Wetenschap - 30 maart 1995

Kleine bedrijfjes in Oost-Europa?

Kleine bedrijfjes in Oost-Europa?

Met grote verbazing las ik in het artikel onder de kop In Oost-Europa is het rationeel om een klein boerderijtje te hebben (WUB, 23 maart), dat Van Stolk in zijn advies voor de Europese Commissie tot de conclusie lijkt te zijn gekozen dat in het Oosten na de opdeling van de collectieve landbouwbedrijven uiterst kleine bedrijfjes (zijn) ontstaan, en dat deze conclusie door prof. Hagedorn beaamd schijnt te zijn.

De conclusie van de laatste dat het voor velen rationeel kan zijn om een klein boerderijtje (maar, wat heet? -in veel gevallen gaat het niet om meer dan een moestuin annex varkenskot achter het huis) te hebben naast een slecht betaalde baan in de industrie of, wat zeker zo vaak voorkomt, werkloosheid, onderschrijf ik. Maar, alhoewel er in Centraal- en Oost-Europa veel uiterst kleine bedrijfjes zijn (en waren! - de leden van de zogenaamde cooperatieve bedrijven en de werknemers in de staatsbedrijven beschikten immers veelal over een eigen huiskavel), zij bepalen zeker niet het beeld van de landbouw aldaar, waarin vooralsnog het agrarisch grootbedrijf domineert.

Enige cijfers kunnen dit verduidelijken. In de voormalige DDR vormden in 1993 de persoonlijke ondernemingen weliswaar 76% van het totaal aantal landbouwbedrijven (in meer dan 60% van de gevallen betrof het hier zgn nevenbedrijven), maar zij hadden slechts 17% van de cultuurgrond in gebruik. In het Land Mecklenburg-Vorpommern besloegen in datzelfde jaar landbouwbedrijven van 500 ha en groter (17,7% van alle bedrijven) 79,4% van de cultuurgrond. In de meeste Oosteuropese landen is door de privatisering weliswaar het aantal grondeigenaren exponentieel gegroeid, maar de overgrote meerderheid van deze eigenaren exploiteert die grond niet zelf, en heeft daar ook niet de middelen of intentie toe!

Re:ageer