Wetenschap - 14 november 1996

Leenangst stuurt de studentenstromen

Leenangst stuurt de studentenstromen

Scholier speelt op safe met eerst hbo en dan universiteit

Het aantal eerstejaars valt dit jaar fors mee, zowel in het hbo als bij de universiteiten. Maar die meevaller is betrekkelijk. Steeds meer vwo'ers lijken hbo boven universiteit te verkiezen. De tempo-eisen van de studiefinanciering spelen daarbij een rol. Het is de vraag of minister Ritzen trots moet zijn, zeker als over enkele jaren blijkt dat veel van deze studenten alsnog een universitaire titel willen halen. Over studentenstromen en de roep om een andere studiefinanciering.


De universiteiten moeten minder massaal worden, zei minister Ritzen vorig jaar. Vooral de stroom afgestudeerde hbo'ers die aan de universiteit verder studeert, moest worden ingedamd. Want dat stapelen van diploma's is een dure luxe.

Jaargang 1995 bediende Ritzen op zijn wenken. De universiteiten telden tien procent minder eerstejaars, terwijl het hbo gelijk bleef. Kamerleden werden zelfs ongerust: daalde de instroom bij de universiteiten niet te hard? Werden studenten misschien afgeschrikt door de karige studiefinanciering? Nu, een jaar later, is er meer bekend.

De universiteiten telden vorig jaar 28.500 voltijdeerstejaars, drieduizend minder dan in 1994. Dit jaar blijft de teruggang kleiner dan duizend. Het hbo maakt na jaren rust zelfs een groeistuip door: de instroom stijgt er met enkele duizenden, tot een record van ruim 67 duizend voltijdstudenten. En dat terwijl ook het aantal deeltijders weer eens fors groeit.

De cijfers lijken gunstig. Maar vooral bij de universiteiten kan er sprake zijn van een eenmalige bult, als reactie op het dal van vorig jaar. Volgens het rapport Uitstel of afstel van de Amsterdamse instituten SEO/SCO wachtte in 1995 een op de tien vwo'ers met de studiekeus; dat is tweemaal zoveel als voorheen. Als dat uitstel kwam door de onzekerheid vorig jaar over invoering van de prestatiebeurs, ligt een inhaalslag nu voor de hand. Volgend jaar zet de daling van de instroom dan versterkt door.

Opvallend is verder dat het hbo al sinds 1991 gestaag marktaandeel wint op de universiteiten. Het totale aantal voltijdeerstejaars in het hoger onderwijs bleef rond de 96 duizend, maar het hbo-aandeel steeg van 63 naar 69 procent. De vraag is wat die trend veroorzaakt.

Meerwaarde

Uit CBS-gegevens blijkt dat de hogescholen begin jaren negentig geen studenten wegkaapten bij de universiteiten - integendeel. Ze trokken meer havisten en mbo'ers, maar van de vwo'ers ging steeds 66 procent direct naar de universiteit. De daling van het aantal academische eerstejaars kwam doordat er gewoon minder jongeren van het vwo kwamen. En de universiteiten beperkten de schade nog door afgestudeerde hbo'ers te werven. De arbeidsmarkt was matig en dat maakte studieverlenging voor deze groep aantrekkelijk.

Vorig jaar gebeurden er echter twee onverwachte dingen. Aan de ene kant ging geen 66 maar slechts 63,4 procent van de vwo'ers naar de universiteit; achthonderd eerstejaars minder. Tegelijk daalde de animo van hbo'ers voor de universiteit plots met een kwart; dat scheelde zelfs 1450 eerstejaars. Was de universiteit vergeleken met het hbo haar meerwaarde aan het verliezen?

De minister kon tot nu sussend op die vraag reageren. Volgens het aangehaalde rapport van SEO/SCO was bij de vwo'ers slechts sprake van een uitgestelde studiekeus, en minder van een draai naar het hbo. Toch is er reden voor twijfel.

Wat de vwo'ers betreft: het duurt even voordat een nieuwe trend duidelijk is, maar er zijn wel degelijk signalen dat een groeiend deel van hen de universiteit mijdt - omdat ze geen risico's willen nemen met de temponorm. Zo worden in een bijlage van het Amsterdamse rapport schooldecanen aangehaald die steeds meer vwo'ers naar het hbo zien gaan. De vrijheid is verminderd en dat maakt ze terughoudender", zegt een van hen. Ook op de gymnasia blijkt hbo niet langer taboe.

Voor de universiteiten is dat jammer. Maar ook Ritzen hoeft daar niet blij mee te zijn, zeker als over een aantal jaren een groot deel van deze studenten alsnog een universitaire titel wil halen. Want zo'n omwegstudie jaagt zowel henzelf als de overheid op kosten.

Van de stroom hbo'ers naar de universiteit wordt intussen sinds vorig jaar gepapegaaid dat Ritzen die heeft ingedamd. Het uitzicht op een hoog collegegeld in de laatste studiejaren zou velen afschrikken. Maar is het waarschijnlijk dat iemand zijn academische aspiraties inlevert voor een luttele duizend gulden?

Uit de jaarlijkse enquetes van de Hbo-Monitor is een simpeler verklaring te halen voor de daling van het aantal hbo-doorstromers. Al jaren geldt de vuistregel dat de helft van de hbo-afgestudeerden die geen betaald werk vinden, naar de universiteit komt. Omdat in 1995 de arbeidsmarkt sterk verbeterde, werd ook het academische overloopputje minder gebruikt. Maar zodra de markt weer eens verslechtert, mogen de universiteiten op een nieuwe golf hbo'ers rekenen.

Leenaversie

Vraag is dus of Ritzens pogingen om de studentenmassa's efficienter door het hoger onderwijs te laten stromen wel slagen. Zijn beleid heeft wel invloed, maar niet per se de invloed die hij bedoelde.

De keuzes van studenten worden steeds meer bepaald door het mijden van financiele risico's. Dat blijkt ook uit een vorige week gepubliceerd onderzoek naar leenaversie. Studenten nemen liever een bijbaan dan dat ze geld lenen. Op dezelfde manier lijken velen de gevaren van de temponorm (wie zijn punten niet haalt, heeft een schuld) te ontlopen door een veilige studiekeus.

Door dit uitgelokte gedrag dreigt het beleid op twee fronten in gevaar te komen. Ten eerste zijn er de vwo'ers die eigenlijk op de universiteit horen, maar nu de omweg via het hbo kiezen. Zulke omwegen wil de minister juist niet. Een ander gevaar is dat studenten de zo belangrijk gevonden exacte en technische studies mijden. Ook dit lijkt al het geval: terwijl deze richtingen in economische bloeiperiodes altijd in trek waren, herstellen ze zich nu absoluut niet van de slappe jaren sinds 1990.

De vereniging van universiteiten (VSNU) maakt zich over deze materie de nodige zorgen. Ik heb sterk de indruk dat studenten op safe spelen en de moeilijke studies ontlopen", zegt VSNU-voorzitter prof. M.H Meijerink. Juist om die reden heeft hij dit jaar een heel andere aanpak van de studiefinanciering bepleit. Geef de studenten aan het begin van de studie een royalere beurs en laat ze verderop, als ze door de riskante beginfase van de studie heen zijn, fors lenen.

Dat pleidooi vindt inmiddels steun bij D66. En zodra vaststaat dat de huidige studiefinanciering de keuzes van studenten echt zo sterk beinvloedt, zullen ook andere fracties er serieus iets mee moeten.

Vwo'ers en hbo'ers in de universitaire instroom

  • KOP = Jaar totaal vwo hbo

  • = 1991 35.653 25.515 6.106
  • = 1992 33.695 (-6%) 23.105 (-9%) 6.438 (+ 5%)
  • = 1993 32.708 (-3%) 22.430 (-3%) 6.255 (-3%)
  • = 1994 31.731 (-9%) 22.186 (-1%) 5.635 (-10%)
  • = 1995 28.535 (-10%) 20.512 (-8%) 4.186 (-25%)
  • = 1996 27.700 (-3%) 20.100 (-2%) 3.800 (-9%)

    Bron: CBS. 1996: prognose HOP

    Hbo'ers: helft van niet werkenden studeert verder

  • KOP = Geen bet.werk (1) Studie (1) Verhouding

  • = 1991 18% 8% 0,45
  • = 1992 28% 14% 0,50
  • = 1993 29% 15% 0,52
  • = 1994 24% 13% 0,54
  • = 1995 19% 10% 0,52

    (1) als hoofd-activiteit

    Bron: Hbo-Monitor, ROA 1992-1996

  • Re:ageer