Wetenschap - 18 april 1996

Komeet Wieringa

Komeet Wieringa

In het mini-interview (WUB, 28 maart 1996) verwacht prof. Wieringa (vakgroep Meteorologie) bij de botsing van een komeet met de aarde hooguit een lokaal effect. Dat klinkt geruststellend, maar niet erg realistisch.

Bij inslag van een ijsklomp van tien kilometer doorsnede" met een snelheid van dertig kilometer per seconde komt een energie vrij van 1/2mv2 = 2,4 x 1023 J. Dit is equivalent met de energie van een explosie van 56 miljoen megaton TNT!

Wat moeten we ons voorstellen bij de effecten hiervan? Vergelijking met grote explosies uit het verleden helpt ons niet veel bij de beeldvorming: de uitbarsting van Krakatau (1883) wordt geschat op tweehonderd megaton, de inslag van de meteoriet in Siberie (1908) op twintig megaton en de zwaarste waterstofbom (Nova Zembla, 1961) was 56 megaton.

Maar in 1994 sloegen brokstukken van een overigens onbeduidende komeet Shoemaker-Levy in op Jupiter. Een van die brokstukken veroorzaakte een vuurbol van drieduizend kilometer doorsnede en liet in de atmosfeer een langdurige donkere vlek ter grootte van de aarde achter.

Inslag van zo'n fragment op aarde zou een wereldomvattende ramp betekenen (scenario nucleaire winter) met lokaal de vorming van een krater van circa zestig kilometer en de uitworp van grote hoeveelheden stof in de atmosfeer.

De stralingsmeter aan de Haarweg zou dan zeker spectaculaire meetresultaten opleveren!

Re:ageer