Wetenschap - 3 september 1998

Laatste LUW-secretaris Theijse: De secretaris is onmisbaar

Laatste LUW-secretaris Theijse: De secretaris is onmisbaar

Laatste LUW-secretaris Theijse: De secretaris is onmisbaar
Theo Theijse, die vorige week met vervroegd pensioen ging, was de laatste secretaris van de LUW. Zijn functie, volgens het bestuur een symbool van het verleden, is opgeheven. Daar is hij het niet mee eens. Hij vindt het financiele tekort van de universiteit niet zo problematisch. Zijn passie: gebouwen en kunst
Eind vorig jaar was LUW-secretaris ir Theo Theijse op vakantie in Australie en Nieuw-Zeeland. Hij bedacht zich: ik wil nog zoveel doen in mijn vrije tijd, wil ik wel echt KCW-directeur worden? Hij had zich daarvoor aangemeld, maar bedacht dat hij de komende twee a drie jaar - met 62 jaar zou hij stoppen - een zware klus zou krijgen, waarvan hij de vruchten niet kon plukken. Hij besloot ervan af te zien en vervroegd uit te treden. Op 27 augustus nam hij afscheid
Theo Theijse is daarmee de laatste secretaris van de LUW, want de raad van bestuur besloot vorig jaar de functie op te heffen. Daar was Theijse het niet mee eens. Ik vind dat je de functie van secretaris in stand moet houden, als manager van de centrale organisatie en als adviseur van het bestuur. Maar het bestuur wilde een trendbreuk; de secretaris was een symbool van het verleden. Je ziet ook dat veel andere universiteiten de functie van secretaris opheffen. Ik geloof dat de secretaris onmisbaar is, als het college van bestuur niet in managementproblemen verzeild wil raken.
Theijse hoopt dat de vier nieuwe projectleiders van Wageningen UR (Speelman, onderwijs, Van Zaane, onderzoek, Kok, bedrijfsvoering, en Booman, stafbureau) in staat zijn de managementfuncties van de secretaris over te nemen. Je ziet bij het college van bestuur een zekere tegenstelling: ze willen veel overlaten aan de basis, maar ze zijn zelf druk bezig met elementen uit het beleid. Daarbij werken ze over de hoofden van de projectleiders heen. Vroeger bereidden de ambtenaren het beleid voor, nu doet het college dat zelf. Die trendbreuk heeft ervoor gezorgd dat de zaken niet altijd goed zijn afgestemd en dat de stafafdelingen het gevoel hebben dat ze hun inbreng te weinig kwijt kunnen. Nu de projectleiders intensiever overleggen met de afdelingen, kan de betrokkenheid bij het beleid weer toenemen.
Vertrouwen
Theijse hoopt ook dat de klankbordfunctie van de secretaris - mopperende, boze of teleurgestelde medewerkers te woord staan - door de projectleiders wordt overgenomen. Maar dan moeten de medewerkers vertrouwen in de projectleiders hebben of krijgen. Dat vertrouwen kan alleen groeien als de medewerkers direct communiceren. Ook ik ontving kritische geluiden vaak via een omweg, dan kwamen ze niet direct naar mij toe.
De rol van Theijse in het bestuur van Wageningen UR is uitgespeeld, maar hij laat een onuitwisbare indruk op het Wageningse straatbeeld na. De Delftse civiel ingenieur kwam in 1978 bij de LUW werken als hoofd Gebouwen en terreinen. De universiteit bouwde toen onder het regime van de Rijksgebouwendienst: wij dienden de eisen in en daarna was het afwachten wat voor gebouw er kwam. Dat waren overheidsgebouwen zonder veel smaak, zoals het Biotechnion en het Transitorium. Ik wilde invloed op het bouwproces. Dat lukte begin jaren tachtig; we konden zelf de architecten kiezen. We hebben toen veel jonge architecten aangetrokken die zich nog moesten bewijzen.
Het mooiste of leukste gebouw van de universiteit is, in de ogen van Theijse, de nieuwbouw van de leerstoelgroep Erfelijkheidsleer. Rechts bij de ingang van De Dreijen. Het ontwerp is van Casper van der Hoeven. Een speels gebouw; de nieuwbouw zit als een soort omhelzing aan het oude gebouw vast. En kijk eens naar het plateau bij het trapje aan de voorkant van het gebouw. Vanaf het Arboretum lijkt het egaal grijs, maar als je dichterbij komt, onderscheidt je steeds meer kleuren in het plateau. Het gebouw heeft meer van die verfijnde ontwerpgrapjes.
Ook moesten de gebouwen worden opgesierd met kunst, besloot Theijse. De Rijksgebouwendienst had de eenprocentsregeling: een procent van het bouwbudget is voor kunst. Maar daar dachten ze altijd pas op het laatste moment aan. Ik heb dat stringent aangepakt: kunst bij elk gebouw. Zo kwam er alsnog een kunstwerk bij de Leeuwenborch: Aardgebonden. Een prachtig kunstwerk, daar was niemand op tegen, stelt hij, terwijl hij teder naar de kleine replica op zijn tv-toestel kijkt. Andere favorieten van Theijse zijn zijn laatste vangst, de Roos van Staal in het Arboretum, en De Vaas voor de leerstoelgroep Entomologie. Het grootste compliment daarover kreeg ik van emeritus-hoogleraar Zadoks. Hij was eerst tegen De Vaas, net als vele anderen. Ze zeiden: doe maar niet, doe maar een aio. Maar toen ik hem laatst sprak, zei hij over De Vaas: nou, het valt niet tegen.
Reserves
Theijse hield bemoeienis met gebouwen en kunst toen hij in 1987 hoofd Financien werd. Hij moest op de begroting passen. Dat betekende in praktijk bezuinigingen voorbereiden. Het klapstuk was het Masterplan, vier jaar geleden: 25 miljoen bezuinigen in vier jaar tijd. We hadden echte rillingen toen we daaraan begonnen: lukt het wel? Tot begin dit jaar zaten we op schema met de bezuinigingen, nu stagneert het licht. Volgend jaar is de laatste tranche, maar er komt nu een vreselijke dubbelslag: het college van bestuur wil extra bezuinigen om reserves op te bouwen en het ministerie heeft een forse nieuwe bezuiniging in petto.
De ex-secretaris is het niet eens met de nieuwe aanslagen op het budget. De argumentatie van het ministerie deugt van geen kant. De bezuinigingen van het college van bestuur om financiele reserves op te bouwen, vindt Theijse overdreven. De universiteit heeft een negatief vermogen. Dat lijkt een enorme narigheid, maar er is niets aan de hand. We moeten de komende jaren 25 miljoen terugverdienen. Dat heeft geen al te hoge prioriteit, want de departementen hebben veel gespaard. Er wordt met te grote ogen naar het tekort gekeken. Het is zoiets als de hypotheek op je huis: je hebt er geen last van, je betaalt het gewoon af. Voorwaarde is dat het onderwijs en onderzoek ongehinderd kunnen blijven functioneren.
Opties voor de toekomst
Theijse heeft zijn twijfels of er de komende jaren voldoende geld beschikbaar blijft voor nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek. De relatie tussen kennis en toepassing wordt heel sterk. Eigenlijk moet een universiteit twintig tot dertig procent van haar onderzoeksbudget besteden aan je weet maar nooit, aan opties voor de toekomst. Dat vindt het college van bestuur ook, maar het zal niet meevallen. Bij de onderzoeksfinanciering zie je dat het net wordt dichtgetrokken; steeds meer onderzoek moet direct relevant zijn voor de maatschappij of de industrie.
Toch ziet Theijse de toekomst voor Wageningen UR bepaald niet somber in. Je moet zeer scherp kijken of je vele miljoenen opzij kunt zetten uit de bouw- en apparatuurbudgetten van LUW en DLO. Die waren altijd volledig gescheiden en dan kun je maximaal profiteren bij de samenvoeging.
Hij waarschuwt voor verdere ingrepen bij de ondersteunende diensten. Sommigen hebben de indruk dat er geld over de balk wordt gesmeten bij de LUW, maar zij vergeten wat er allemaal al is gebeurd. We hebben een bezuiniging op de Huishoudelijke dienst van drie miljoen gulden achter de rug. Je kunt niet zuiniger dan dat, de grens is bereikt. Dat geldt ook voor de Restauratieve voorzieningen en het groenbeheer.
Theijse voorziet de komende jaren een tijdelijke stagnatie van het fusieproces, omdat we niet weten hoe het uitpakt. Maar over een jaar of twee verwacht ik een sterke groei op de onderzoeksmarkt. De Tweede Kamer heeft zich blind gestaard op de concurrentie tussen LUW en DLO op de markt. Ze concurreren niet, ze kunnen elkaar versterken. Daarom heb ik alle vertrouwen dat het een groot succes wordt, waar andere universiteiten een voorbeeld aan zullen nemen.

Re:ageer