieke universiteit Nijmegen, verzetten zich tegen de veel gepropageerde stelling dat de universiteit haar culturele erfgoed verwaarloost als ze specifieke beroepsgerichte opleidingen aanbiedt. Historisch gezien ontbreken daarvoor de argumenten, vindt het tweetal. Het karakter van de universitaire opleiding is de afgelopen twee eeuwen immers sterk veranderd.

Met De toekomst van de universiteit willen Weijers en Baggen, oud LU-student en ex WSO-bestuurder, een bijdrage leveren aan de discussie over een stelselwijziging in het hoger onderwijs. Daarvoor gaan ze terug naar de geschiedenis van de universiteit om tot de conclusie te komen dat de huidige onderzoeksuniversiteit, een opleiding voor onderzoek en beroep, evenals haar voorganger de vormingsuniversiteit, gericht op de vorming van eenen geleerde stand, is achterhaald. De massa-universiteit heeft de plaats van de onderzoeksuniversiteit ingenomen.

Om de problemen van de massa-universiteit, de voortdurende bezuinigingen en de grote studentenaantallen, het hoofd te bieden, bepleiten ze de invoering van een drietrapsstelsel en een grote differentiatie in lengte van de verschillende fasen. De eerste fase bestaat uit kortdurende opleidingen. De tweede fase is vergelijkbaar met het huidige doctoraalexamen en de derde fase is bedoeld voor de opleiding tot onderzoeker.

Dat universitair onderwijs onderwijs voor velen moet blijven, staat voor Baggen en Weijers buiten kijf. Hoger onderwijs is voor hen nog steeds de sleutelmacht die zelfontplooiing verbindt aan het vervullen van maatschappelijk zinvolle functies. Selectie aan de poort biedt evenmin soelaas. Het voorspellen of iemand geschikt is voor een studie gaat volgens het duo gepaard met een onaanvaardbaar grote onnauwkeurigheid. De inrichting van het onderwijs zelf moet selecterend zijn.

Divers

De huidige indeling in studierichtingen is volgens hen ongeschikt voor de massa-universiteit. Zowel de instroom van studenten als de functies waar de afgestudeerden terecht komen zijn daarvoor te divers. Ze zijn daarom voorstander van studentgericht onderwijs. Met name in de eerste fase zouden studenten een veel grotere vrijheid moeten krijgen bij het kiezen van onderwijsblokken.

De keuzevrijheid in het model van Baggen heeft overigens een heel ander karakter dan het jaar vrije keuze in Wageningen. Baggen: Studenten kunnen vrij breed beginnen, rondneuzen als het ware, en langzaam toewerken naar een uitstroommogelijkheid. Naar mate de studie vordert, moet het gekozen pakket meer samenhang gaan vertonen en neemt de keuzevrijheid af. De student moet daarover een verhaal kunnen vertellen, dat wordt ondersteund door een tutor. Het mogen natuurlijk geen pretpakketten worden en er moeten behalve inleidende ook verdiepende vakken inzitten."

Afhankelijk van het gevolgde onderwijs in de eerste fase wordt de student al dan niet toegelaten tot de volgende cyclus. Baggen: Studenten die geen zin hebben in een zwaar wetenschappelijke opleiding, kunnen kiezen voor een korte route. De anderen kunnen er op gokken te worden toegelaten tot de tweede cyclus." Deze tweede fase zou naast de echte wetenschappelijke opleiding ook universitaire ontwerpersopleiding kunnen herbergen. De derde cyclus tenslotte bestaat uit de opleiding tot onderzoeker.

Reflexief

Waaruit bestaat de academische vorming aan de massa-universiteit? Baggen en Weijers pleiten voor reflexieve specialisten. Studenten moeten grondige vakkennis verwerven en daar vervolgens kritisch naar kunnen kijken. Baggen: Geen reflectie binnen het vakgebied, maar op het vakgebied. Dat geldt dan vooral voor de wetenschappelijke hoofdstroom. Voor de professionele variant gaat het niet zozeer om het blootleggen van het vakgebied, maar het aanleren van een repertoire aan interventiemethoden om de wereld te veranderen. Een tropische cultuurtechneut moet de keuze kunnen tussen verschillende methoden om een kanaal aan te leggen."

De grap is dat je het verschil tussen die twee varianten in Wageningen niet goed ziet. Buiten de contreien zullen ze daarom makkelijk zeggen: dat ir-gedoe met grond is niet wetenschappelijk. Kan dat niet naar het hbo? Dat is een belangrijke boodschap voor het technisch onderwijs: er is geen absoluut verschil tussen pogingen de wereld te verklaren en te veranderen, hooguit een gradueel verschil."

Baggen en Weijers spreken zich uit tegen privatisering van het hoger onderwijs, wat genoemd wordt als oplossing voor de huidige financiele malaise in het hoger onderwijs. In de Verenigde Staten zie je dat de opkomst van de onderzoeksuniversiteit aan het einde van de negentiende eeuw gepaard ging met de opbouw van privekapitaal. De universiteiten bezitten nu miljarden waar ze inkomsten uit kunnen genereren. In Nederland hebben de universiteiten geen kapitaal. Alleen de gebouwen zijn er en die hangen eerder als een molensteen om hun nek."

Monopolie

Het duo neemt eveneens afstand van het begrip onderwijsconsument. Baggen noemt het flauwekul dat de student als kritische consument borg zou staan voor de kwaliteit van het onderwijs. Universiteiten hebben een monopoliepositie op het gebied van hoger onderwijs en zullen die voorlopig houden. Daarbinnen is een consument relatief machteloos." Ook het idee dat studenten mobieler zijn en met hun voeten kunnen stemmen voor kwaliteit, strookt volgens Baggen niet met de praktijk. Op het gebied van vakinhoud zijn studentenaantallen niet relevant. Wil je invloed uitoefenen, dan moet je betrokken zijn bij overleggroepen en visitaties."

Over een week of vier komt de Commissie stelselwijziging van de vereniging van Nederlandse universiteiten met een rapport over hetzelfde onderwerp. Voorzitter dr R.A. de Moor noemt het boekje van Weijers en Baggen heel aardig", maar vindt de voorstellen niet zo praktisch. De beschrijving van de ontwikkeling van de universiteit en de beschouwing over academische vorming zijn de moeite van het lezen waard. Een indeling in drie cycli, waarbij de eerste cyclus sterk selecterend is, en de tweede er overigens veelal niet zal komen, dat zou kunnen. Maar wat betreft de sterk wisselende lengte van opleidingen en het aanbieden van opleidingen die in feite op het hbo thuishoren, ik geloof niet dat de universiteiten daar op zitten te wachten."

De toekomst van de universiteit, Peter Baggen en Ido Weijers, Amsterdam University Press, f 19,90

Re:ageer