Wetenschap - 9 april 1998

Kennisdag-discussie over teruglopende spermakwaliteit

Kennisdag-discussie over teruglopende spermakwaliteit

Kennisdag-discussie over teruglopende spermakwaliteit
Jongetjes mogelijk in de problemen door pseudo-oestrogenen
Mens en dier krijgen via hun voedsel stoffen binnen die de werking van het vrouwelijke hormoon oestrogeen kunnen nabootsen of blokkeren. Deze pseudo-oestrogenen worden in verband gebracht met een afname van de spermakwaliteit, met misvormingen van mannelijke voortplantingsorganen en met borst- en zaadbalkanker. De wetenschappelijke bewijzen hiervoor zijn zwak. Maar omdat de gevolgen enorm kunnen zijn, wil de Alternatieve Konsumentenbond alle verdachte stoffen uitbannen, waaronder bestrijdingsmiddelen en allerlei stoffen in plastics. LUW-toxicoloog dr Bram Brouwer vindt dat overdreven
Afnemende spermaconcentraties bij krokodillen in Florida, mannelijke forellen die in de buurt van een zuiveringsinstallatie vrouwelijk dooiereiwit gaan maken, een afname van de hoeveelheid spermacellen bij mannen en een toename van borst- en zaadbalkanker. Allemaal onderwerpen die de afgelopen jaren in het nieuws waren en in verband worden gebracht met pseudo-oestrogenen. Maar veroorzaken ze werkelijk deze problemen? Veel onderzoekers spreken elkaar tegen en veel onderzoeken zijn door het gebruik van verschillende onderzoeksmethodes moeilijk met elkaar te vergelijken
Stoffen die de werking van hormonen nabootsen bestaan, en mens en dier krijgen ze via voedsel binnen. Daar is iedereen het over eens, vertelt dr Bram Brouwer van de leerstoelgroep Toxicologie. Verder is het nog heel vaag. De discussie loopt nu een jaar of vier, maar er zijn nog steeds nauwelijks duidelijke verbanden gevonden.
De meeste pseudo-oestrogenen zijn van natuurlijke oorsprong. Mensen en dieren produceren ze zelf en plassen ze in een inactieve vorm uit. Veel groenten bevatten pseudo-oestrogenen stoffen of stoffen met een anti-oestrogenen werking. Daar wordt al eeuwenlang gebruik van gemaakt. Vrouwen van de Cherokee-stam in Noord-Amerika kauwden bijvoorbeeld op bladeren van een kervelsoort om zwangerschap te voorkomen
Een klein deel van de pseudo-oestrogenen in ons voedsel is van synthetische oorsprong. Die leveren wellicht de grootste problemen. Er is namelijk een groot verschil in stabiliteit tussen synthetische pseudo-hormonen en natuurlijke. Het lichaam maakt de helft van de natuurlijke hormonen binnen twee tot tien dagen inactief, terwijl dit bij sommige synthetische hormonen vijf tot tien jaar kan duren
Boodschapper
Pseudo-hormonen kunnen het effect van een hormoon zowel nabootsen als blokkeren. Theoretisch zouden beide effecten elkaar kunnen opheffen. Over hoe dat in de praktijk uitvalt, is nog niets te zeggen, meent Brouwer. Het is bovendien de vraag of de blokkerende en stimulerende hormonen op dezelfde plaats in het lichaam terecht komen.
Onderzoek naar de effecten van pseudo-oestrogenen heeft tot nu toe meer vragen opgeleverd dan antwoorden. Onderzoekers kwamen er achter dat het hormoonsysteem veel ingewikkelder is dan gedacht. Hormonen fungeren onder meer als boodschapper tussen de hersenen en de rest van het lichaam. Alleen organen die gevoelig zijn voor een hormoon reageren. Het hormoon bindt dan aan een receptor en zo'n complex van hormoon en receptor kan een gen activeren, dat weer de productie van een bepaald eiwit in gang zet. Vijf jaar geleden hadden we het over een receptor voor oestrogeen. Nu blijken er drie verschillende te zijn met twee verschillende bindingsplaatsen op het DNA.
Hierdoor zijn er in totaal zes combinaties mogelijk, die allemaal een verschillend effect hebben. Daarnaast verschilt het effect ook per weefseltype. Dat maakt het hormoonverstorende effect van een stof heel moeilijk te voorspellen, stelt Brouwer
Foetussen zijn het gevoeligst voor stoffen die de hormoonwerking verstoren. Volwassenen kennen een uitgebreid regulatiesysteem dat kleine schommelingen in de hormoonspiegel kan opvangen. Foetussen zijn nog niet in staat die hormoonspiegel zelf te reguleren. Dat kan in het geval van pseudo-oestrogenen vervelende effecten hebben, omdat die de ontwikkeling van jongetjes kunnen beinvloeden. Een gevolg kan zijn dat de zaadbal niet goed in de balzak indaalt of dat er afwijkingen ontstaan aan de uitwendige geslachtsdelen. In de zaadbal zelf zouden minder stamcellen voor de zaadproductie kunnen worden aangelegd, waardoor de jongetjes, eenmaal volwassen, minder vruchtbaar zijn
Het oestrogeen dat de moeder van nature produceert, is geen probleem voor jongetjes. Een oestrogeenbindend eiwit zorgt dat geen van de oestrogenen bij het jongetje terechtkomen. Maar synthetische pseudo-oestrogenen zouden wel eens veel minder stevig aan dit eiwit kunnen binden, waardoor ze de foetus wel kunnen bereiken en zijn hormonale regelsysteem kunnen verstoren
Handtekeningenactie
Wetenschappelijk gezien zijn er geen harde bewijzen voor een relatie tussen pseudo-oestrogenen en hun vermoede effecten. Er is nog jaren onderzoek nodig om meer duidelijkheid te krijgen, vinden wetenschappers. De grote vraag is of er nu al actie nodig is tegen stoffen met een mogelijke pseudo-oestrogenen werking. De Alternatieve Konsumentenbond (AKB) vindt van wel. De bond voerde vorig najaar een handtekeningenactie voor een verbod op alle stoffen waarvan de hormoonverstorende werking is aangetoond en alle stoffen die wellicht zo'n werking hebben
De bond stelde in een folder dat voor vijftig bestrijdingsmiddelen het hormoonverstorende effect is aangetoond. Bisfenol-A uit de binnenlaag van blikjes en bisfenol-A en ftalaten uit kunststofverpakkingen bootsen oestrogeen na, schreef de bond, evenals PCB's en dioxines
Brouwer vindt de folder van de AKB overdreven. Dit kan onnodige paniek opleveren. Door gebrek aan kennis is op dit moment nog geen duidelijke voorlichting te geven. Als je nu iets beweert, moet je het over drie jaar misschien weer herroepen. Het mankeert ons aan alles dat we nodig hebben bij een normale risico-inschatting. In de toxicologie moet je voor zo'n schatting weten wat de blootstelling is en de relatie tussen de dosis en het effect kennen. Dat is in dit geval problematisch. Bovendien schetst de AKB een doemscenario, waarvan ik niet denk dat het zal optreden.
Babyspeeltjes
Wetenschappers vinden het geweldig om alles beter uit zoeken, reageert drs Anja van de Ven, campagnemedewerker toxische stoffen bij Greenpeace. Het is de taak van de wetenschappers om een zorgvuldige afweging te maken. Maar op het moment dat wij vinden dat er voldoende bewijs is, vragen wij de overheid om maatregelen tegen een verdachte stof.
Greenpeace vindt dat er nu al genoeg informatie is om sommige verdachte weekmakers in plastic babyspeeltjes uit de handel te halen. De overheid wil verder onderzoek naar hoeveel van die weekmakers uit het plastic lekken en wat het effect is van die dosis. Maar zo gebruikt de overheid kinderen als proefkonijn.
Greenpeace vindt wel dat er meer onderzoek nodig is, maar wil de bewijslast omkeren. Fabrikanten moeten aantonen dat een stof veilig is. Zolang ze dat niet kunnen, moet het product van de markt. Blijkt het later wel veilig te zijn, dan kunnen de speeltjes alsnog verkocht worden, stelt Van de Ven
Ook voert Greenpeace actie tegen pvc, omdat bij de productie hiervan hormoonverstorende stoffen ontstaan. Er zijn alternatieven. Je kan de risico's vermijden. En dan hoef je echt niet terug naar het stenen tijdperk. Rioleringsbuizen van pvc zijn bijvoorbeeld te vervangen door polypropyleenbuizen of buizen van keramiek. En dikke buizen kun je van beton maken.
Diermodellen
Er zijn duizenden chemische stoffen die op Europees niveau officieel zijn toegelaten, maar die zijn nooit getest op hun hormoonverstorende effect. Brouwer meent dat het in de toekomst mogelijk zal zijn dat wel te doen. De leerstoelgroep Toxicologie ontwikkelt daartoe testen op basis van dierlijke cellen. Dr Rob Weber, androloog in het Academisch Ziekenhuis Dijkzigt in Rotterdam, denkt echter dat die testen nog weinig zeggen over het uiteindelijke biologische effect. En alle mogelijke combinaties van hormoonverstorende stoffen bekijken is onbegonnen werk
Diermodellen bieden vaak geen goed alternatief. Zo lopen onderzoekers bij het meten van het effect van allerlei stoffen op de zaadkwaliteit tegen grote problemen aan, vertelt Weber. De gebruikelijke knaagdieren zijn door hun enorme voortplantingsvermogen niet geschikt als proefdier, want al hun zaadcellen zijn van goede kwaliteit. Je zou met apen kunnen werken, maar dat zijn dure proefdieren.
Ook in epidemiologische studies loop je tegen problemen aan. De meeste blootstelling vindt via de voeding plaats. Maar op basis van wat mensen vertellen over hun eetgewoonten is het bijna onmogelijk te bepalen welke pseudo-oestrogenen ze binnen krijgen en in welke mate. Het zou ook interessant zijn om het sperma te testen van alle mannen die in een fabriek aan een bepaalde chemische stof worden blootgesteld. Maar die mannen zullen niet makkelijk allemaal sperma afstaan en een fabriek staat dat ook niet toe.
Weber: Ik ben terughoudend over wat meer onderzoek zal opleveren. In Nederland moet in de eerste plaats nog bekeken worden of trends als een afname van de zaadkwaliteit en een toename van zaadbalkanker werkelijk optreden. Op consultatiebureaus is een schat aan informatie aanwezig over afwijkingen aan de mannelijke geslachtsorganen. Deze informatie is echter grotendeels in kaartenbakken ondergebracht en is daardoor niet toegankelijk voor onderzoekers
Landbouw
Weber vindt dat er in Nederland weinig geld beschikbaar is voor onderzoek naar pseudo-oestrogenen. Bram Brouwer heeft een prachtig interdisciplinair project ingediend bij NWO. Maar als wij zeggen dat er nog geen bewijs is dat er een probleem bestaat, dan krijgt ons onderzoeksvoorstel geen prioriteit. De politiek maakt zich er niet druk om en ondertussen gaat de industrie door met het op de markt brengen van allerlei potentieel gevaarlijke stoffen.
Waarnemingen in het dierenrijk geven wel aan dat er iets aan de hand is. Daarom moet je niet alleen constateren dat er effecten optreden, maar ook maatregelen nemen. Bijvoorbeeld in de landbouw minder gebruik maken van oestrogeen-achtige stoffen. Ik weet alleen niet of dat kan, dat is niet mijn vakgebied.
De chemische industrie financiert Webers onderzoek naar de mogelijke vermindering van de zaadkwaliteit in Nederland en het percentage misvormde geslachtsorganen. Dat doet ze om aan te geven dat ze zich het probleem aantrekt. Maar uiteraard hoopt de industrie dat er uit komt dat haar producten geen effect hebben. Bovendien beseft ze uitstekend dat een negatief effect moeilijk is aan te tonen. Met een effect dat in een potje optreedt, kan je de industrie niet verbieden die stof nog te produceren.

Re:ageer