Wetenschap - 27 augustus 1998

Levend aas

Levend aas

Levend aas
Vissen met levend aas is sinds vorige week verboden. Tenminste, als het gaat om gewerveld aas, zoals visjes. Een regenworm of made aan de vishaak mag nog steeds. We weten weliswaar niet of vissen pijn kunnen lijden, maar zeker is dat ze stressgevoelig zijn, argumenteert het ministerie van LNV. Geldt die redenering niet net zo goed voor ongewervelden?
Als je een worm aan de haak slaat, vertoont het beest een sterk verhoogd bewegingspatroon. Maar ik durf niet te beweren dat dat pijn is. Het is in ieder geval lijfelijk ongemak. Een regenworm die stevig kronkelt aan een haak, doet dat niet omdat hij dat prettig vindt
Vroeger dachten mensen dat dieren geen pijn konden hebben. Ze hadden immers geen emoties. Als student kreeg ik dertig jaar geleden nog te horen dat een kikker geen pijn lijdt. Dat is natuurlijk onzin. We denken nu dat hogere dieren pijn en emoties kennen. Bij ongewervelden ligt het lastiger. Dan is het makkelijker om te redeneren: die heeft geen pijn, hij schrikt alleen een beetje
Voor de wet is de vraag of ongewervelden pijn of stress voelen, niet relevant. Want ongewervelden vallen niet onder de wet. Iedereen mag met ze doen wat hij wil. Ik ben het niet met dat onderscheid eens. Er is geen keihard argument voor
De afgelopen vijftien jaar is in Amsterdam neuro-endocrinologisch onderzoek gedaan aan de poelslak. Inmiddels is veel bekend over hun zenuwstructuren en een deel van de organisatie van de hersenen. Die hersenen zijn heel anders dan de menselijke, maar toch is bijna alles wat wij hebben ook daar aanwezig. Dezelfde stoffen, dezelfde zenuwfuncties, dezelfde signaaloverdracht. Net als bij de mens regelen hormonen in de poelslak de groei en voortplanting. Die functionele systemen werken op een vergelijkbare wijze
Toch moet je ergens een grens trekken. Proeven met gewervelden moet de Dierexperimenten Commissie toetsen. Waar blijf je als je voor proeven met ongewervelden, dus ook insekten, toestemming moet vragen? Stel dat je onderzoek doet aan muggen. Dan zou je het ministerie moeten melden hoeveel muggen je hebt gebruikt en of daarvan ook exemplaren misbruikt zijn
Een lastig voorbeeld op de LUW zijn de larven van vissen. Een deel gaat verloren omdat ze elkaar opeten. Moeten we dat gaan tellen en het ministerie melden dat we tweeduizend larven van anderhalve millimeter lengte zijn kwijtgeraakt? Maar het klinkt al heel anders als je moet melden dat je in een onderzoek vijf koeien bent kwijtgeraakt. Of nog erger: vijf honden. De aaibaarheidsfactor speelt een grote rol in onze houding tegenover pijn bij dieren

Re:ageer