Wetenschap - 8 februari 1996

LUW-wetenschappers zijn noeste overwerkers

LUW-wetenschappers zijn noeste overwerkers

Onderzoekers van de Landbouwuniversiteit moeten gemiddeld zo'n vier uur per week overwerken. Dat valt af te leiden uit de formatiegegevens in het wetenschappelijk jaarverslag 1994.


Vakgroepen zeggen 361 werkjaren (inclusief aio's) te besteden aan het onderzoek, veel meer dan de feitelijk toegekende formatie. Dus moeten enkele correcties worden toegepast, zo meldt ir Gab van Winkel, een van de opstellers van het jaarverslag.

De universiteit reserveert 172 werkjaren voor onderzoek. Aio's tellen daarbij voor 0.55 mee, hetgeen betekent dat voor de feitelijk inzet het getal 172 mag worden gecorrigeerd met 47 (45 procent van 105 aio-werkjaren). Dat brengt de inzet op 219 werkjaar. Vakgroepen krijgen twintig procent van de onderwijsbelasting als extra onderzoekscapaciteit. Uit de kleine enquete blijkt dat 701.264 uren aan onderwijs wordt besteed: 410 werkjaar. Twintig procent daarvan is 82. Dat brengt de erkende onderzoeksruimte op 301. Daar bovenop slepen sommige vakgroepen voor speciale projecten, joboffers, KNAW-fellows en dergelijke nog wat formatie binnen en is er overcapaciteit. Van Winkel schat dit samen op twintig a dertig werkjaar. Resteren zo'n dertig a veertig werkjaren om te komen tot de opgegeven 361, die slechts te verklaren zijn uit overwerk. Dat is tussen acht en elf procent, zo'n vier uur per week overwerk.

Re:ageer