Wetenschap - 31 oktober 1996

LNV licht Kamer onzorgvuldig voor

LNV licht Kamer onzorgvuldig voor

Sinds enige jaren zijn het ministerie van LNV en de Landbouwuniversiteit verwikkeld in een discussie over hoeveel de LUW-student nu eigenlijk kost. Veel, zegt het ministerie als het wil bezuinigen. Weinig, zegt de universiteit om de bezuiniging van tafel te krijgen. Dit jaar stond het onderwerp opnieuw op de agenda, nadat het ministerie op Prinsjesdag aankondigde in 1997 drie miljoen op de LUW te bezuinigen, oplopend tot zes miljoen in 1998.


Na deze aankondiging schreef het college van bestuur brieven aan de Tweede-Kamerfracties, waarin het erop wees dat de LUW wel moest bezuinigen en de andere universiteiten niet. De Kamer stelde schriftelijke vragen aan Van Aartsen: was dat waar? In een van die vragen kwamen de onderwijskosten per student aan de orde, en toen kwam LNV weer met de dure studenten uit Wageningen aanzetten.

Het ministerie maakte gebruik van een rekenmethode van het ministerie van Onderwijs. Neem de rijksbijdrage van de LUW (zo'n 240 miljoen gulden), trek daar de investeringen en wachtgelden af, neem 32,9 procent van het resterende bedrag en noem dat de onderwijskosten. Vervolgens worden die kosten gedeeld door het aantal studenten dat meetelt bij de financiering. En ziedaar: dit jaar kost de gemiddelde LUW-student 17.200 gulden; volgend jaar zelfs 19.800 gulden.

Dat is erg veel, aangezien uit de vergelijking blijkt dat de gemiddelde Nederlandse student nog geen tienduizend gulden kost, schreef het ministerie aan de Kamer. De boodschap was duidelijk: de LUW kan best een miljoen of drie a zes missen.

Voetnoot

Het pijnlijke is dat de getallen op drijfzand berusten. Ze komen uit een tabel in de begroting voor 1997 van het ministerie, waarbij in een voetnoot staat: De werkelijke onderwijskosten per student wijken aanzienlijk af van het hier genoemde kengetal." Met het kengetal wordt het percentage bedoeld. Die 32,9 procent brengt de onderwijsuitgaven van de LUW namelijk op 73 miljoen gulden.

De werkelijkheid is anders. De afgelopen jaren gaf de LUW zo'n vijftig miljoen gulden uit aan personeelslasten voor het onderwijs. Die uitgaven stonden onder druk, omdat de studentenaantallen zijn gedaald en de studenten sneller moeten afstuderen. Daarom besloot het LUW-bestuur tot bezuinigingen, die dit jaar worden doorgevoerd. Volgend jaar keert de LUW nog 42 miljoen gulden uit aan studierichtingen om vakken in te kopen, via een nieuw verdeelmodel. Bij die personeelskosten komt nog een kleine tien miljoen aan materiele lasten, meldt de universiteit.

Als we het door Landbouw gebruikte bedrag van 73 miljoen vervangen door vijftig miljoen, komen de onderwijskosten veel lager uit: een dikke dertienduizend gulden per student. Als het ministerie de openbare verslagen van de universiteit had gelezen, had het de werkelijke kosten per student kunnen uitrekenen.

Ook zag het ministerie een belangrijke bron in de eigen begroting over het hoofd. Dat is het Hobek, het bekostigingsmodel van het ministerie van Onderwijs. Het Hobek wijst in 1997 33 miljoen gulden toe aan de LUW, uitgaande van een bedrag van 7500 gulden per student. Als we de werkelijke uitgaven voor het onderwijs (de vijftig miljoen) met hetzelfde model verrekenen, geeft de LUW ruim elfduizend gulden per student uit. Daarmee wijken de onderwijsuitgaven van Wageningen niet af van die van de technische universiteiten in Nederland. Bovendien stijgen de uitgaven per student niet, zoals het ministerie beweert.

Onderzoeksgeld

Het ministerie gebruikt dus ondeugdelijke cijfers om de onderwijskosten per student uit te rekenen. Waarom? In een reactie meldt mr drs W.J. Gerstel, vanuit het ministerie procesarchitect voor het kenniscentrum Wageningen, dat de gebruikte aanpak een erkende methode is om de onderwijskosten van universiteiten te vergelijken. Wel wordt in dit model een deel van de onderzoeksuitgaven aan studenten toegerekend, erkent Gerstel. Omdat de LUW relatief veel onderzoeksgeld krijgt (160 miljoen volgens Hobek) tikt dit flink door in de onderwijskosten.

Op de vraag of de methode deugdelijk is, wordt verwezen naar het ministerie van Onderwijs. Daar meldt een laconieke voorlichter: Dat maakt niet zoveel uit, als je de methode maar toelicht, zodat iedereen het kan volgen." Het ministerie is daar dus onzorgvuldig mee omgesprongen.

Re:ageer