Wetenschap - 21 december 1995

LUW scoort redelijk tot goed met economische onderzoek

LUW scoort redelijk tot goed met economische onderzoek

Het Wageningse economisch onderzoek is redelijk tot goed. Tot die conclusie komt de internationale visitatiecommissie, ingesteld door de VSNU, die het economisch onderzoek in Nederland heeft onderzocht. Vijf Wageningse programma's krijgen het predikaat gemiddeld; alleen het landbouwpolitieke onderzoek van prof. dr ir A.J. Oskam krijgt een goed. Het rapport van de commissie is op 13 december gepresenteerd.


Wageningen diende zes onderzoekprogramma's in bij de commissie, die de kwaliteit, produktiviteit, relevantie en levensvatbaarheid beoordeelde. Ze vallen deels onder het Mansholt-instituut, afgelopen week officieel geopend. Oskam (Agrarische economie), prof. dr J.A. Renkema (Bedrijfseconomie), prof. dr. H. Folmer (Milieu-economie) en prof. dr P. Kooreman (Huishoudeconomie) krijgen allemaal voldoendes. De levensvatbaarheid van Huishoudeconomie kan de commissie niet vaststellen, omdat Kooreman inmiddels is vertrokken naar Groningen. Hij heeft de beste publikatiecijfers van de Wageningse economen.

Prof. dr ir M.T.G. Meulenberg (Marktkunde) en prof. dr A. Kuyvenhoven (Ontwikkelingseconomie) publiceren volgens de commissie onvoldoende. Marktkunde drijft bij de publikaties te veel op een parttime onderzoeker en Ontwikkelingseconomie heeft een bias voor beleidsbeinvloeding, aldus de commissie. Beide programma's hebben voldoende kwaliteit en zijn zeer relevant.

In algemene zin scoort het Wageningse economisch onderzoek goed in de internationale wetenschappelijke tijdschriften en netwerken, concludeert de commissie. Ook is ze lovend over de forse hoeveelheid contractonderzoek en de integratie tussen fundamenteel en toegepast onderzoek.

Meulenberg, voorzitter van het cluster Economie, spreekt van een goed resultaat. Hij wijst erop dat het Wageningse onderzoek bij een vorige visitatieronde een veel negatiever oordeel kreeg en dat de Wageningse toegepaste economen inmiddels goed scoren in de theoretische economische tijdschriften. Dat terwijl we een niche zijn binnen de economie, niet gericht op theorievorming." De beoordeling zal in het cluster aan de orde komen, inclusief de publikaties bij Marktkunde en Ontwikkelingseconomie, stelt de voorzitter.

Ontevreden

Meulenberg is als hoogleraar Marktkunde ontevreden over de beoordeling. Ik neem de commissieleden en hun oordeel zeker serieus. Maar ze hebben ons gedragswetenschappelijk onderzoek, waarover we in gerenommeerde internationale bladen hebben gepubliceerd, niet meegenomen. Ons multidisciplinaire consumenten-onderzoek sloot niet aan bij het economische uitgangspunt van de commissie, die daardoor een aantal mensen op de vakgroep onrecht heeft aangedaan. Maar anderzijds zie ik onze zwakke kanten ook wel en daar moeten we aan werken."

Op de zeven andere Nederlandse universiteiten die werden beoordeeld, vindt het beste en het slechtste onderzoek plaats. Het programma van prof. dr P. Nijkamp, Vrije Universiteit Amsterdam, is in alle opzichten outstanding. De groep van prof. dr F. van der Ploeg (PvdA-Kamerlid) aan de Universiteit van Amsterdam scoort zeer goed. Een andere bekende econoom, de Groninger prof. dr mr C.A. de Kam, scoort onvoldoendes. De Brabantse en de Limburgse universiteit krijgen gemiddeld de beste cijfers; een deel van de vele Amsterdamse en Rotterdamse programma's blijkt zwaar onder de maat.

Re:ageer