Wetenschap - 9 mei 1996

Komeet Wieringa (2)

Komeet Wieringa (2)

Naar aanleiding van de verschijning van een redelijk zichtbare komeet werd mij in maart door een WUB-medewerker in een zeer kort telefonisch mini-interview de vraag gesteld: als die de aarde treft, wat gebeurt er dan?

Van een komeet weet ik een paar basisfeiten: doorsnede van de kern ongeveer een kilometer, en een voze, ijsachtige structuur met dichtheid tienmaal zo klein als die van water, die bij nadering van de aarde ongetwijfeld uiteen zal vallen. Op die basis antwoordde ik de interviewer en in het WUB van 28 maart 1996 staat mijn reactie als volgt vermeld: Elke astronoom zal je vertellen dat het bij kometen om verbluffend weinig massa gaat. Het is een ijsklomp van tien kilometer doorsnede die door het heelal suist en intussen afgast. Dat levert een spectaculaire beeld op, maar het effect is gering. Zelfs als hij op de aarde zou storten verwacht ik alleen een lokaal effect. Een belangrijk deel zal onder invloed van de dampkring verdwijnen."

Toen ik deze kernachtige synopsis in het WUB las, vond ik dat de interviewer mijn ietwat langere verhaal leuk en vakkundig had samengevat. Alleen vond ik het jammer dat er tien in plaats van een kilometer stond, maar ik kan niet achterhalen of dat een verspreking, een verschrijving of een drukfout was.

Aangezien de stijl van zo'n mini-interview gemoedelijk, maar kort en krachtig is, verwachtte ik niet dat deze publikatiefout de WUB-lezer erg zou storen.

Wie schetst mijn verbazing, toen ik in het WUB van 18 april las hoezeer M.A. Posthumus (vakgroep Organische chemie) zich eraan had gestoord. Hij had de interview-samenvatting letterlijk genomen, want wat gedrukt staat is waar, en zijn mechanica-boek gepakt: instantane inslag van een ijsklomp van tien kilometer doorsnede met een snelheid van dertig kilometer per seconde is equivalent met een explosie van 56 miljoen megaton TNT! Posthumus' conclusie was dat zoiets een wereldomvattende ramp zou betekenen, en daarin kan ik hem geen ongelijk geven.

Nu heeft Posthumus even vergeten dat hij werkt bij een universiteit, en niet bij de Telegraaf of bij Prive. Wetenschappelijke kritiek heeft een paar keiharde spelregels, waarvan de eerste is dat de bronnen worden geverifieerd. Lang geleden, toen ik ernstige bedenkingen had over de methodiek van een belangrijk stuk meteorologisch onderzoek, was mijn eerste actie om een brief te schrijven aan de verantwoordelijke onderzoekers: Ik denk dat jullie dit en dit gedaan hebben - klopt dat?" Pas toen ik daarover bevestigend antwoord had ontvangen, achtte ik het juist om mijn kritiek verder uit te werken voor publikatie. In het geval Posthumus zou een telefoontje naar mij een eenvoudige en collegiale stap zijn geweest om misverstanden te voorkomen.

Ernstiger is dat Posthumus zijn huiswerk niet heeft gedaan. Zelf had hij kunnen nazoeken (een goede encyclopedie is al nuttig) hoe een komeet in elkaar zit, plus nog wat andere astronomische basisfeiten. Dat had hem de afgang bespaard, dat hij nu op basis van onjuiste aannamen in het WUB-podium een ingezonden brief heeft gepubliceerd, die ik als volgt kan samenvatten: inslag van een komeet is een kosmetische ramp, en Wieringa, die dat niet inziet, weet niet waarover hij praat. Posthumus denkt zijn minachtende verhaal onderbouwd te hebben met het feit dat inslag van de komeet Shoemaker-Levy op Jupiter een vrij uitgebreid effect had.

Posthumus heeft bij zijn kritiek minstens drie astronomische feiten genegeerd. Het eerste blijkt al uit het bovenstaande: hij gaat uit van een duizendmaal te groot komeetkern-volume en een tienmaal te grote komeetdichtheid. Het tweede is zijn snelheidsaanname van dertig kilometer per seconde, aangezien de naderingssnelheid van een object dat ingevangen wordt door het zwaartekrachtveld van de aarde ongeveer zal overeenkomen met de ontsnappingssnelheid van een maanraket, circa elf kilometer per seconde - met een factor acht verschil in v2. Samen levert dit op dat Posthumus de kinetische energie van een inslaande massieve komeet grofweg heeft overschat met een factor honderdduizend.

De derde genegeerde factor is de zogenaamde limiet van Roche, die de oorzaak is van de ringen van Saturnus. Als een klein en onsolide object een planeet benadert op minder dan 2.5 planeetstraal afstand, dan valt het uiteen. Er vindt dus geen inslag van een massieve komeetkern plaats. De voze komeet zal de rand van de dampkring bereiken als een meteorenregen, die voor een deel zal verbranden in de zuurstofrijke aardatmosfeer. Er blijft genoeg over om op aarde forse schade te veroorzaken, maar minder dramatisch dan in de scare-story van Posthumus.

De Jupiter-atmosfeer heeft een totaal andere structuur dan de aardse: verwaarloosbaar zuurstofgehalte, temperaturen beneden -40C, en veel grotere dichtheid dan die van de aardatmosfeer. Dan zou ik verwachten dat een uiteengevallen komeet, een meteorenregen, daar niet verbrandt maar eerder aanleiding geeft tot een atmosferische storing van Jupiter-formaat, in de stijl van de Grote Rode Vlek op die planeet. Vraag vollediger informatie aan een astrofysicus - maar vergelijk de inslag van Shoemaker-Levy op Jupiter niet zonder behoorlijke analyse met een inslag op aarde.

Om kort te gaan, ik zie bij nadere uitwerking geen reden om te concluderen dat ik in het mini-interview onzinnig optimistisch ben geweest. Een rampzalige botsing is wel mogelijk, maar dan met een mini-planetoide (zoals ik in 't interview ook zei), niet zozeer met een komeet. Voorts raad ik Posthumus aan om voortaan eerst zijn huiswerk te doen alvorens een collega wetenschappelijk af te blaffen.

Re:ageer