Wetenschap - 6 juni 1996

Kerkstra

Kerkstra

Op tv was afgelopen zondag een debat over natuurontwikkeling, waarin voor- en tegenstanders elkaar in de haren vlogen. Een gesprek tussen doven?


Je hebt natuurlijk een onderscheid in opvattingen over natuur. Hoe wij in de samenleving aankijken tegen natuur is inderdaad een sociaal construct, een afspraak. Dat neemt niet weg dat er een eigen fysieke verschijningsvorm is van natuur, en dat is waar mensen als de bioloog Frans Vera het over hebben.

Hoe je die fysieke verschijningsvorm waardeert, hoe je die wilt zien, dat is een heel ander verhaal. Dat geldt natuurlijk overal. In de fysica hangt het van de meetopstelling af welke deeltjes je op welke manier wilt en kunt zien. Dat geldt hier ook.

Persoonlijk vind ik dat Vera gelijk heeft als hij stelt dat er een natuurlijk ontwikkeling plaatsvindt als je met je tengels van een gebied afblijft. Dat er dan iets interessants ontstaat. De andere stroming ziet een heel duidelijke rol weggelegd voor de boeren. De boeren zouden de producent zijn van natuur. Maar dan hebben we het over gemanipuleerde natuur, over bloempotten. Natuurlijk is door de mens getransformeerde natuur ook interessant, kunnen die landschappen aantrekkelijk zijn. Maar als boeren nu op grote schaal zeggen dat zij de natuur wel willen produceren, dan denk ik: Pas op als de vos de passie preekt. Dan wordt natuur een produkt en als de markt er niet meer om vraagt, stappen ze vrolijk op iets anders over. Dat was nou net niet de bedoeling.

Kijk, ik heb ook sinds de jaren vijftig het landschap zien veranderen, niet ten goede. Ik ben een boerenzoon en met pijn in het hart moet ik erkennen dat de boeren daar verantwoordelijk voor waren.

De discussie tussen voor- en tegenstanders van natuurontwikkeling is voor een deel terug te voeren op het eeuwige dispuut tussen alfa's en beta's. Daar valt weinig aan te veranderen. Persoonlijk vind ik het winst dat de grote natuurbeschermingsorganisaties van een defensieve strategie zijn overgeschakeld op een offensieve. De slag om het behoud van de kleine elementen zou verloren gaan binnen de voortdurende schaalvergroting in de landbouw. Nou, dan is het logisch dat ook de natuurontwikkeling naar schaalvergroting streeft. En dat kan ook, want op de Veluwe, de Waddenzee en in het rivierengebied zitten landbouw en natuur elkaar niet echt in de haren.

Probleem is wel dat natuurontwikkeling te veel van bovenaf wordt opgelegd. Dat zou anders moeten. En dat kan ook.

Re:ageer