Wetenschap - 25 juni 1998

Kleine tropenboeren blijven armoedzaaiers

Kleine tropenboeren blijven armoedzaaiers

Kleine tropenboeren blijven armoedzaaiers
Landbouwbudgetten vallen in het niet bij die voor defensie
De KLV-Studiekring voor Ontwikkelingsvraagstukken vierde 16 juni zijn twintigjarig bestaan. Er was weinig reden voor feestelijkheden. Het gaat niet goed met de kleine boer in ontwikkelingslanden. Jarenlange hulp heeft het inkomen van de armste bevolkingsgroepen niet verbeterd
Hij heeft veertig jaar in de ontwikkelingssamenwerking gewerkt. Zijn illusies is hij allang kwijt; hij is een angry old man geworden. Behoefte om zijn woede en teleurstelling met andere ontwikkelingswerkers te delen heeft ir Loek Kortenhorst echter niet. Het verzoek om te spreken op een bijeenkomst over de kleine boer, ter ere van het twintigjarig bestaan van de Studiekring voor Ontwikkelingsvraagstukken, wilde hij dan ook afwijzen. Pas nadat hem was verzekerd dat hij echt geen rooskleurig verhaal hoefde te vertellen, stemde hij aarzelend in
Kortenhorst vertelt over een werkbezoek aan Kenia, vijf jaar geleden. Hij was tien jaar niet meer in het land geweest en schrok van de zichtbaar toegenomen bevolkingsdruk. De dorpen waren naar elkaar toegegroeid. Verbaasd constateerde hij dat hier en daar zelfs de weinig vruchtbare communale grond met afrasteringen in prive-veldjes was verdeeld. De veldjes lagen er meestal verlaten bij. Kortenhorst liet zich door deskundigen vertellen dat deze veldjes vaak het eigendom waren van stedelingen, die de grond hadden gekocht om die te gebruiken als onderpand bij de aanvraag van een krediet
Het was geen prettig bezoek. Kortenhorst zag dat pompen en openbare latrines, projecten waar hij en zijn collega's in het verleden zo voor geijverd hadden, nog even slecht waren onderhouden als altijd. Veel indertijd opgerichte irrigatieteams waren inmiddels uit elkaar gevallen. Onveranderd was de schrijnende armoede, het grote aantal kinderen met snotneuzen en ondervoedingsverschijnselen, de schamele dorpen
Atoombom
Evenmin veranderd was de grote betrokkenheid van de ontwikkelingswerkers ter plaatse. Ze toonden Kortenhorst enthousiast hun projecten en vertelden wat al bereikt was en wat al aardig begon te lopen. Kortenhorst merkte wel dat de vaktermen en de doelstellingen wat met de tijd waren meegegaan. Zo spraken de ontwikkelingswerkers niet meer over kleine boeren, maar over de armste bevolkingsgroepen. Ze hanteerden nieuwe begrippen als gender-aspecten en de mensen helpen hun eigen weg uit te stippelen
De inmiddels gepensioneerde ontwikkelingsdeskundige heeft nog weinig hoop dat de inzet van de gedreven ontwikkelingswerkers daadwerkelijk iets kan veranderen aan de omstandigheden van kleine boeren. Het probleem is dat de overheden van de landen zelf geen belangstelling hebben voor de landbouw, vindt hij. De budgetten voor landbouw vallen meestal volledig in het niet bij de bedragen die ontwikkelingslanden uitgeven aan defensie.
Neem Pakistan - dat land heeft een defensiebudget van 25 miljard. Het kan met gemak de productie van een atoombom bekostigen. Die paar miljoen aan Nederlandse ontwikkelingshulp hebben ze echt niet nodig. Of neem India. Het land ontvangt 350 miljoen aan Nederlandse hulp en werkt ondertussen aan de ontwikkeling van kernwapens. Wij helpen overheden dus geld vrij te maken voor kernwapens. Ik vind het daarom tijd dat we de lijst met landen die ontwikkelingshulp ontvangen drastisch herzien.
Verbitterd
De toehoorders van Kortenhorst waren vooral grijze mannen. Vrouwen en ontwikkelingsdeskundigen onder de veertig waren nauwelijks aanwezig. De gemiddelde leeftijd van de aanwezigen was ongeveer 56 jaar, zo heeft prof. dr ir Niels Roling van de leerstoelgroep Communicatie- en innovatiestudies tijdens de bijeenkomst snel uitgerekend. De meeste aanwezigen hebben, net als de sprekers, veel ervaring in het ontwikkelingswerk
Zo verbitterd als Kortenhorst zijn de andere sprekers niet, maar positief waren hun verhalen evenmin. Productieverhogende activiteiten staan nog steeds centraal, zegt ir Robert-Jan Scheer van DGIS. Onlangs is er weer een land geevalueerd. Ik kan nog niet zeggen welk land. Wel kan ik vertellen dat in het eindrapport staat dat de sociale doelstelling van de projecten over het algemeen zijn gehaald, maar dat het inkomen van de doelgroepen nauwelijks is veranderd.
Scheer vindt het frappant dat de Wereldbank in een rapport over dat land tot dezelfde conclusie komt. Hun oplossing is meer participatie - meer betrokkenheid van de lokale bevolking. Goh, denk ik dan, dat doen we al jaren. De vraag is natuurlijk: Zijn we eigenlijk wel zo participatief?
Terrassen
Er is weinig reden tot vrolijkheid, bevestigt Roling, terugblikkend op de studiedag. Het gaat niet goed met de kleine boer. De landbouwprijzen worden slechter. De kleine boeren hebben niet kunnen profiteren van het landbouwkundig onderzoek. Hun inkomen staat onder druk. Systemen die eeuwenlang goed hebben gefunctioneerd lopen nu vast. Zo is op de Filipijnen drieduizend jaar rijst op terrassen geteeld. Door de intensivering van de rijstteelt zijn de terrassen niet meer rendabel. De terrassen zijn te klein en te bewerkelijk en de prijzen voor rijst te laag. Overal zie je dat mannen naar de stad trekken op zoek naar werk. Landbouw wordt steeds meer een vrouwenaangelegenheid. Daarnaast is er sprake van bodemdegradatie. Vooral in Afrika leven boeren van de uitputting van de bodem.
Toch ziet Roling nog enkele lichtpuntjes. Hij kent projecten waarbij samen met de boeren wordt gewerkt aan de ontwikkeling van betere technologieen. Hij noemt een project op Zanzibar waarbij entomologen samenwerken met kleine boeren aan de geintegreerde aanpak van plagen. Op kleine schaal werkt dat soort projecten heel aardig. Het is echter nog nergens gelukt dergelijke projecten op te waarderen naar een grotere schaal.

Re:ageer