Wetenschap - 12 februari 1998

Kiezen tussen borst- en flesvoeding

Kiezen tussen borst- en flesvoeding

Kiezen tussen borst- en flesvoeding
Marieke Kruize, Huishoudstudies
Opvallend veel Nederlandse moeders voeden hun baby met de fles. Zeker vergeleken met Scandinavische vrouwen, die massaal voor borstvoeding kiezen en dat bovendien maanden volhouden. Marieke Kruize heeft de exacte percentages niet paraat, maar ze schat dat slechts de helft van de Nederlandse moeders hun kind met de borst voedt
Deskundigen zouden dat graag anders zien, want borstvoeding geldt nog altijd als het beste voor het kind. Daarom wordt borstvoeding sinds kort op televisie gepromoot. Bovendien houden stichtingen als Zorg voor Borstvoeding en WEMOS in de gaten of fabrikanten van flesvoeding hun producten niet al te opdringerig bij aanstaande moeders aanbevelen. Het verstrekken van proefpakketten via de verloskundige is bijvoorbeeld taboe
Over de beweegredenen van vrouwen om voor borst- of flesvoeding te kiezen is weinig bekend. Marieke Kruize maakte er het onderwerp van haar afstudeervak van. Aanvankelijk wilde Kruize een kwantitatief onderzoek doen, maar uit literatuuronderzoek bleek dat er nog zo weinig bekend is over het waarom van die keuze dat ze genoodzaakt was eerst een verkennende studie te doen
Literatuuronderzoek leerde Kruize dat hoog opgeleide vrouwen en vrouwen die in de gezondheidszorg werken, vaker voor borstvoeding kiezen. Ook leeftijd speelt een rol. Hoe de ouder de vrouw, hoe groter de kans dat ze voor borstvoeding kiest. Kruize ontdekte verder dat de keuze gevoelig ligt. Uit een buitenlands onderzoek kwam naar voren dat vrouwen vooral sociaal correcte redenen geven om hun keuze voor flesvoeding te motiveren: borstvoeding is bijvoorbeeld praktisch niet uitvoerbaar, of flesvoeding geeft ook de partner de kans om een intieme band op te bouwen met het kind. Gevraagd naar de reden waarom andere moeders voor flesvoeding zouden kiezen, geven de vrouwen opeens ook heel andere verklaringen: zo zouden vrouwen hun figuur niet willen bederven
Kruize vroeg elf hoogzwangere vrouwen naar hun keuze. De vrouwen waren allen rond de dertig, zwanger van hun eerste kind en, op een vrouw na, hoog opgeleid. Wat het opleidingsniveau betreft had Kruize liever een wat minder homogene groep gehad, maar ze kon de vrouwen niet zelf benaderen; de deelnemers aan haar onderzoek wierf ze via een verloskundige. Kruize vermoedt dat hoger opgeleide vrouwen het leuker vinden mee te werken aan dit soort onderzoeken. Meerdere keren hoorde ze dat de vrouwen zelf vroeger ook onderzoek hadden gedaan
Negen van de elf vrouwen vertelden van plan te zijn borstvoeding te gaan geven. Het verrassende was dat de keuze voor hen al vanaf het begin van hun zwangerschap vast stond. Tijdens hun zwangerschap zochten ze vooral argumenten om hun keuze te bevestigen. De vrouwen die kozen voor borstvoeding gaven vooral emotionele redenen om hun besluit te onderbouwen: ze wilden het beste voor kun kind of ze wilden een intieme band opbouwen met hun baby. Opvallend vond Kruize dat ze echt een duidelijke hoofdreden gaven en niet een combinatie van meerdere redenen. De twee vrouwen die flesvoeding wilden geven, voerden meer praktische redenen aan. Een vrouw vertelde dat ze borstvoeding niet zag zitten omdat ze nu al heel zware borsten had. De andere vrouw vond flesvoeding gewoon praktischer
De partner heeft weinig invloed op de keuze, ontdekte Kruize, evenmin als de verloskundige of gynaecoloog. Wel zet de verloskundige, die tijdens het eerste bezoek van de vrouw bijna standaard vraagt of de aanstaande moeder borstvoeding of flesvoeding gaat geven, vrouwen serieus aan het denken over hun keuze. Uit de literatuur komt overigens naar voren dat verloskundigen zich daar niet van bewust zijn
Bij medestudenten leidde het onderzoek van Kruize vaak tot de nodige hilariteit. Ben je zelf met die keuze bezig? Overigens is Kruize niet de enige student die bezig is met dit onderwerp. Haar coreferent tijdens het colloquium, Marianne van de Ven, werkt aan een afstudeeronderzoek naar de vraag hoe lang vrouwen doorgaan met borstvoeding en wat de redenen zijn om ermee te stoppen. Aan haar heeft Kruize veel gehad. Zo komt uit haar onderzoek naar voren dat de partner wel een belangrijke rol speelt. Over dat soort verschillen hebben we veel gepraat.
Kruize heeft de antwoorden van de vrouwen geanalyseerd met behulp van verschillende besluitvormingsmodellen. De analyse met de taaie besluitvormingsmodellen was niet Kruizes favoriete deel van het onderzoek. Leuker vond ze de interviews bij de hoogzwangere vrouwen thuis. Ik was best bang dat ze vooral sociaal correcte antwoorden zouden geven, maar ik vond de vrouwen heel open, vertelt Kruize. Zo vertelde een van de vrouwen die flesvoeding wilden geven dat ze tegenover de verloskundige heel lang had volgehouden dat ze nog niet wist wat ze wilde. In werkelijkheid wist de vrouw dat best, maar ze was bang dat haar keuze slecht zou vallen bij de verloskundige, een fervent voorstander van borstvoeding
Een vrouw was op het moment van het interview al veertig weken zwanger. Toen Kruize langskwam, bleek de vrouw niet thuis. Ze was, zoals Kruize direct vermoedde, naar het ziekenhuis. Vals alarm: twee dagen later kon Kruize haar alsnog interviewen

Re:ageer