Wetenschap - 25 april 1996

Karssen leidt Europese samenwerking landbouwfaculteiten

Karssen leidt Europese samenwerking landbouwfaculteiten

LUW-rector Karssen wordt voorzitter van een overgangsbestuur van het Interfaculty Committee Agraria (ICA) in Brussel. Hij moet de banden van het ICA met het Europese netwerk Natura gaan aanhalen. De twee organisaties kwamen op 19 april in Gent (Belgie) bijeen op de jaarvergadering van het ICA. Daar werd dr ir W.H. Douma, voormalig faculteitsbestuurder van de LUW, uitgewuifd als president van ICA.


Het ICA is de officiele vertegenwoordiger van de Europese landbouwuniversiteiten en -faculteiten in Brussel en heeft daar uitstekende contacten. Het ICA is echter nauwelijks bekend bij de universiteiten. Natura is daar beter bekend, omdat het veel samenwerkingsprojecten tussen Europese wetenschappers heeft lopen ten behoeve van M.Sc.-opleidingen in ontwikkelingslanden. De rectoren die in Gent bijeen kwamen, willen uit kostenoogpunt de twee afzonderlijke organisaties en ondersteunende bureautjes in elkaar schuiven.

De samenwerking is nodig omdat het EU-programma Socrates, dat uitwisseling tussen studenten en staf stimuleert, nieuwe eisen stelt. Zo spreekt het programma van thematische netwerken waarbinnen faculteiten kunnen samenwerken. Daartoe moeten de universiteiten institutionele contracten met elkaar sluiten. Samenwerking tussen wetenschappers moet binnen zo'n institutioneel contract passen. Het ICA zal de thematische netwerken uitwerken, waarna de deelnemers aan Natura hun inhoudelijke samenwerking kunnen voortzetten in Natura-verband.

De conferentie in Gent was eind vorig jaar voorbereid in Wageningen. Met name LUW-rector Karssen en zijn Weense collega prof. L. Marz hebben de coordinerende rol van het ICA gestalte gegeven. De Wageningse inbreng in de Europese samenwerking is groot; voormalig LUW-rector prof. dr H.C. van der Plas is tot eind van dit jaar voorzitter van Natura.

De Europese rectores toonden zich in Gent bezorgd over de afnemende studentenaantallen bij de agrarische universiteiten. Volgens de Spanjaard Ryon, president van de Europese organisatie van landbouwkundig ingenieurs (Cedia), zijn de landbouwfaculteiten die het beste een relatie kunnen leggen met de zachte wetenschappen, momenteel het beste af. Via de thematische netwerken wil het ICA de uitwisseling rond duurzaamheidsconcepten en de ethische aspecten van biotechnologie nu stimuleren.

Karssen vond dat de bezuinigingen op de agrarische universiteiten wellicht moeten leiden tot meer samenwerking en afspraken over specialisatie, teneinde gezamenlijk te kunnen overleven. Zonder samenwerking zal het moeilijk worden voor afzonderlijke universiteiten om alle bestaande vakgebieden op een voldoende hoog niveau te blijven uitoefenen, dacht de rector.


De laatste jaren zijn er flink wat nieuwe technieken en landbouwsystemen ontwikkeld waarmee boeren het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen kunnen terugdringen. Zo leerde biochemisch onderzoek dat veel minder van de fotosyntheseremmer metribuzin nodig is als de dosering is afgestemd op het ontwikkelingsstadium van de plant. Onkruidkundige prof. dr M.J. Kropff van de vakgroep Theoretische produktie ecologie noemde in zijn inaugurele rede Strategisch balanceren, uitgesproken op 18 april, meer herbicide-besparende technieken.

Melganzevoet kan de boer effectief bestrijden met de schimmel Ascochyta caulina. En als mechanische onkruidbestrijder zijn de tot twintig meter brede wiedeggen veelbelovend, omdat ze in staat zijn over de gewasrijen heen het jonge onkruid te vernietigen zonder het gewas te schaden. Tot slot maken GIS en Global Positioning Systems zogeheten precisie-landbouw mogelijk, waarmee de boer het onkruid aanpakt op alleen die plaats waar te veel groeit.

Maar om de nieuwe technieken effectief toe te passen en onkruidgroei te voorkomen is flink wat plantenecologische kennis nodig, betoogt de hoogleraar. De roep om spuitvrije akkerranden langs sloten vraagt inzicht in de invloed van herbiciden en bemesting op de samenstelling van de randvegetatie. Andere plantenecologische kennis moet leiden tot eenvoudige adviezen bij het inzetten van schimmels als onkruidbestrijders, bij het vaststellen van de schadedrempel (de hoeveelheid onkruid waaronder de boer beter niet kan spuiten) of bij het voorkomen van te veel zaden in de grond.

Re:ageer