Wetenschap - 25 juni 1998

Leeffestival

Leeffestival

Leeffestival
Mythes op de dijk
Op de markt achter de kerk staan twee lege bankstellen en een televisie onder een verweerd tentdak. Ter gelegenheid van het Leeffestival wapperen aan de scheerlijnen van de gezellige huiskamer vrolijk gekleurde vlaggetjes verlaten in de wind
Een jong stel komt aanlopen. Voetbal kijken, mompelt de mannelijke helft en drukt de televisie aan. Die geeft alleen ruis. Schouderophalend ploft hij met zijn vriendin op de bank en haalt uit zijn tas een fles champagne. Terwijl hij de fles ontkurkt, vleit zijn vriendin zich tegen hem aan met de woorden: Jij leeft, of niet?
Aan de andere kant van de kerk perst dansleraar Peter Dehing zowat zijn hele charisma door een geluidsinstallatie. Een kleine twintig mensen laten zich door zijn enthousiasme opzwepen; vol overgave proberen ze zijn dansbewegingen na te doen. Een handjevol publiek kijkt schaapachtig toe. En nu haal je iemand uit het publiek en die moet meedansen, buldert Dehing door de microfoon. Mensen deinzen verschrikt achteruit. Een enkeling zet het op een lopen
Opeens doemen er twee lijkbleke doodgravers uit de Hoogstraat op. Tussen hen in dragen ze een opengewerkt televisiemeubel met het opschrift kunstuitleen. Midden tussen een groep mensen zetten ze het neer. Vanuit het meubel tuurt een dubbelgevouwen, halfnaakte homo sapiens met onheilspellende blik door de plexiglazen zijkant naar buiten. Voorbijgangers blijven verbaasd en geamuseerd staan, beurtelings aangestaard door de wildeman. Dan pakken de doodgravers het meubel weer op en verdwijnen even plotseling als ze gekomen zijn
In de gezellige huiskamer draait inmiddels de video Het witte wief, de dolende geest bij huize Kernhem. Het champagne drinkende stel heeft plaats gemaakt voor twee cultuurliefhebbers; verwoed proberen ze om tussen de kreten van dansleraar Dehing door iets van het geluid van de film op te vangen. Achter hen luisteren een paar mensen mee, waaronder een man met een grote grijze baard in een boerenkiel. Hij blijkt verhalenverteller in dienst van stichting Jac. Gaazenbeek. Aan een omstander legt hij uit: Gaazenbeek groeide op tussen de verhalen van de Veluwe. 's Avonds bij de open haard heeft hij ze van kinds af aan gehoord. Toen hij zag dat ze aan het verdwijnen waren heeft hij er veel opgeschreven. In 1975 is hij overleden.
Zeven jaar geleden dachten wij: waarom zouden we die verhalen niet in de zomer gaan vertellen? Toen zijn we op een dag in een boerderij naast huize Kernhem begonnen. Eerst dachten we: d'r komt geen hond - er hoefde ook geen hond te komen natuurlijk. Maar de mensen vonden het leuk. Nu zijn we met een zestal dames en twee heren. We hebben een eigen gebouw in Lunteren en er komen steeds meer mensen op af.
Peinzend kijkt hij naar de televisie. Deze film is ook gebaseerd op een verhaal van Gaazenbeek. Hij is gemaakt door studenten van de Nederlandse Film en Televisie Academie. Ze hebben het verhaal wel een beetje geromantiseerd natuurlijk, maar ja. Als de aftiteling over het beeld rolt, wijst hij trots naar zijn naam. Wij van de stichting hebben adviezen gegeven zodat het typische Veluwse karakter van het verhaal behouden zou blijven.
Dat typisch Veluws karakter zit m volgens Fraanje in de beslotenheid van de Veluwse gemeenschap. De Veluwe is natuurlijk een gebied waar van oudsher weinig nieuwe dingen in doordrongen. Men keek eerst de kat uit de boom. Neem nou de televisie. Daar zat de duivel in, dachten veel mensen hier op de Veluwe tot voor kort. Nou ken ik een oude elektricijn die me eens in vertrouwen heeft gezegd: Ik heb al zoveel van die dingen uit elkaar gehaald en weer in elkaar gezet, maar ik heb m nog nooit gezien.
Bovendien is de Veluwe volgens Fraanje bij uitstek een gebied waar mensen geloofden in duistere krachten. Dat stamt nog uit de Germaanse tijd en het is hier natuurlijk ook donker met al dat bos.
Inmiddels is de avond gevallen en begeeft Fraanje zich naar de dijk, waar hij een groep een verhaal van Gaazenbeek zal vertellen. Onderweg vertelt hij over zijn jeugd. Bij ons thuis kwam nog wel eens een oude boswachter op bezoek. Die vertelde ons mythes. Ik weet nog goed dat m'n broertje en ik m regelmatig naar huis moesten brengen. Zo bang was ie geworden van zijn eigen verhalen.
Met brandende fakkels komt de groep de dijk opgewandeld, waarna ze weifelend rondspeuren, op zoek naar de verhalenverteller. Met gevoel voor drama komt Fraanje even later tevoorschijn uit de in nevelen gehulde uiterwaarden. Rondom klinkt een soort monotoon gekwaak; met opgeheven vinger maant hij het publiek tot luisteren. Luister maar eens goed: hoor je die kikker? Vanavond vertellen de kikkers elkaar verhaaltjes... och, nu, in het tijdperk van computers en Internet, waarom zouden wij elkaar verhalen vertellen? Je kunt toch een e-mailtje sturen? Maar ik vertel jullie, persoonlijk contact is aan het verdwijnen. En zo vertelt hij door, onder de sterrenhemel; een mysterieus verhaal van Gaazenbeek doorspekt met moraliserend opmerkingen over mensen die geen tijd hebben voor elkaar
Als het verhaal verzandt in een onoplosbaar mysterie, draait Fraanje er een punt aan; hij zendt zijn toehoorders heen met een laatste stichtelijk woord en een foldertje over z'n stichting. Liesbeth Bakker, assistent in opleiding bij de sectie Natuurbeheer, moet erom lachen. Waarom zei hij niet: Bezoek onze website? De sfeer vond ze wel leuk, maar als goed bioloog valt ze toch over Fraanje's verwijzing naar de kikkers. Terwijl ze langs de inmiddels weer verlaten gezellige huiskamer naar huis loopt: De Wageningse uiterwaarden staan bekend om de aanwezigheid van kwartelkoningen. Dat zijn vogels. Toen hij zei: Hoor je die kikker?, kwaakte er helemaal geen kikker. Het was een kwartelkoning.

Re:ageer