Wetenschap - 31 oktober 1996

Krantenwijsheid is onvoldoende voor probleemgericht onderwijs

Krantenwijsheid is onvoldoende voor probleemgericht onderwijs

Vergaande ideeen voor coordinatie pgo

Er moet een aparte afdeling komen die het probleemgericht onderwijs (pgo) aan de LUW gaat behartigen. Die club moet ervoor zorgen dat elke student ten minste een keer met studenten uit andere richtingen een probleem bestudeert. De betrokkenen worstelen echter met de vraag wat multidisciplinair onderwijs is en wat goed en fout pgo is. De pgo-unit lijkt nog ver weg.


Zeer voorzichtig heeft het bestuur van de onderwijscommissie vco een voorstel gelanceerd om het probleemgericht onderwijs (pgo) nieuw leven in te blazen. In een notitie stelt het bestuur voor om een aparte unit in te stellen die het pgo centraal gaat organiseren. De unit bestaat uit een groep docenten, die voorstellen voor projectgroepen verzamelt en daar studenten en docenten bij zoekt. Elke student zal in het tweede, derde of vierde jaar een dergelijk vak van ten minste zes studiepunten moeten volgen. In elke pgo-groep zitten studenten van verschillende studierichtingen bij elkaar.

Het idee komt niet uit het niets. Na aanleiding van een evaluatie van het pgo-onderwijs in 1994 bespraken de vco, de universiteitsraad en het college van bestuur dit voorjaar een notitie van de Progressieve Studentenfractie (PSF) over dit onderwerp. Toen al constateerden de bestuurders dat het met dit onderwijstype niet goed ging. Elke studierichting vult het verplichte pgo-vak anders in, zodat nauwelijks sprake is van een gemeenschappelijk kader. Het is een rommeltje, meent de vco. Soms staat pgo vermeld als werkvorm, soms staat het als deel van de naam van het vak, soms staat de term expliciet in de beschrijving en in een aantal gevallen wordt (een deel van) een vak dat niet direct als pgo herkenbaar is, door richtingscommissie en vakgroep als pgo-onderwijs aangemerkt."

Met het nieuwe voorstel wil de commissie meer structuur en duidelijkheid aanbrengen. Een van de grootste problemen is dat de huidige onderwijsstructuur geen probleemgericht onderwijs toelaat waar studenten van verschillende richtingen bij elkaar zitten. Het onderwijs is geroosterd in het verplichte deel van het onderwijs en in die fase is het niet gebruikelijk dat vreemde studenten uit andere richtingen in de werkgroepjes terecht komen. Als er al vreemden komen, dan zijn het vaak keuzevakkers die zich juist in de discipline van de andere studierichting willen bekwamen. De onderwerpen, zo meent de vco, zijn meestal disciplinair. De richtingen kijken wel naar de sociale, economische en ethische consequenties maar dan meer vanuit de eigen optiek en algemene krantenwijsheid dan geschraagd door specifieke kennis en kunde op deze gebieden".

De nieuwe unit zou multidisciplinaire onderwerpen moeten verzamelen en vervolgens bepalen uit welke disciplines de studenten voor die projectgroep moeten komen. De begeleiding gebeurt door de meest geschikte vakgroepen. Volgens een eerste berekening van de commissie hoeft het plan niet duurder te zijn dan het huidige probleemgericht onderwijs.

Klagen

De eerste vraag die zich aandiende tijdens de behandeling van het voorstel op 24 oktober in de vco-vergadering, was of docenten en studenten wel zo ontevreden zijn over het huidige pgo. Onderwijskundige drs J.J. Steen vroeg zich bijvoorbeeld af of studenten en docenten wel zitten te wachten op multidisciplinair probleemgericht onderwijs. Er zijn volgens hem heel wat pgo-vakken die monodisciplinair zijn en gevolgd worden door studenten uit een richting, maar naar grote tevredenheid verlopen. Die vakken zouden volgens de nieuwe criteria moeten vervallen. Je moet dus niet te snel iets goed of slecht noemen", meent Steen. Docent ing J. van Bezooijen van de vakgroep Nematologie heeft de ervaring dat studenten gaan klagen als er teveel disciplines worden bijgesleept en de stof daardoor te onoverzichtelijk wordt.

Tijdens de vergadering bleek dat er eigenlijk geen vastomlijnd idee is wat een discipline is. Een studierichting is niet hetzelfde als een discipline en ook binnen disciplines zijn er weer meerdere te onderscheiden. Multi- of interdisciplinariteit is dan ook moeilijk te definieren, vindt de vco. Het is volgens de commissieleden dan ook weinig zinnig om probleemgericht onderwijs alleen af te meten aan het aantal studenten van verschillende richtingen of het aantal verschillende docenten.

Daarnaast is het de vraag of een dergelijke unit wel de juiste weg is om de problemen op te lossen. Projectonderwijscoordinator ir G.G.H. Ooms van de vakgroep Agrarische onderwijskunde, belast met de coordinatie van pgo, meent dat het opleggen van probleemgericht onderwijs wel eens negatief kan uitpakken. Ik ben het er mee eens dat pgo een soort jungle is geworden, waar nauwelijks meer overzicht is van wat er gebeurt. Ik denk alleen dat je dat niet oplost door een manier verplicht te stellen voor alle docenten en studenten. Draagvlak is essentieel voor pgo. Als docenten er niet achter staan, wordt het niets. Docenten moeten overtuigd zijn van de voordelen, ze moeten geinspireerd zijn om met onderwijsgroepen aan de slag te gaan. Dat enthousiasme is veel belangrijker dan een speciale organisatievorm."

Energie

Ooms vraagt zich verder af of de unit het vco-plan praktisch kan vormgeven. Bij het projectonderwijs is het al een hele klus om studenten met dezelfde interesses bij elkaar te brengen in projectgroepen en daar geschikte docenten bij te zoeken. Dan gaat het om een handvol projecten per jaar. Bij het probleemgericht onderwijs zou het om meer dan honderd projectgroepen gaan.

Planologie-docent dr ir M.C. Hidding weet uit ervaring dat het enorm veel tijd en energie kost om studenten en docenten van verschillende disciplines met elkaar te laten samenwerken. Studenten hebben verschillende achtergronden, spreken elkaars taal nog niet en het lukt dan echt niet om binnen zes weken tot een inhoudelijke discussie of gezamenlijk project te komen. Datzelfde geldt zeker ook voor de docenten. Ik kan mij nog lange sessies herinneren met docenten die gezamenlijk een pgo-vak moesten verzorgen en vreselijk veel moeite hadden om op een lijn te komen."

Naar aanleiding van deze discussie heeft de onderwijscommissie besloten om een werkgroep in te stellen die de voorstellen moet gaan onderzoeken. Het idee van een unit moet daarin vooral een idee blijven en nog niet te concreet worden. De commissieleden menen namelijk dat er in het huidige tijdsgewricht van herprogrammeringen, bezuinigingen, onderwijsinstituten en een aanstaande visitatie weinig draagvlak zal bestaan voor een pgo-unit.

Re:ageer