Wetenschap - 26 februari 1998

Lijmen in De Leemkuil

Lijmen in De Leemkuil

Lijmen in De Leemkuil
Ik sla hem niet,ik knip hem haren
Donderdagavond. In de nauwe, schemerige gangen van asielzoekerscentrum De Leemkuil in Wageningen hangen talloze kinderen rond. Twee jeugdige basketballers dribbelen rakelings langs Eiso Zanstra. Een kleuter stormt op hem af en geeft in het voorbijgaan een behoorlijke por in zijn buik. De potige pasafgestudeerde aquatisch ecoloog grijpt het kind even bij de arm en wandelt dan onverstoorbaar door. Gekalmeerd vervolgt de kleuter zijn weg
Elke donderdagavond organiseren vrijwilligers en bewoners voor kinderen van acht tot twaalf jaar een activiteit in het asielzoekerscentrum. Veel van die vrijwilligers zijn LUW-studenten. Zanstra: Ik ben hier nu ruim twee jaar vrijwilliger. Destijds speelde ik met het idee om iets in het onderwijs te gaan doen en dit leek me leuk. Ik wilde wel eens kijken of ik met kinderen kon omgaan.
Aangekomen in het afgeleefde activiteitenlokaal helpt Zanstra een paar studenten en bewoners met het klaarleggen van potjes lijm, tijdschriften, scharen en papier. Eerstejaars voedingsstudent Jantine Spithoven legt uit: We organiseren elke vijf weken dezelfde soort activiteit. De ene week knutselen we; de volgende weken hebben we een buitenactiviteit, een bingo-, een disco- of een spelletjesavond. Daarna beginnen we weer van voren af aan. Tijdens de voorbereidingen kloppen de kinderen op de gang onophoudelijk op de afgesloten deur. Zanstra: Dat kan nog veel fanatieker. Bijvoorbeeld met twee handen en twee voeten tegelijk. Oh ja, reageert Spithoven geanimeerd, en ze weten precies hoe hard ze moeten kloppen om een reactie te krijgen.
Als de deur uiteindelijk opengaat, stuiven de kinderen naar binnen. Ik ben de koningin, beweert een dametje in spijkerbroek op grote sportschoenen. Terwijl ze op een tijdschrift afduikt: Mag ik die opeten? Met open mond hangt ze even later achterover. Van boven giet ze lijm naar beneden. De eerste lading belandt op de grond; als een dikke klodder aan de binnenkant van haar onderlip terecht komt staakt ze pruttelend en spugend de voorstelling
Twee knapen van een jaar of vijftien komen basketballend binnen en provoceren de vrijwilligers door ruw tegen ze aan te dribbelen. Deze proberen de twee tot bedaren te brengen door hen afwisselend rustig beet te pakken, weer los te laten en langzaam richting deur te duwen. Uiteindelijk koelen de tieners wat af, maar ze blijven in het lokaal en stoken zo nu en dan onrust
Twee kleinere kinderen gaan met hun volle gewicht aan Spithoven hangen. Wat boze blikken doen ze afdruipen. Ik heb zelf een stel broertjes die heel vervelend zijn. Ik ben wel wat gewend. Naar buiten toe ben ik boos, maar binnenin niet. Als je ziet hoe die kinderen hier leven, krijg je wel begrip voor hun onrust. Een heel gezin woont hier in een kamer van ongeveer drie bij vier meter. Sommige kinderen wachten al vier jaar op de uitslag van hun asielaanvraag. Wanneer ze niet op school zijn, hangen de kinderen hier rond en hebben ze niets te doen.
Plotseling floepen de tl-buizen uit. Wanneer er genoeg mensen zijn zetten we wel iemand op wacht bij het lichtknopje, grinnikt Spithoven. Als het licht weer aanspringt is een kleuter juist bezig om een peuter te bewerken. In zijn ene hand het ventje, in z'n andere een schaar. Spithoven komt verontwaardigd tussenbeide: Och joh, kun je wel tegen zo'n kleintje. Die ga je toch niet slaan? Zijn onweerlegbare repliek: Ik sla hem niet, ik knip hem haren.
Ernaast knijpt een kind een flesje lijm leeg, maar smeert de inhoud zowaar braaf uit over een knipsel. Elisabeth de Vries, eerstejaars student plantenteelt: Ik vind het wel leuk als ze een beetje zitten te etteren. Anders wordt het zo saai. Als ze echt agressief worden, loop ik gewoon even weg. Dat is het enige wat je dan kunt doen. Maar meestal proberen ze je alleen maar uit te dagen. Achter haar plakt het ventje het knipsel tegen haar broek
De twee knapen met de basketbal worden weer onrustig. Zanstra grijpt meteen in. Hij probeert ze uit het lokaal te loodsen met het voorstel om het buiten tegen hem op te nemen. Maar we spelen de hele dag al basketbal, kunnen we geen spelletjes spelen? Zanstra reageert veelbetekenend: Alle spelletjes zijn kapot.
Een helpende centrumbewoner heeft meer succes. Met zwaar Arabisch accent: Waarom zit jij hier? Dit is een kinderactiviteit. Jij bent man. Jij moet trouwen. Daar hebben de bijdehante tieners niet van terug. De bewoner springt op met de woorden Kom, ik bin professionaal basketballer en krijgt ze waar hij ze hebben wil: buiten
Als alle kinderen even na negenen de deur uit gewerkt zijn vertelt Elisabeth de Vries: 's Avonds studeer ik toch niet en onze hulp is hard nodig. Het is jammer dat dit werk niet door professionals gedaan wordt, maar zolang dat niet gebeurt doe ik het. Bovendien is werken met kinderen heel leuk.
Eiso Zanstra verwoordt bedachtzaam de keerzijde: Het is wel vervelend als kinderen uit baldadigheid iets stuk maken. Het is ook heel moeilijk als kinderen zo ver doordraaien dat ze niet meer bereikbaar zijn. Toch is het wel begrijpelijk, met al hun verveling en onzekerheid. Nieuwe vrijwilligers krijgen waarschijnlijk wel een cursus waarin ze leren om hiermee om te gaan, maar wij hebben dat zelf moeten leren.
Hoewel Jantine Spithoven zich de moeilijke leefomstandigheden van de bewoners en hun kinderen wel eens aantrekt, blijft ze enthousiast. Ik vind het ontzettend leuk om lol te maken met die kinderen en gewoon maar wat aan te klooien. Op mijn afdeling zijn ze wel eens bezorgd. Ik ga donderdags nauwelijks uit en drink ook al weinig alcohol. Laatst riepen ze: Je staat alweer nul op de bierlijst. Tja, ik ben geen goede eerstejaars.

Re:ageer