Wetenschap - 13 maart 1997

Landinrichtingswetenschappen: eigen vakken krijgen voorrang

Landinrichtingswetenschappen: eigen vakken krijgen voorrang

Landinrichtingswetenschappen: eigen vakken krijgen voorrang
Integratie binnen studierichting is beperkt
De studierichting Landinrichtingswetenschappen moest fors bezuinigen en heeft gekozen voor meer richtingseigen vakken in het nieuwe programma. Van integratie tussen de planologen en de architecten is nog maar weinig sprake, zodat het programma toch te duur is geworden. Verder blijft de werkdruk voor landschapsarchitecten waarschijnlijk hoog
De herprogrammering bij de studierichting Landinrichtingswetenschappen stond in het teken van de bezuinigingen. De vakgroep Ruimtelijke planvorming, hofleverancier van vakken, heeft een hoogleraarsplaats ingeleverd en moest het aantal wetenschappers met een derde inkrimpen. Tegelijkertijd is de studieduur van vier naar vijf jaar gegaan. Een operatie die officieel budgetneutraal moet verlopen, maar daar wordt door de betrokkenen in De Hucht schamper over gelachen. We zaten echt met de rug tegen de muur, zegt vakgroepsbeheerder Mies Gerbrands
Het aantal specialisaties is teruggebracht van vier naar drie. De oude specialisaties Cultuurtechniek en Planologie zijn opgegaan in de nieuwe specialisatie Landgebruiksplanning; een onvermijdelijk gevolg van het schrappen van de leerstoel Cultuurtechniek en het ombouwen van de leerstoel Planologie tot Landgebruiksplanning. Daarnaast waren de beide specialisaties volgens de betrokkenen de afgelopen jaren steeds meer op elkaar gaan lijken. Naast Landgebruiksplanning kunnen studenten kiezen voor Landschapsarchitectuur en de interspecialisatie Recreatie en toerisme
Een forse klus dus voor de onderwijscommissie van Landinrichtingswetenschappen, die de opdracht had de hoeveelheid onderwijstaken terug te brengen van 27 duizend tot twintigduizend uur. Volgens roc-student Ard Schenk is er maar weinig hetzelfde gebleven. Van de oude richtingen Cultuurtechniek en Planologie is niks overgebleven. Dat zijn allemaal nieuwe vakken geworden. Ook de propedeuse en de romp van de studie zijn ingrijpend veranderd. Een deel van de nieuwe vakken wordt overigens al gevolgd door de huidige eerste- en tweedejaars. Vooral de tweedejaars zijn volgens Schenk echte proefkonijnen, die voortdurend in onzekerheid verkeren over wat ze het volgende trimester te wachten staat
In de propedeuse zijn meer richtingseigen vakken opgenomen. Opvallend in het nieuwe programma is het grote aantal vakken in propedeuse en romp waarvan het vaknummer begint met K100, de code van de vakgroep Ruimtelijke planvorming. In de oude romp zaten veel vakken uit de Leeuwenborch. Die zijn te algemeen en ongeschikt om studenten warm te krijgen voor de studie. Voortaan krijgen studenten vakken als Sociale geografie, door de vakgroep zelf gegeven, aldus Schenk
Zelfs een basisvak als Voortzetting statistiek ontkwam niet aan de wens van de vakgroep om het onderwijs meer richtingseigen te maken. Het vak heeft plaats gemaakt voor het nieuwe vak Statistiek voor landgebruiksvraagstukken. Volgens Schenk was het noodzakelijk het statistiekonderwijs te herzien. Voortzetting statistiek is zo algemeen; dat is voor ons volstrekt oninteressant. Of het nieuwe vak studenten beter bevalt, moet straks blijken. De studenten Landgebruiksplanning kunnen kiezen uit Statistiek en Inleiding optimaliseringstechnieken
Onderwijskaders
Het extra vijfde cursusjaar is opgevuld door het richtingspecifieke afstudeervak uit te breiden naar 27 studiepunten, de stage met drie maanden te verlengen, een beroepsvoorbereidend blok van tien studiepunten op te nemen en de romp met zes studiepunten te verzwaren. Die invulling lag voor de hand, we moesten ons aan de onderwijskaders houden, aldus roc-lid ir J van Nieuwenhuize. De onderwijscommissie had het beroepsvoorbereidende blok liever weggelaten, omdat de studierichting al genoeg beroepsvoorbereiding bevat
De keuze voor eigen vakken gaat lijnrecht in tegen het idee van het nieuwe verdeelmodel voor onderwijsgeld. Dit model maakt het juist aantrekkelijk voor studierichtingen om vakken samen met andere richtingen te geven. Het onderwijs van de studierichting viel dan ook te duur uit. Om te bezuinigen is besloten het beroepsvoorbereidende blok voor de landschapsarchitecten en de landgebruiksplanologen samen te voegen. Voorlopig is het nog slechts een integratie op papier; de invulling van de blokken moet nog worden vastgesteld. Volgens Schenk wordt eraan gedacht het theoriegedeelte voor beide specialisaties apart te geven. Daarnaast zullen de studenten uit beide groepen waarschijnlijk aparte opdrachten krijgen. Dus stiekem toch twee verschillende blokken? Schenk beaamt het
De moeizame samenvoeging van de blokken lijkt typerend voor de mate van integratie van de opleiding. De twee specialisaties Architectuur en Planologie zijn volgens de hoogleraar Landschapsarchitectuur, ir Klaas Kerkstra, zo verschillend als sociologie en economie. Na de gemeenschappelijke propedeuse en romp hebben beide specialisaties niets meer gemeen. Van eenheid binnen de uit een fusie ontstane studierichting lijkt weinig sprake De specialisaties hebben ieder ook een eigen gang, dat zegt wel genoeg, zegt Schenk. De student denkt wel dat de planologen en cultuurtechnici naar elkaar toegegroeid zijn. Maar dat komt misschien omdat het nu echt moet.
Nieuwe vakken
Het studieprogramma van de specialisatie Landgebruiksplanning bevat veel nieuwe vakken die nog ingevuld moeten worden door de docenten. Naast basisvakken als Ruimtelijk ordeningsrecht en Bestuursrecht krijgen studenten specifieke vakken als Planningtheorie en Relaties tussen landgebruik en milieu. Schenk denkt dat de nieuwe specialisatie meer lijkt op Planologie dan op Cultuurtechniek. Maar Van Nieuwenhuize meent dat het nog te vroeg is voor die conclusie. Veel hangt af van de manier waarop docenten de nieuwe vakken invullen.
Bij de landschapsarchitecten is het programma in grote lijnen hetzelfde gebleven. Nieuw zijn enkele technische vakken als Civiele techniek en Beplantingsleer. Deze vakken moeten ervoor zorgen dat de landschapsarchitect ook kan meedenken over de uitvoering van zijn ontwerpen. Met name Kerkstra heeft zich sterk gemaakt voor deze verandering. Als je op het uitvoerende vlak niks weet, maak je een slechte start in het beroepenveld, licht de hoogleraar toe
In het verleden hebben studenten Landschapsarchitectuur veelvuldig geklaagd over de zware practica. Deze zouden zoveel tijd opslokken dat de studenten tijdens het trimester nauwelijks toekwamen aan het bijhouden van de studiestof. De studenten voelden zich overbelast. Is tijdens de herprogrammering rekening gehouden met die klacht? Schenk aarzelt voor hij antwoord geeft. Voor de practica waren aanvankelijk flink meer uren gepland. Maar toen moest dit er nog bij en dat er nog in en zo werd er langzaam steeds iets afgeknabbeld. Hij geeft het practicum Architectuur als voorbeeld. Dat ging van drie naar zes punten en toen weer terug naar vier studiepunten
Hoewel de omvang van de practica wat is uitgebreid, verwacht Kerkstra dat de werkbelasting zwaar blijft. Ontwerppractica zijn energievreters. Als je een probleem moet oplossen, neem je dat onvermijdelijk mee naar huis. Kerkstra hoopt dat de nieuwe roostering verlichting brengt, doordat studenten dan fulltime aan een ontwerp kunnen werken. In de huidige situatie is er 's morgens college en 's middags practicum over heel andere stof. Dat is niet ideaal.

Re:ageer