Wetenschap - 19 december 1996

Kritiek op niveau Wageningse economie-opleiding

Kritiek op niveau Wageningse economie-opleiding

Er schort nog steeds het een en ander aan de organisatie van de universitaire economie-opleidingen. Het niveau van de studie is in het algemeen wel goed, maar het programma toont vaak weinig samenhang en het onderwijs is in veel gevallen schools. Bovendien is het studierendement bij de meeste opleidingen nog steeds te laag. In Wageningen is het studierendement goed, maar de commissie plaatst kanttekeningen bij het economie-gehalte van de opleiding. Ook is er kritiek op de aio-opleiding van de Landbouwuniversiteit. Dat blijkt uit het woensdag verschenen rapport van de landelijke visitatiecommissie economie en econometrie.

Het niveau van alle opleidingen is voldoende, maar toch heeft de commissie kritiek. De propedeuse in Maastricht blijkt smal en de doctoraalstudie bij de UvA is aan de lichte kant. De landbouweconomen in Wageningen en beleidseconomen in Nijmegen krijgen een programma met een beperkt economiegehalte.

Meer kritiek is er op de praktische kanten van het onderwijs. Ook in 1991 was een commissie ontevreden over het schoolse en matig georganiseerde onderwijs van de economen. De huidige commissie stelt vast dat de faculteiten in een te laag tempo aan verbetering zijn gaan werken. Wageningen laat het erbij zitten. Op essentiele punten is daar eigenlijk geen verandering te zien.

Wat praktische onderwijsvoorzieningen betreft is de commissie alleen van Tilburg zeer onder de indruk. Elders is er bijna overal een tekort aan computers. Ook is er in de helft van de gevallen kritiek op de bibliotheek. Die van de UvA en de EUR zijn te weinig open; Wageningen en Nijmegen hebben te weinig tijdschriften.

Re:ageer