Wetenschap - 10 oktober 1996

LUW behoudt eerste fase in kenniscentrum, maar hoe?

LUW behoudt eerste fase in kenniscentrum, maar hoe?

Denktanks bespreken toekomstige organisatie

De Landbouwuniversiteit blijft in het kenniscentrum Wageningen verantwoordelijk voor eerstefaseopleidingen. Of het onderwijs een zelfstandige positie krijgt in de toekomstige structuur, is echter onduidelijk. De denktanks van LUW en DLO wegen momenteel verschillende organisatiemodellen. Het ministerie wil bovenal graag creatieve ideeen.


De besprekingen tussen de denktanks van LUW en DLO over een mogelijke fusie zijn in volle gang. Aan LUW-zijde nemen daaraan deel: rector prof. dr C.M. Karssen en de hoogleraren R. Rabbinge, J.D. van der Ploeg, E.W. Brascamp en L. Speelman. De denktank van DLO bestaat uit: centraal directielid D. van Zaane, directeur A. van der Zande van het Staring-centrum, en W. Vos, directeur IBN-DLO.

Zij praten over een toekomstige organisatiestructuur, waarin LUW en DLO kunnen opgaan. Die organisatie is vooralsnog WAURO gedoopt: Wageningen Agricultural University and Research Organisation. Binnen WAURO moeten de verschillende onderwijs- en onderzoekgroepen een plek krijgen. Het ministerie van LNV beschouwt de denktanks als broedende kippen, die even de rust moeten krijgen om met creatieve voorstellen te kunnen komen. Niet ik, maar DLO en LUW zijn de architecten van het kenniscentrum", meldt mr drs W.J. Gerstel, als procesarchitect vanuit het ministeriebetrokken bij het kenniscentrum. Ik bewaak en bevorder de voortgang van het proces en communiceer met beide instellingen, vanuit de visie van de minister."

Een van de spannende vragen in dit proces is of de LUW haar opleidingenaanbod behoudt. In het advies van Bram Peper en in de rede van premier Kok bij de opening van het academisch jaar werd immers nog gesuggereerd dat Wageningen zich moet concentreren op de tweede fase (de MSc-opleidingen) en in de eerste fase (de BSc-fase) moet samenwerken met andere universiteiten en de agrarische hogescholen.

Scheiding

Die suggestie werd met name aangedragen door prof. dr ir R. Rabbinge, tevens lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en groot voorstander van het WRR-rapport over het hoger onderwijs. Daarin wordt een duidelijke scheiding aangebracht tussen de eerste fase (drie jaar brede academische vorming) en de navolgende twee studiejaren (specialisatie). Rabbinge wil het opleidingsaanbod in de eerste fase saneren - de huidige achttien studierichtingen moeten plaatsmaken voor een richting per onderwijsinstituut"- en meer geld uittrekken voor het MSc-onderwijs en PhD-onderzoek.

Het college van bestuur van de LUW is het niet eens met die visie. Rector Karssen wil zeker investeren in het MSc-onderwijs, maar acht de huidige eerste fase van essentieel belang om een kwalitatief goede MSc-fase te kunnen aanbieden. Karssen heeft er mede voor gezorgd dat Van Aartsen het advies van Peper over de eerste fase niet overnam. Rabbinge heeft zijn standpunt over de eerste fase afgezwakt in de denktank en Karssen overweegt een verschuiving van geld van de eerste naar de twee fase. Al met al houdt de LUW vast aan vier- en vijfjarige opleidingen.

De vervolgvraag is natuurlijk of de LUW-opleidingen herkenbaar blijven in de nieuwe structuur, die de denktanks aan het bedenken zijn. Ze praten over een matrix-model, maar die term verheldert de problematiek niet. De kernvraag in de besprekingen is of al het personeel van LUW en DLO wordt verdeeld over de zes onderzoeksthema's van de minister, of dat het personeel wordt verdeeld over de hoofdtaken. Die hoofdtaken zijn: universitair onderwijs, fundamenteel-strategisch onderzoek en toegepast onderzoek.

Financiering

In het ene geval krijg je multidisciplinaire groepen die een thema (zoals plattelandsvernieuwing of ecologisering van de primaire productie) vanaf de opleiding tot het toegepaste onderzoek verzorgen. In het andere geval ontstaan functionele groepen, die primair worden aangestuurd op hun hoofdfunctie: studenten opleiden of onderzoeksopdrachten uit de markt halen.

Rabbinge wil een afspraak met het ministerie dat Wageningen financiering krijgt voor zowel eerste fase-studenten en MSc-studenten als PhD-plaatsen. Hij verwacht een verdere toename van het aantal promovendi en wil nauwe allianties met DLO-onderzoekers om deze promovendi te begeleiden. Alle aio's wil hij op termijn aanstellen bij onderzoeksinstituten, in plaats van bij vakgroepen of departementen. Een organisatorische scheiding tussen het wetenschappelijk onderwijs en de onderzoekscholen acht hij daarom niet wenselijk.

Anderen binnen de Wageningse denktank zijn bang dat de samenvoeging van LUW en DLO in expertise-clusters voor tweedefaseonderwijs en fundamenteel onderzoek teveel afbreuk doet aan het specifieke onderwijsgezicht van Wageningen. Zij opteren voor een zelfstandige aansturing van het onderwijs, los van de onderzoekscholen. Door de koppeling aan het onderzoek kan er namelijk minder ruimte komen voor studenten en docenten om de relatie met de praktijk te leggen, buiten de gebaande paden van het wetenschapsbedrijf om.

Denktank-lid Van der Ploeg meent dat je onderwijs niet kunt regelen via een intern marktmechanisme, waarbij docenten uit verschilende hoeken rouleren. Voor onderwijs heb je een groep mensen nodig met een afgebakende verantwoordelijkheid, die coherentie tussen de vakken aanbrengen en hun ervaring benutten." Hij is dan ook voor zelfstandige positie van het onderwijs in WAURO. Alle grote organisaties kunnen bestaan bij de gratie van interne differentiatie."

Deze discussie heeft inmiddels ook het ministerie van LNV bereikt, waar men zich lichtelijk verbaasd toont over de structuur-bouw in Wageningen. Het kenniscentrum moet niet blijven hangen in het bestuurlijke proces", vindt procescoordinator Gerstel. De denktanks moeten contact met de werkvloer zoeken en vragen wat voor ideeen daar leven. Mensen sturen reeds ideeen op over hoe zij het kenniscentrum willen invullen. Dat is goed voor mijn beeldvorming. Iedereen is welkom om creatieve ideeen op te sturen."

Het ministerie wil een geintegreerd bestuur voor het kenniscentrum, maar dat bestuur moet oppassen dat niet met de oude muurtjes rond de diverse instellingen een nieuwe buitenmuur rond het kenniscentrum wordt opgetrokken", aldus Gerstel. De allianties met andere universiteiten, TNO en andere partners moeten versterkt worden."

Re:ageer