Wetenschap - 26 januari 1995

Larenstein start

Larenstein start

Hogeschool wacht niet op samenwerking met LUW

In alle rust heeft de Velpse hogeschool Larenstein een eigen Masters-cursus opgezet voor cultuurtechnici. De LU-opleiding is namelijk onvoldoende toegesneden op de eisen die het bedrijfsleven stelt aan projectleiders. Cursuscoordinator Jan van Engelen hoopt dat deze Professional Masters het begin is van een samenwerking met de LU. Maar daar zit bij de LU niet iedereen op te wachten.


Wat moet een academicus eigenlijk kennen en kunnen? Een vraag die nogal eens wordt gesteld in de universitaire wereld. Het antwoord is dan meestal van het kaliber analytisch denken, zelfstandig problemen oplossen, reflectie en een wetenschappelijke attitude. Daarbij wordt de academicus vaak afgezet tegen de afgestudeerde uit het beroepsonderwijs, die meer gericht is op toepassing en minder op de theorie erachter.

Nu klinkt dat allemaal mooi, maar toen vorig jaar een aantal studenten uit de universiteitsraad de rector vroeg wat dit betekent voor de inrichting van het universitair onderwijs, de inhoud van de vakken en de profilering ten opzichte van het beroepsonderwijs, bleek dat moeilijk te concretiseren. Toch zullen de verschillen duidelijk moeten worden, nu het hoger beroepsonderwijs op volle snelheid bezig is met de ontwikkeling van academische beroepsgerichte opleidingen.

Dat dit niet eenvoudig is uit te leggen, bewijst het voorbeeld Cultuurtechniek. Sinds jaar en dag verzorgt de Internationale hogeschool Larenstein in Velp een opleiding tot cultuurtechnicus en doet de LU hetzelfde. Een gedeelte van de Velpse afgestudeerden stroomt door naar de LU. Vroeger voor een volledig programma, nu nog voor een verkort programma van anderhalf jaar. De wetenschappelijke interesse is een motief, maar ook het ontbreken van voldoende arbeidsperspectief en een aanlokkelijke ir-titel spelen mee.

Maar dan is er opeens een nieuwe opleiding in Velp die de bestaande duidelijkheid in de war schopt. Larenstein biedt sinds september 1993 aan eigen studenten een extra doorstudeermogelijkheid: het Professional Master programma Land en Water Management. En de pretenties van de organisatoren liegen er niet om: wij leiden een nieuw type academicus op. Was die dan nodig? Larenstein-docent ir J. van Engelen meent van wel en met hem velen die de studiedag over deze nieuwe opleiding bijwoonden op 4 november 1994.

Projectleiders

Deze richting is absoluut niet wetenschappelijk", begint Van Engelen zijn uitleg, maar vereist wel een academisch denkniveau van de studenten. Wij leiden hier projectleiders op die in staat zijn alle processen die in een project in het landelijk gebied spelen, te begrijpen. En die daarbij de randvoorwaarden van de politiek en het beleid in acht nemen en oplossingen vinden."

Dat daar behoefte aan is, bewijst volgens Van Engelen de grote belangstelling uit het bedrijfsleven. De ingenieursbureau's Grontmij en Heidemij en de Landinrichtingsdienst sponseren samen twaalf studenten. De student hoeft zelf nog maar 5.000 van de 15.000 gulden studiegeld te betalen en krijgt na afloop een tijdelijk contract aangeboden.

De vraag naar de nieuwe academicus komt heel duidelijk uit het werkveld. Langzamerhand is het werk van een projectleider veranderd en tot nu toe heeft het onderwijs daar onvoldoende op ingespeeld. Het werk is ingewikkelder geworden, men heeft veel meer te maken met beleidsmatige, bestuurlijke en juridische procedures en het afwegen van belangen. Daarnaast is de klassieke technische kennis nog steeds belangrijk en juist die combinatie is het nieuwe. Zeker met de kortere studieduur kan een student niet meer voldoen aan al die eisen. En het bedrijfsleven en de overheid hebben te kennen gegeven dat zij liever deze cursus zien, dan dat zij zelf de mensen intern moeten opleiden."

Nu worden de Wageningse academici in de cultuurtechniek ook vaak projectleider, maar toch meent Van Engelen dat Land en Water Management complementair is aan de LU, omdat de toepassing van kennis centraal staat en niet de theoretische achtergrond. Dat uit zich vooral in de drie projecten werkpleksimulatie van de cursus. Groepjes studenten krijgen een realistische offerte-aanvraag, aangeleverd door het werkveld, die ze vervolgens correct moeten afhandelen.

Projectmanagement

In een tweede project gaat het vooral om het uitvoeren van dat project en vervolgens moeten de studenten daadwerkelijk meedraaien met een bestaand project. Daarnaast is er in de studie aandacht voor communicatieve vaardigheden, het zogenaamde projectmanagement en communicatie en onderzoek en informatieverwerking.

Het verschil met de LU-studie is evident: de verplichte stage staat bij de meeste LU-studierichtingen onder vuur, dus veel praktijkervaring zit er niet meer in, en de discussie over de communicatieve vaardigheden in het programma strandt elke keer op het niet academische karakter daarvan.

Nu komt de Larenstein-opleiding niet helemaal uit de lucht vallen. Het was alleen de bedoeling dat dit soort opleidingen samen met de LU opgezet zouden worden. De traditionele doorstroomprogramma's voldoen niet meer, vanwege de studieduurverkorting. Dus wordt gezocht naar combinatie-opleidingen van LU en hbo.

Het hbo is echter iets voortvarender in het opzetten van de cursussen dan de LU en zet alvast zelf een aantal opleidingen op, zoals Land en Water Management. Want wachten op de LU staat in deze kringen te boek als uitzichtloos. Daarom is gekozen voor een snellere weg en krijgt Larenstein de officiele, internationaal erkende Masterstitel van de Engelse Open University Validation Service. Van Engelen noemt het van de zotte dat voor een dergelijk zware omweg gekozen moest worden met de LU in de buurt.

Aanvullend

De U-bocht met Engeland betekent volgens Van Engelen niet dat de samenwerking met de LU nu voorbij is. We hebben docenten uit Wageningen in deze cursus. Ik denk dat extra inhoudelijke inbreng en een wetenschappelijk invalshoek nog steeds heel zinvol kunnen zijn. En als we nog eens een Professional Masters met de LU gaan maken, is Land en Water Management wat ons betreft een goede opleiding die al staat. Er zou heel snel een gesprek kunnen plaatsvinden over samenwerking."

Heeft de LU nog zin? De bestuurders misschien wel, maar bij de studierichtingen overheerst scepsis. Hoogleraar dr ir H.N. van Lier van Cultuurtechniek ziet er wel wat in, zolang de opleiding aanvullend is. Persoonlijk wil ik alles op alles zetten om samen met Larenstein de Masters op te zetten. De grote vraag blijft hoe dat financieel en wettelijk geregeld gaat worden. En ik weet niet of het mikken op projectleiders nu het beste is. Projectleiders leiden wij hier ook op en dat zijn toch mensen met een bepaald karakter, denk ik, en niet zozeer mensen met een heel specifieke opleiding."

Het gaat bovendien om een beperkt aantal mensen en laten we eerlijk zijn, het bedrijfsleven begint zich nu al een beetje terug te trekken, omdat ze natuurlijk niet onbeperkt mensen kan aannemen. En als je kijkt naar de concrete landinrichtingsprojecten: daar wordt de voorbereiding gedaan door de Wageningse cultuurtechnicus, terwijl de uitvoering altijd hbo-werk is. Met de nieuwe opleiding zou de hbo-er iets naar voren schuiven in dat traject. Daar kun je voor kiezen, maar ik denk dat juist die integrale benadering een moeilijke zaak blijft zonder wetenschappelijke achtergrond."

De andere studierichtingsleider die met de Professional Masters zou kunnen meedoen, is dr ir R.W.R. Koopmans van Bodem, water en atmosfeer. Hij is beduidend minder enthousiast, louter omdat het zijn inziens nu eenmaal niet past aan een universiteit. Als zij behoefte hebben aan een hogere trap van een beroepsgerichte opleiding, dan zij dat zo. Maar de LU moet wetenschappelijk gefundeerde opleidingen maken. Persoonlijk wil ik nog wel samenwerken en eventueel onderwijselementen uitwisselen, maar om nu als universiteit een beroepsgericht diploma af te geven, nee."

Wij leren hier in de hydrologie de studenten bijvoorbeeld hoe bepaalde stromingsmodellen in elkaar zitten en wat goede vragen zijn omtrent een model, voordat je het gaat gebruiken. Een hbo'er kan die modellen heel goed toepassen, maar heeft niet geleerd het model kritisch te beschouwen. Met de doorstromers uit het hbo denk ik wel eens: o jee, dat kost die student allemaal wel heel erg veel moeite."

En als het de LU nu eens studenten gaat kosten, is Koopmans dan nog steeds zo zeker van zijn stelling? Dat zal misschien wel gebeuren, maar concurrentie hoef je niet te vrezen als je weet dat je iets goeds te bieden hebt. Dus zo'n gesprek met het hbo, we zullen wel zien, maar ik verwacht er niet veel van."

Re:ageer