Wetenschap - 29 februari 1996

Kwaliteitsmanagementplan vastgesteld voor het onderwijs

Kwaliteitsmanagementplan vastgesteld voor het onderwijs

Beoordelen van docenten komt nu echt van de grond

Het studeerbaarheidsfonds en de plannen voor kwaliteitsmanagement van de universiteiten zijn volgens de Raad van State een bureaucratische rompslomp. LUW-onderwijsdeskundige Steen denkt echter dat het zonder zo'n fonds en plan veel moeilijker is aan de kwaliteit te werken.


De kwaliteit van onderwijs en onderzoek staat bij de Landbouwuniversiteit hoog in het vaandel, blijkt uit het Kwaliteitsmanagementplan van de LUW, dat op 11 februari uitkwam. Vakken en programma's worden systematisch geevalueerd. Het KLV Loopbaancentrum houdt enquetes onder afgestudeerden over de aansluiting tussen onderwijs en loopbaan. Ook wordt aandacht besteed aan onderwijsvernieuwing en informatietechnologie. Ondanks diverse bezuinigingen wil de LUW goede en veelzijdige inzetbare afgestudeerden blijven afleveren, door middel van een hogere onderwijskwaliteit.

Met het managementplan rapporteert de LUW aan de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij wat ze de komende jaren aan het onderwijs wil verbeteren. Het plan eindigt met een aantal projecten waarvoor de universiteit twee miljoen gulden per jaar wil hebben. Geld voor onderwijsblokken, stages, probleemgericht onderwijs, knelpuntvakken en informatietechnologie.

De kans dat de LUW dat geld krijgt van de minister is groot. Landbouwminister Van Aartsen heeft de LUW met twee miljoen gekort, terwijl onderwijsminister Ritzen geld van de begroting van de andere universiteiten schrapte. De LUW kan in drie jaar tijd totaal zes miljoen gulden terugverdienen uit het studeerbaarheidsfonds, door exact aan te geven hoe ze dat geld wil inzetten voor de verbetering van de onderwijskwaliteit en de studeerbaarheid. De projectvoorstellen moeten vergezeld gaan van een kwaliteitsmanagementplan.

Offerte

Het lijkt allemaal wat omslachtig. Eerst inleveren, dan weer terugkrijgen; broekzak-vestzak. Dat vindt ook de Raad van State, die onlangs negatief adviseerde over een wetsvoorstel waarmee Ritzen, mede namens Van Aartsen, het studeerbaarheidsfonds een wettelijke verankering wil geven. Onnodige bureaucratie, zo oordeelde de raad. Tweede-Kamerlid dr A. Lansink, CDA-woordvoerder voor onderwijs, deelt die mening: onnodig rondpompen van geld. Bovendien zijn studeerbaarheid en kwaliteit aan een universiteit niet meer dan logisch, reageert de oppositie-woordvoerder. Voor de Kamer toekomt aan de behandeling van het voorstel probeert hij nog iets te verzinnen om de bureaucratie tot een minimum te beperken.

Zonder een kwaliteitsmanagementplan zou het de universiteit veel meer moeite kosten om zoveel geld te reserveren voor onderwijskwaliteit." Drs J.J. Steen van de vakgroep Agrarische onderwijskunde, medeopsteller van het kwaliteitsplan, is het niet eens met Lansink en de Raad van State. Onderwijsvernieuwing zoals we die nu voorstellen, betekent in veel gevallen extra werk voor docenten. Iedereen weet dat zij het erg druk hebben, dus zonder compensatie zal onderwijsverbetering in deze tijd niet van de grond komen."

Het kwaliteitsplan van de LUW is eigenlijk een soort offerte aan de minister van landbouw, zo constateerde de overleggroep onderwijs en onderzoek van de universiteitsraad op 26 januari. Een offerte die de LUW-gemeenschap een goed overzicht biedt van het beleid. De overleggroep was dan ook uiterst tevreden over het plan. Aan de lijst met voorgestelde projecten hadden de raadsleden niets toe te voegen. De universiteit kan tevreden zijn over haar onderwijsbeleid, was de algemene conclusie.

Maar een goed onderwijsbeleid betekent niet meteen ook goed onderwijs voor studenten. Het is zelfs de vraag of het onderwijs substantieel iets opschiet met de projecten. Het idee is dat docenten of vakgroepen bij de vaste commissie onderwijs voorstellen indienen voor financiering uit het studeerbaarheidsfonds. Aangezien niet elke docent zo'n voorstel zal komen, zal slechts een relatief klein deel van de vakken profijt hebben van het extra onderwijsgeld. Docenten die niet willen, hoeven natuurlijk geen projectvoorstellen in te dienen.

Steen: Ik denk dat we het bij het opzetten van bijvoorbeeld de blokken in eerste instantie moeten hebben van een kleine groep van voorlopers die iets met het onderwijs willen. Ik hoop en verwacht dat andere docenten hun enthousiasme zullen overnemen, als blijkt dat blokonderwijs inderdaad een veel bevredigender onderwijsvorm is voor zowel studenten als docenten. Dat hebben we begin jaren tachtig ook gezien bij het probleemgericht onderwijs. Ook daar begon het met enthousiastelingen, die uiteindelijk zelfs grote sceptici over de streep kregen."

Hoorcollege

De universiteit heeft ervaring met het indienen van voorstellen voor onderwijsverbetering; een aantal jaren reserveerde het bestuur jaarlijks een kwart miljoen voor verbeteringsprojecten. Ook toen profiteerde slechts een kleine groep daarvan. Is het onderwijs daar toch wat mee opgeschoten? Steen: De projecten waar ik bij betrokken was, waren wel degelijk een verbetering. Maar we weten niet of het onderwijs systematisch is verbeterd. Behalve dat we daar geen criteria voor hadden, is ook nooit gerapporteerd wat de projecten opleverden. We hebben zelfs nooit gecontroleerd of ze wel zijn uitgevoerd. Dat gaan we deze keer wel doen. We gaan criteria uitwerken om te beoordelen of studenten in het probleemgericht onderwijs ook daadwerkelijk actief zijn. Of het echt meer is dan een hoorcollege voor een klein groepje."

Voor alle projecten, blokken, probleemgericht onderwijs en informatietechnologie blijft echter gelden dat de docent het moet willen. Anders komt er niets van. En de student moet het willen en kunnen. Wij krijgen hier regelmatig docenten die hun vak anders willen inrichten maar tegenover studenten zitten die niets vragen tijdens colleges en vooral sheets willen overschrijven. Dan houdt het voor een docent ook snel op. Ik vind het opvallend dat het aantal docenten dat bij ons een didactische cursus komt volgen relatief nog steeds groeit. Blijkbaar willen docenten toch wel wat."

Met het oog op docenten die niet willen of kunnen, liggen er nu voorstellen van Personeelszaken om het onderwijs veel nadrukkelijker in de beoordeling van het personeel mee te nemen. Tot voor kort was een beoordeling op onderwijsprestaties niet aan de orde. Laten we eerlijk zijn, de docenten zijn vooral aangesteld op basis van hun onderzoekskwaliteiten. Zeker jonge docenten zijn in het begin ook erg gericht op het overbrengen van hun kennis, zonder dat ze aandacht hebben voor de studenten en de manier waarop ze iets overbrengen. Hoe je docenten precies gaat beoordelen is heel moeilijk. Dan moet je toch werken met meningen van studenten of collegadocenten. Of misschien aan de hand van video's en het lesmateriaal. En dan moet er een goede follow up komen van de beheerders of van de onderwijsdirecteuren die straks iets met de beoordelingen moeten doen."

Onderwijsfilosofie

Als het aan Steen ligt, leiden alle verbeteringen uiteindelijk tot een geheel vernieuwde onderwijsfilosofie. Het komt misschien niet zo in het kwaliteitsplan naar voren, maar ik denk dat al deze veranderingen passen in mijn beeld van waar de universiteit naartoe moet. Het leren houdt niet op na de studie, dat weet iedereen. Ik denk dat de LUW daar ook op moet inspelen. Informatietechnologie wordt steeds belangrijker als bron van informatie, de manier van kennisoverdracht wordt belangrijker, afgestudeerden zullen vaker terugkeren naar de universiteit voor de nieuwste inzichten op hun vakgebied. Misschien moet de universiteit binnenkort eens nadenken over wat voor invloed dit allemaal heeft op het onderwijs van de toekomst."

Re:ageer