Wetenschap - 29 januari 1998

Logisch dat er een embargo rust op bedrijfsresultaten

Logisch dat er een embargo rust op bedrijfsresultaten

Logisch dat er een embargo rust op bedrijfsresultaten
Voor marktkundige is geheimhouding eerder regel dan uitzondering
Rector Cees Karssen zou graag zien dat resultaten van afstudeervakken altijd openbaar zijn. Hij vindt geheimhouding van onderzoeksresultaten niet passen bij een universiteit, waar het wetenschappelijk debat met open vizier gevoerd dient te worden. De praktijk is anders. Marktkundige Ynte van Dam zou geen afstudeeropdrachten kunnen krijgen van bedrijven als hij niet zou beloven bedrijfsgegevens geheim te houden
Ik zie niet in hoe het publieke belang geschaad wordt als ik bedrijfsgegevens niet openbaar maak. Ik werk bij een bedrijfseconomische vakgroep. Als ik studenten wil laten werken bij feitelijke bedrijven, werken ze met gevoelige informatie en is het logisch dat er een embargo rust op de resultaten. Marktkundige drs Ynte van Dam vindt het principe van de rector loffelijk, maar de praktijk is weerbarstig. Hij zou geen opdrachten kunnen vinden voor zijn studenten als de resultaten meteen openbaar zouden zijn
Karssen vindt dat geheimhouding van resultaten niet past bij een universiteit, waar het wetenschappelijke debat open gevoerd moet worden. Van Dam: In principe heeft de rector natuurlijk gelijk. Maar ik ben pragmaticus. Over nieuwe theoretische vondsten kan ik altijd wel publiceren. Daar komen we samen met het bedrijf wel uit.
Hoge verwachtingen van het wetenschappelijke gehalte van scripties moet de rector trouwens niet koesteren, zegt Van Dam. Ik heb maar een keer meegemaakt dat ik over de resultaten van een afstudeerscriptie wilde publiceren. Het artikel werd vervolgens ook nog eens afgewezen door het tijdschrift. Het is dus met recht een academische discussie.
Ook het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproductieonderzoek (CPRO-DLO) heeft een pragmatische kijk op de kwestie. Voorlichter Erik Toussaint: Wij doen onderzoek voor bedrijven waarmee we afspreken dat we de resultaten nooit zullen vrijgeven. Als de LUW graag wil dat het onderzoek van haar studenten openbaar is, zoeken wij wel studenten van andere universiteiten voor die projecten. De LUW'ers zetten we dan op projecten van het ministerie. Wij hebben geheimhoudingsverklaringen voor studenten. We bekijken per opdracht hoe we daarmee omgaan. Als het in het belang van de klant is dat het onderzoek niet openbaar wordt gemaakt, dan doen wij dat ook niet.
Octrooieren
Het Instituut voor Agrotechnologisch Onderzoek (ATO-DLO) denkt eveneens in eerste instantie aan de belangen van de klant. Bij een groot deel van ons onderzoek spreken we met de partners een aantal jaren geheimhouding af. Er zijn ook Wageningse studenten die bij onze projecten afstudeeronderzoek doen.
Volgens dr Richard Visser van de vakgroep Plantenveredeling is er een verschil tussen het onderzoek van het CPRO-DLO en dat van de vakgroep. Onderzoek naar de optimale samenstelling van voedingsoplossingen is bijvoorbeeld wetenschappelijk niet erg interessant. Dat soort onderzoek nemen wij niet aan. Het komt wel eens voor dat we de samenstelling van een voedingsmedium niet vermelden in het verslag als een bedrijf dat vraagt, maar verder gaan we niet. De onderzoeksresultaten van zijn studenten zijn dan ook hoogstens een paar maanden geheim, om bedrijven de tijd te geven een vondst te octrooieren
Bij de vakgroep Agrotechniek en -fysica van onderwijsdirecteur prof. dr ir Bert Speelman komt het regelmatig voor dat bedrijven vragen de resultaten van onderzoek een poosje in de bureaula te laten liggen. Bij gevoelig onderzoek voor de ontwikkeling van de melkrobot bijvoorbeeld. Volgens dr ir Jan Willem Hofstee, de studiecoordinator van Landbouwtechniek, een logisch gevolg van de toegenomen derde geldstroom. Je kunt niet voor een dubbeltje op de eerste rij zitten. De universiteit verwacht dat wij een bepaald deel van onze inkomsten uit de vrije markt halen. Je moet bedrijven dan op zijn minst een kleine voorsprong gunnen op de concurrentie, om ze eventueel de tijd te geven om een octrooi aan te vragen. Meestal gaat het bij ons om termijnen van een paar maanden tot een jaar. Klachten van studenten heeft Hofstee nooit gekregen. In het bedrijfsleven waar ze hopen te gaan werken, gaat het er ook zo aan toe
Praatje
Volgens Speelman, onderwijsdirecteur en hoogleraar agrotechnologie, vormt de geheimhouding van de onderzoeksresultaten voor korte tijd geen belemmering voor het wetenschappelijk debat. Wij spreken meestal een embargo af van ongeveer een jaar. In de praktijk is dat niet zo'n probleem. Het is bijna niet mogelijk om een publicatie over de resultaten binnen die tijd af te ronden. Er zijn maar een paar hoogstaande dubbel gerefereerde technische tijdschriften, en publicatie daarin kost al snel meer dan een jaar.
De sectie Proceskunde heeft volgens ir Cees de Gooijer strikte regels over de resultaten van afstudeerprojecten. Die zijn altijd openbaar. Een afstudeervakker moet bij ons drie keer een praatje houden en een verslag inleveren. Problemen krijg je alleen bij afstudeervakken buiten de deur, maar daar zijn wij erg terughoudend in. Bij een afstudeervak hoort een goede begeleiding, dus dat doen we alleen bij een bedrijf waar we een aio hebben. Wij hebben bijvoorbeeld een aio in Veendam, bij aardappelverwerker Avebe. Daar gaan studenten afstudeervakken doen. Die moeten dus ook de resultaten bij ons presenteren. We hebben wel met Avebe afgesproken dat er dan geen mensen van concurrent Cargill in de zaal zitten.
Bij stages gelden volgens De Gooijer andere regels. Dat moet ook wel als zijn studenten opdrachten bij bedrijven uitvoeren. Als de regels zo strikt worden dat ook stages openbaar moeten zijn, valt er een hoop af. Ik zou daar niet gelukkig mee zijn.
Kopieen
Voor marktkundige Van Dam is geheimhoudingsplicht van scripties eerder regel dan uitzondering. Contracten gebruikt hij niet. Mondelinge afspraken moeten voldoende zijn. Voor we aan een project beginnen gaan we altijd met z'n drieen om tafel zitten, de opdrachtgever, de student en ik. Dan maken we afspraken. Van Dam spreekt altijd een embargo af dat varieert van twee tot vijf jaar. In het begin vragen alle bedrijven waar ik mee ga overleggen meteen om absolute geheimhouding. Ik begin dan eerst even vreselijk te lachen en dan gaan we verder praten. Absolute geheimhouding is ook belachelijk. We hebben hier verslagen uit 1965 liggen die nog steeds geheim zijn, van bedrijven die allang failliet zijn. Er is niemand meer om ze vrij te geven.
Van Dam wil wel altijd twee kopieen van de scriptie hebben, een voor zichzelf en een voor de leerstoelgroep. Een keer belde een bedrijf om te zeggen dat er geen enkel geschreven document het bedrijf uit mocht. Stuur die student maar met de eerste trein terug, heb ik toen gezegd, dan zoeken we een nieuwe opdracht. Ik moet een exemplaar hebben om te laten zien hoe ik aan mijn cijfer ben gekomen. Als u mij niet vertrouwt kunnen we beter meteen stoppen.
Het liefst hebben bedrijven dat je onderzoek doet onder LUW-vlag en dat alle resultaten van het onderzoek alleen aan hen worden gegeven. De Rabobank vertelt nu eenmaal hele andere dingen als een student van de LUW langskomt voor een onderzoekje dan wanneer iemand namens de ABN-AMRO komt. Maar als we het onder de vlag van de LUW doen, dan gaat het ook onder onze voorwaarden.
Studenten van Van Dam hebben nooit geklaagd over de voorwaarden. Ik heb nooit gehoord dat studenten last hadden van de geheimhoudingsplicht. Integendeel. Als studenten vertellen dat ze in hun studie een onderzoek hebben gedaan voor de Postbank en dat ze daar geen specifieke gegevens over kunnen geven, is dat alleen maar in hun voordeel. Bedrijven waar ze solliciteren zien dan dat ze met gevoelige informatie kunnen omgaan.

Re:ageer