Wetenschap - 31 oktober 1996

Lies van Aarle

Lies van Aarle

Humanistisch studentenraadsvrouw

Mensen hebben hun eigen symbolen. Dromen vertellen je wie en wat je bent. Je kunt handelen in je dromen en daarmee problemen oplossen, aldus Lies van Aarle, humanistisch studentenraadsvrouw. Ze leidt studenten-droomgroepen, waarin ieder op zijn eigen manier en met hulp van de anderen zichzelf beter leert kennen.


De mens die handelt, leeft. Jean-Paul Sartre, meldt een jaarverslag van het Humanistisch studentenraadswerk, samengesteld door raadsvrouw Lies van Aarle. De richting die zij daarmee aangeeft is duidelijk: het gaat om het hier en nu. Twaalf jaar geleden leidde zij enkele praatgroepen in Wageningen. Ze studeerde destijds aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. In 1992 trad ze in functie als humanistisch studentenraadsvrouw in Wageningen.

Met de term raadswerk is ze niet altijd even gelukkig. Het suggereert te veel. Dat we altijd raad leveren, terwijl degene die contact zoekt met het humanistisch raadswerk lang niet altijd om raad verlegen zit. Ze willen soms alleen maar hun verhaal kwijt. Je zit er als mens tegenover mens."

De kamer van het Studentenpastoraat en humanistisch raadswerk in De Wereld is een prettig aandoend, bijna huiselijk vertrek, ondanks de schappen met ordners. Toen ik in De Wereld kwam, moest ik het humanistisch raadswerk vanaf de grond opbouwen, want er was eigenlijk niets meer. Niets voor de studenten en daar gaat het toch om,", constateert Van Aarle. Langzamerhand werd mijn aanwezigheid bekend en ontstonden groepjes, waaruit ook studenten naar mij toe kwamen met persoonlijke problemen."

De gespreksthema's die destijds haar praatgroepen overbevolkten - keuzes maken, omgaan met conflicten - zijn sindsdien niet wezenlijk veranderd. De studenten hebben echter meer moeite om met hun problemen naar buiten te komen, omdat de druk steeds groter wordt in de harder worden maatschappij en niet te vergeten de verkorte studieduur. Verdriet hebben, huilen, eenzaamheid, toegeven dat het niet goed met je gaat - zulke zaken worden als een zwakte ervaren.

Studenten worden van het eerste tot en met het laatste studiejaar geconfronteerd met allerlei veranderingen. Van het uit huis weggaan tot en met het zoeken van een plaats op de arbeidsmarkt. Ze experimenteren voortdurend in deze periode, van relaties tot en met politieke stellingname. Maar het is alsof er meer angst is gekomen voor het uiten van gevoelens. Dat merk ik ook in persoonlijke gesprekken."

Ik wilde proberen een andere weg in te slaan. Toen ben ik de droomgroepen begonnen. In die droomgroepen probeer ik hen beter inzicht te laten krijgen in zichzelf, in wat hen diep van binnen beweegt."

Droomavond

Zelf noemen de studenten het een droomcursus. Er blijkt veel belangstelling voor te bestaan. Een groep bestaat uit maximaal acht personen. Je kunt er veel van leren, want er komen allerlei aspecten van het leven en de studie in naar voren."

Hoe begint zo'n droomavond? Voor de pauze leg ik uit hoe het allemaal gaat. Na de pauze neemt ieder de zeer bewuste beslissing om al dan niet zijn of haar droom te vertellen. Ik doe de groepen samen met een man die veeteelt aan de LUW heeft gestudeerd en nu boer is. Hij doet een opleiding in Gestalt-therapie; daar werk ik ook mee. Ik zal het voordoen." Ze plaatst twee stoelen naast elkaar. Op de ene legt ze een kussen. Ik zeg tegen de persoon die zijn droom gaat vertellen: Kijk, hier zit jij. En dit is je droom, naast je. Die droom is nu buiten jezelf. Praat tegen je droom. Stel hem vragen."

Van Aarle geeft de droom dus gestalte? Precies, zo is het! Het is niet eenvoudig voor sommigen om zichzelf zo bloot te geven. Bij het begeleiden van een droomgroep denk ik dikwijls aan een gedicht van Ed Hoornik: Zijn is de ziel/is luisteren is wijken/en naar de sterren kijken. Daar denk ik aan door de stilte en de concentratie tijdens het luisteren naar een droom - want dan moet het doodstil zijn - en de verwondering over het verband dat ontstaat tussen droom en dagelijks leven. De voorzichtigheid ook waarmee de vragen worden gesteld. Meestal ontstaat het vereiste gevoel van veiligheid pas de tweede of de derde avond. Want vaak zijn ze bang om iets te vertellen. Ik leg vooral de nadruk op het bewust kiezen voor deelname; kiezen voor het leren begrijpen van dromen betekent dat je ze moet leren onthouden."

Tijdens het vertellen van een droom vragen de anderen naar het hoe en waarom. Dan komt de verteller zelf met informatie, over het eigen leven, de gevoelens en emoties. En door steeds meer vragen en antwoorden vindt iemand meestal zelf de betekenis van de droom. Soms droomt iemand steeds hetzelfde en weet niet waarom. Ik leer ze dat je in een droom kunt handelen. Als je aldoor droomt dat je wordt achtervolgd, kijk dan de volgende keer om, zodat je ziet wie de achtervolger is. Wie handelt die leeft, nietwaar? Vaak komt er dan uit: Er was niets! Tot grote opluchting! Soms is er sprake van een flinke schrikreactie als iemand plotseling een antwoord vindt. Soms barst iemand in tranen uit. Het is ook ingrijpend. Maar het geeft veel inzicht in het eigen ik."

Engelen

We wisselen dromen uit bij wijze van test. Een droom over een grote libelle, die per ongeluk door iemand die binnenkomt wordt doodgetrapt. Welke symbolische betekenis heeft een zo grote libelle? Want elk mens heeft zijn eigen symbolen. En ieder legt een droom uit naar zijn eigen aard." Van Aarle peinst hardop; heeft ze literatuur over de libelle als symbool? Ik opper: De geest, misschien?" Ze lacht. Heel goed mogelijk. Zie je wel dat je het antwoord al vindt? Door erover na te denken, je dingen af te vragen, kom je tot een oplossing. Nu kun je je bijvoorbeeld gaan afvragen wie er binnenkwam."

Lies van Aarle vertelt een van haar eigen dromen: over engelen, in een vervelende periode van haar leven. Maar engelen horen bij het hiernamaals. Wilde ik niet meer of zo? Het klopte niet met mijn levensovertuiging. Is het daar beter dan hier? vroeg ik aan een van hen. Die antwoordde: Hier moet ik pissen!, en deed het ook. Ja, het is nogal grof, maar zo was mijn droom nu eenmaal. Toen realiseerde ik mij dat zoiets bij aardse dingen hoort. Hier is waar het allemaal gebeurt!, dacht ik. Er is nog genoeg te doen. Zeker als ik denk aan de afschuwelijke dingen die in de wereld gebeuren. Ik wil de mensen helpen."

Hoe kun je als humanist de mensen helpen? Ik weet niet hoe je in het algemeen aan het oplossen van die vreselijke wereldproblemen kunt helpen, maar wel als individu. Dan kom ik bij het humanisme uit, want anders lijkt het of je jezelf stelt boven die anderen, die geholpen moeten worden. Humanisme staat voor gelijkwaardigheid. Dan kom ik uit bij wat ik nu doe, op kleine schaal, jonge mensen helpen die met zichzelf overhoop liggen, of problemen hebben met hun omgeving."

Als buitenstaander een droomgroep bijwonen is niet toegestaan. Dromen zijn een beetje heilig!", verklaart Van Aarle gedecideerd. Er zijn wel evaluaties van droomgroepen, waarin deelnemers hun bevindingen vertellen. Daar kun je daar wel enkele zinnen uithalen, want de namen in de jaarverslagen zijn veranderd. Het is erg vertrouwelijk en dat moet gehandhaafd blijven. Het geeft echter een indruk van hoe het wordt ervaren."

Verleden

Uit zo'n jaarverslag: Dromen zijn nu voor mij als een spiegel, die mezelf reflecteert. Waarbij je jezelf de grens stelt hoever je wilt gaan."

Nu zie ik pas echt dat bepaalde boodschappen in feite voor het oprapen liggen, terwijl ik het mij anders niet had gerealiseerd."

Zelfs dromen van lang geleden zijn belangrijk; hierdoor sluit je een stuk van het verleden af, zodat je opnieuw kunt beginnen zonder hinderlijke onopgeloste gebeurtenissen." De diepgang van de cursus had ik niet verwacht".

Over een ding zijn alle deelnemers het eens: ze moesten moed verzamelen om deel te nemen. Maar ze zijn er sterkere mensen door geworden", verklaart Van Aarle. Dat geldt ook voor haarzelf. In haar woonplaats Dieren wandelt ze veel alleen in het bos. In dreigende situaties word ik twee maal zo groot en drie maal zo sterk!", zegt ze met overtuiging. En ze vertelt van die keer dat een man haar in het bos aansprak en hinderlijk met haar meeliep. Op een gegeven moment stond ik stil, pakte zijn hand en zei: Dag meneer, het allerbeste met u! en liet hem verbluft staan." Ze gnuift van plezier bij de herinnering.

Re:ageer