Wetenschap - 5 september 1996

Kalveropfokprogramma stemt tot tevredenheid

Kalveropfokprogramma stemt tot tevredenheid

Door Nederland gesteunde melkveehouderijprojecten voor kleine boeren in Kenya, Tanzania, Sri Lanka, Colombia en Ecuador resulteerden tussen 1980 en 1993 in meer melkveehouders, hogere melkgiften per koe, een hoog percentage lacterende koeien en een lage sterfte, met name bij kalveren. Dat blijkt uit het proefschrift Dairy Stock Development and Milk Production with Smallholders, waarop Rijk de Jong op 6 september wil promoveren bij emeritus hoogleraar dr D. Zwart en prof. dr ir H. van Keulen van de vakgroep veehouderij.

De Jong kreeg tijdens zijn werk in ontwikkelingslanden veelvuldig te maken met ontwikkelingen in de melkveehouderij. Zo zorgde het kalveropfokprogramma van Midcomul (Mid Country Milk Producers Union, Ltd), waarbij De Jong als vertegenwoordiger van de sectie Topische veehouderij betrokken was, bij kleine boeren in Sri Lanka in een hogere produktie. Hiermee hebben we laten zien dat kleine boeren best bereid zijn om zelf de kalveren op hun bedrijf op te fokken, mits ze daartoe worden gestimuleerd", aldus De Jong.

Veel kleine boeren waren ingenomen met het resultaat van de kalveropfok op het eigen bedrijf, doordat ze een bonus konden verdienen met het behalen van streefmaten. Zo'n bonusstelsel kost ongeveer honderd dollar per koe, terwijl import van jongvee minimaal tweeduizend dollar per koe kost", aldus De Jong. Veel boeren hebben hun management bijgesteld door meer melk of bijvoer te verstrekken om de gestelde doelen te bereiken.

Niet alle boeren bleken even goede kalveropfokkers. Het verschil tussen de dieren met de laagste en de hoogste groeisnelheid was groot. De groei in het tweede jaar was aanzienlijk lager dan in het eerste. Daarom moeten programma's de gehele opfokperiode ondersteunen om te resulteren in goed ontwikkelde vaarzen die op jeugdige leeftijd afkalven.

Re:ageer