Wetenschap - 7 september 1995

LEI-DLO: akkerbouwer haalt hoog inkomen

LEI-DLO: akkerbouwer haalt hoog inkomen

De gemiddelde akkerbouwer kwam in het boekjaar 1994/1995 op een gezinsinkomen van 91 duizend gulden. Dat blijkt uit het Landbouw-economisch Bericht 1995, het economisch overzicht van de Nederlandse land- en tuinbouw, van het Landbouw-economisch Instituut (LEI-DLO). Met dat bedrag haalt de akkerbouw het op een na hoogste inkomen binnen de landbouwsectoren; alleen de champignonteelt komt hoger uit. Ook voor het volgend boekjaar verwacht het LEI-DLO een hoog akkerbouw-inkomen, omdat de droogte de aardappelprijs opdrijft.

In de melkveehouderij daalde het inkomen met ongeveer achttienduizend gulden naar 49 duizend. Verwacht wordt dat de melkveebedrijven in 1995/1996 opnieuw met een verslechtering van de resultaten te maken krijgen.

In de intensieve veehouderij steeg het inkomen van duizend gulden negatief in 1993/1994 naar gemiddeld 35 duizend gulden positief in het afgelopen boekjaar. Volgens het LEI-DLO komt de verbetering vooral ten goede aan de fokvarkensector. De inkomens op de leghenbedrijven zullen gemiddeld honderdduizend gulden achteruit gaan, is de voorspelling. De glasgroente ziet het gezinsinkomen stijgen van zestienduizend gulden negatief in 1993 naar 57 duizend in 1994. Daarmee blijft het echter ver onder de ruim 105 duizend gulden van 1990. Al met al is er sprake van een teleurstellend inkomensniveau. In 1993/94 verdiende ruim een op de drie agrarische ondernemersgezinnen op het bedrijf minder dan 25 duizend gulden en slechts veertien procent behaalde een inkomen van meer dan een ton", aldus het LEI-DLO.

Re:ageer