Wetenschap - 1 oktober 1998

Liberalisatie heeft Afrika geen voedselzekerheid gebracht

Liberalisatie heeft Afrika geen voedselzekerheid gebracht

Liberalisatie heeft Afrika geen voedselzekerheid gebracht
Economen sceptisch over vrijemarktwerking in landbouw
De liberalisatie van de landbouwmarkten heeft niet geleid tot meer voedsel in ontwikkelingslanden. Integendeel, Afrika produceert steeds minder voedsel per hoofd van de bevolking. Ontwikkelingseconomen pleiten tijdens een congres inWageningen voor meer steun aan de landbouw. Vooralverbetering van het wegennet en onderzoeksfaciliteiten verdient aandacht
Het lijkt een hopeloos probleem. De opbrengst van veel gewassen in West-Afrika is laag door een slechte bodemvruchtbaarheid. Problematisch is vooral het lage gehalte aan organische stof in de bodem. Gewassen kampen hierdoor met allerlei problemen, zodat ook kunstmest minder effect heeft. Om de bodemvruchtbaarheid en de opbrengst van gewassen te verbeteren, zouden boeren eerst jarenlang moeten investeren in hun bodem. Dat doen ze niet: de prijzen zijn te laag en het risico op een misoogst is te groot
Om boeren toch zo ver te krijgen dat ze in bodemvruchtbaarheid investeren, moeten Afrikaanse landen hun landbouw beschermen, betoogde de LUW-econoom dr Nico Heerink tijdens het congres van de European Association of Agricultural Economists (EAAE), dat van 23 tot en met 26 september werd gehouden in Wageningen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door een heffing op import van landbouwproducten en een subsidie op productiemiddelen als kunstmest. Westerse landen moeten een dergelijke bescherming tijdelijk accepteren, omdat West-Afrikaanse boeren zonder steun niet kunnen concurreren op de wereldmarkt
Tot zijn verrassing ontving Heerink weinig kritiek op zijn betoog. De aanwezige ontwikkelingseconomen waren het erover eens dat de overheid in Afrika meer moet doen om de bodemvruchtbaarheid te beschermen. Dat terwijl de markten voor landbouwproducten in veel Afrikaanse landen juist zijn geliberaliseerd en veel staatsbedrijven, die het alleenrecht hadden op het vermarkten van landbouwproducten, zijn ontmanteld. De totstandkoming van prijzen wordt steeds vaker overgelaten aan de vrije markt
Transportkosten
De liberalisatie van de markt voor landbouwproducten vormde het onderwerp van het EAAE-congres. Economen koesterden de nodige verwachtingen van dit nieuwe liberale beleid. Dat zou leiden tot hogere prijzen voor kleine boeren, die zo gestimuleerd zouden worden om meer te produceren. Van die verwachtingen is vooral in Afrika weinig terecht gekomen. Cijfers van de wereldvoedselorganisatie FAO en de Wereldbank tonen aan dat de landbouwproductiviteit in Afrika achterblijft bij de bevolkingsgroei. Bovendien zijn er tekenen dat de bodemdegradatie als gevolg van menselijke activiteiten steeds sneller gaat
De liberalisatie heeft zich in Afrika te veel beperkt tot getting the prices right, zo viel op het congres te beluisteren. De overheid heeft te weinig oog voor de noodzakelijke investeringen in de landbouw. Bovendien is de liberalisatie vaak maar ten dele uitgevoerd. Zo zijn de exportheffingen op landbouwproducten vaak niet opgeheven
Prof. dr Erik Thorbecke, hoogleraar aan Cornell University, wees erop dat de transportkosten in Afrika de pan uit rijzen door de slechte toestand van de wegen. Boeren in afgelegen gebieden ontvangen voor hun producten daarom maar een fractie van de prijs die consumenten in de stad betalen. De overheid moet daarom investeren in wegen, stelde de achterkleinzoon van de beroemde Nederlandse staatsman. Daarnaast moet er meer geld komen voor proefstations en voorlichtingsdiensten. Tot spijt van Thorbecke geven Afrikaanse landen juist minder uit aan dit soort voorzieningen. Veel overheden hebben in het kader van de structurele aanpassingsprogramma's van het IMF en de Wereldbank fors gesneden in het overheidsbudget. Hierdoor is er minder geld voor investeringen in de landbouw
Melkkoe
Het gaat Thorbecke echter te ver om internationale organisaties de schuld te geven voor het weinige geld voor de landbouwsector. Liever zoekt hij de oorzaken bij de nationale overheden. In veel ontwikkelingslanden is de landbouwsector jaren als melkkoe gebruikt. Thorbecke doelt daarmee op het feit dat een heffing op de export van landbouwproducten voor veel overheden een belangrijke inkomstenbron is
De overheid steunt wel de vaak inefficiente industrie. Zo kan de textielindustrie in Ivoorkust en Senegal zonder overheidssteun absoluut niet concurreren op de wereldmarkt. De overheid zou dat geld beter in de landbouw kunnen steken, meent Thorbecke. Vaak gaat het hier echter niet om een economisch, maar om een politiek probleem. Het bevoordelen van de industrie is vaak een mogelijkheid om te knoeien. Van geld dat naar dure industriele projecten gaat, krijgen ministers tien, twintig, dertig of zelfs veertig procent.
De noodzaak om meer geld te steken in infrastructuur, instituties en onderzoek wordt gedeeld door Bob Thompson van de Wereldbank. Al wijst Thompson erop dat het ook nodig blijft te investeren in werkgelegenheid buiten de landbouw. Geen land is erin geslaagd zich te ontwikkelen zonder het creeren van werkgelegenheid buiten de landbouw. Voor de aanleg van wegen wil Thompson private investeerders aantrekken. Zij zouden het recht moeten krijgen een nieuwe weg een gegarandeerde tijd te exploiteren
Thorbecke reageert kritisch. Hoe wil Thompson voorkomen dat wegen de melkkoe worden van een select groepje bevoordeelden? We weten allemaal dat Suharto's dochter de meeste wegen bezit in Indonesie. Voor kleine boeren zijn die wegen te duur geworden. Thompson erkent het probleem. Donoren zijn volgens hem te vaak te coulant We hebben te vaak de ogen gesloten voor corruptie. Maar dat neemt niet weg dat private investeerders niet zullen meebetalen aan een weg als ze er niet een gegarandeerde periode de vruchten van mogen plukken.

Re:ageer