Wetenschap - 6 juli 1995

Kleiputten in de Wageningse uiterwaarden

Kleiputten in de Wageningse uiterwaarden

Het Wageningse gemeentebestuur wil dat de stuurgroep Noordoever Nederrijn de plannen voor een eventuele nevengeul in de Bovenste Polder zo snel mogelijk in de openbaarheid brengt. Volgens Wageningen is dan pas een goede beslissing te nemen over natuurontwikkeling in de uiterwaarden.

Het gemeentebestuur reageert hiermee op de plannen voor dijkversterking gecombineerd met kleiwinning in de uiterwaarden. Op 30 juni gaven Gedeputeerde Staten van Utrecht en Gelderland toestemming om dijkverbetering en natuurontwikkeling op deze manier te combineren, in het kader van de noodwet Deltawerken grote rivieren.

Door de plannen van grondeigenaar Staatsbosbeheer en het waterschap zal overigens aanvankelijk nog weinig natuur ontstaan. Ze willen om te beginnen slechts een aantal putten graven in de uiterwaarden. De grootste natuurwaarden ontstaan pas als die putten met elkaar worden verbonden tot een zogenaamde meestromende nevengeul van de Nederrijn. Momenteel werkt de stuurgroep Noordoever Nederrijn aan plannen voor een dergelijke nevengeul. In die plannen moet de zomerdijk net ten westen van Lexkesveer en net ten oosten van de haven worden doorgestoken en de auto-, wandel- en fietsroutes onderbroken.

Het gemeentebestuur dringt er bij Gedeputeerde Staten van Gelderland op aan dat, als onverhoopt de natuurontwikkeling voor de Bovenste Polder op onoverkomelijke bezwaren stuit, de kleiputten landschappelijk op een verantwoorde manier worden ingepast. Gelderland heeft toegezegd zich te zullen inspannen om zo snel mogelijk de uitwerking van de natuurplannen in de openbaarheid te brengen. Dat lukt echter niet meer binnen de procedure voor de dijkverbetering.

Re:ageer