Wetenschap - 27 februari 1997

Kleinschalige lozingen van afvalwater in het landelijk gebied

Kleinschalige lozingen van afvalwater in het landelijk gebied

Kleinschalige lozingen van afvalwater in het landelijk gebied
Heleen Boerma, Milieuhygiene
De opkomst tijdens het colloquium vond ik teleurstellend. Er zaten maar een paar mensen in de zaal. En dat is echt niet uitzonderlijk. Degene die voor mij was, had precies dezelfde opkomst. Jammer, want zo zal niet snel een levendige discussie ontstaan, zegt Milieuhygiene-student Heleen Boerma. Met je begeleiders heb je het onderwerp immers al uitgebreid besproken.
Vorige week hield Boerma een colloquium op de vakgroep Sociologie over de afvalwaterproblematiek in het landelijk gebied. Nog veel gebouwen lozen ongezuiverd op het oppervlaktewater. Dat moet in het jaar 2005 anders zijn. De huishoudens en bedrijven moeten dan of aangesloten zijn op het rioleringsstelsel of zelf overgaan op de behandeling van het vervuilde water
Om een goede keuze mogelijk te maken heeft Boerma aan de hand van literatuurgegevens een milieu-beoordelingsmethode ontwikkeld. Ze nam daarbij de milieugerichte levenscyclusanalyse - beoordeling van een ingreep van wieg tot graf - als uitgangspunt en liet die los op drie oplossingen voor kleinschalige vervuilers in het buitengebied: ongezuiverd lozen via een septic tank, individuele behandeling van het afvalwater of toch maar aansluiting op het riool. Deze alternatieven toetste zij met de levenscyclusanalyse aan zeven milieuthema's, zoals de kans op vermesting, het energieverbruik, de toxiciteit voor water en land, en de uitstoot van het broeikasgas methaan. De aansluiting op het riool komt uit mijn levenscyclusanalyse als de meest duurzame naar voren, zegt Boerma. Maar toch zul je het per locatie moeten beoordelen. Soms is lozing op het oppervlaktewater helemaal niet zo schadelijk. Een boerderij die op een rivier loost kan minder kwaad dan een boerderij die op een klein slootje loost. In het eerste geval moet je goed bedenken of je wel vijf kilometer riool wilt gaan aanleggen. Daarnaast is het moeilijk afwegen wat erger is voor het milieu: meer energieverbruik of meer vermesting.
Boerma vindt dat ze met haar beoordelingsmethode een heel eind is gekomen. Je kan een beter inzicht krijgen in de gevolgen voor het milieu, maar ze betwijfelt of gemeenten er meteen mee aan de slag kunnen. Daarvoor is het nog niet concreet genoeg en zal flink wat aanvullend onderzoek moeten plaatsvinden. Een volgende student gaat met dit onderzoek verder.
Het onderzoeksthema geeft Boerma samen met Kris van Koppen van de vakgroep Sociologie en Bram Klapwijk van de vakgroep Milieutechnologie opgezet. Zij hebben bij de vakgroep Sociologie niet net als bij andere vakgroepen onderwerpen en vragen van organisaties klaar liggen. Je gaat met de begeleiders om de tafel zitten om te kijken welke thema's actueel of interessant zijn om nader te bestuderen. Eerst vond ik dat lastig, want ik had graag een onderzoek voor een organisatie gedaan. Maar op deze manier word je gedwongen na te denken over de kant die je met je onderzoek uit wilt.
Uiteindelijk is het goed bevallen. Om de drie weken heb ik mijn vorderingen doorgesproken met beide begeleiders. En dat werkte prima.
Nu heeft ze nog tijd voor een ander afstudeervak en dan zit haar twee jaar studie aan de LUW er weer op. Boerma is afkomstig van de Agrarische hogeschool in Delft, waar ze Milieukunde heeft gestudeerd. Ik ben van de lichting die maar twee jaar kreeg om door te stromen. Daar zag ik in het begin tegen op. Maar het blijkt heel goed te doen. De opleiding sluit prima aan. En het niveau van de tentamens is niet hoger. Alleen met afstudeervakken ga je dieper dan bij het hbo. We moeten wel iets harder werken dan de doorstromers uit de voorgaande jaren. Uiteindelijk werken we niet harder dan de gemiddelde eerstejaars.
Boerma hoopt met een LUW-studie een leukere baan te vinden dan met hbo-milieukunde. Ik zou graag een baan vinden bij het RIVM of een soortgelijk instituut. Werken voor een adviesbureau lijkt me minder, omdat die voornamelijk voor het geld gaan. Veel milieuhygiene-studenten maakt dat niet veel uit; die hebben voor deze studie gekozen om een baan te vinden en pakken ieder jaar het vliegtuig. Maar ik weet niet of ik me deze kritische houding nog wel kan permitteren. In de milieuhoek liggen de baantjes helaas niet meer voor het oprapen.

Re:ageer