Wetenschap - 15 januari 1998

KCW

KCW

KCW
Dr ir Piet Kuiper, hoogleraar Plantenfysiologie aan de Rijksuniversiteit Groningen
Wageningen is druk bezig met de voorgenomen fusie tussen LUW en DLO, maar hoe kijken buitenstaanders tegen dit proces aan?
De fusie had al veel eerder moeten plaatsvinden, meent Kuiper, die in Wageningen studeerde en er meerdere functies vervulde, zoals lid van het stichtingsbestuur van AB-DLO. Wageningen was verzuild. Er waren bijvoorbeeld drie onafhankelijke plantenfysiologische laboratoria.
Ik hoor veel kritische geluiden over de uitwerking van de fusieplannen. Over de vraag of fundamenteel en toegepast onderzoek in harmonie naast elkaar kunnen blijven staan. Maar daar ben je zelf bij. Ik heb dat zelf nooit als een probleem gevoeld. Door problemen uit de praktijk kun je juist merken dat er bepaalde fundamentele kennis ontbreekt. Het fusiebestuur moet wel goed opletten dat tussen beide groepen geen concurrentie ontstaat.
Kuiper vindt het geen goede zaak dat de Wageningers - mogelijk onder druk van de fusie - uit de landelijke onderzoekschool Functionele Ecologie zijn gestapt. Het bestuur moet het functioneren van onderzoeksgroepen niet alleen bekijken in de Wageningse context, maar ook in de nationale, Europese en mondiale. Als je het Nederlandse onderzoek van een afstand bekijkt zou je kunnen zeggen dat er al een grote Nederlandse universiteit is, omdat er zoveel samenwerkingsverbanden zijn. Dat moet je behouden; groepen moeten ook in landelijke onderzoekscholen kunnen blijven functioneren. Net zoals er binnen KCW ook onderzoekers zijn die Europese onderzoeksprojecten coordineren
Verder vindt Kuiper het een beetje naief om groeipercentages voor onderzoekers op te stellen. Vooruitgang in het onderzoek kent pieken en dalen. Na een bijzondere ontdekking kan een onderzoeksgebied ineens in een stroomversnelling komen. Het kenniscentrum moet ook uitkijken dat het niet te lang aan het reorganiseren is. Van een goed bestuur mag je verwachten dat ze binnen de kortst mogelijke tijd weer harmonie in de organisatie krijgen. Er moet eens wat rust in de tent komen. In Groningen hebben we de biologie in 1982 gereorganiseerd en sindsdien hebben we een rustig beleid gehad en proberen we reorganisaties te voorkomen.
Peter Nijhoff, directeur/secretaris van Natuur en Milieu
Ik heb het gevoel dat door dit fusieproces veel kennis beter gebundeld wordt, waar dat tot nu toe niet mogelijk was. De kracht van KCW is de integrale benadering van het landelijk gebied door de bundeling van disciplines. Voor zover ik het kan waarnemen wordt de fusie heel voortvarend aangepakt. De strategische visie is echt een heel goed verhaal; een inspiratiebron om mee verder te gaan. De missie is een goede afspiegeling van wat ons als milieu-organisatie, de landbouworganisaties en recreatie-organisaties voor ogen staat. Het is belangrijk dat Wageningen meer naar kwaliteit gaat kijken dan naar kwantiteit.
Het is absoluut nodig om de strategische visie ook te verzilveren. Daarvoor moeten er binnen KCW waarschijnlijk geldstromen verschuiven en het ministerie moet met extra geld over de brug komen. Dit land is toch niet te arm om een goed kenniscentrum te runnen? Nijhoff heeft ook al een potje op het oog voor dat extra geld, namelijk het fonds economische structuurversterking. Daar zit honderd miljard gulden in aan aardgasopbrengsten en aan opbrengst van verkoop van bedrijven. De Stichting Natuur en Milieu wil dat dat geld niet alleen aan Schiphol en de Rotterdamse haven wordt besteed, maar ook aan de groene ruimte
Ik hoop niet dat alleen de commerciele markt bepaalt wat KCW wel en niet doet. Nijhoff vindt het jammer dat er juist grote klappen vallen bij IBN-DLO, een instituut dat de groene ruimte bestudeert. Ook vindt hij dat er meer geld moet komen voor onderzoek naar biologische landbouw, niet alleen voor landbouwkundig onderzoek, maar ook bijvoorbeeld in de sociologische sfeer. Sociologen moeten dan onderzoeken hoe de consument ontvankelijker is te maken voor biologische producten
Ir Kor Geling, tot voor kort voorzitter van bestuur Advanta (voorheen Royal Van de Have Groep)
Het had niet misstaan als de fusie vijf jaar eerder had plaatsgevonden. Het is goed voor de Nederlandse bedrijven als de efficientie van het onderzoek verbetert. Op termijn moet echter nog blijken of bedrijven er werkelijk voordeel van ondervinden. Dat het onderzoek commercieler wordt, is an sich een goede zaak. Dat betekent wel dat KCW moet concurreren met buitenlandse instellingen. Ze moeten waar voor hun geld leveren. Vroeger subsidieerde de overheid bedrijven via de instituten. Als KCW concurrerend blijft, hebben we een lichte voorkeur voor Wageningen. Dat is dichter bij en het praat makkelijker op een golflengte. Maar wat dat betreft concurreert KCW ook met bedrijven als Mogen en Keygene.
De grotere zaadbedrijven volgen de ontwikkelingen in Wageningen nauwkeurig. In gespreksgroepen bemoeien mensen van die bedrijven zich er ook mee. Die brengen de discussie ook weer in hun eigen bedrijf in, vertelt Geling. Voor kleinere bedrijven is het minder interessant. Er ontstaat een kloof tussen het niveau waarop het kenniscentrum praat en waarop de kleine bedrijven praten. Geling vindt dat het kenniscentrum moet blijven communiceren met de hele bedrijfstak, zowel met de grote als met de kleine bedrijven. Kleine bedrijven missen met hun toegepaste onderzoek de aansluiting met het meer fundamentele onderzoek in Wageningen
Een punt van zorg vindt Geling het onderwijs. Wij willen de kwaliteit van de opleiding gegarandeerd zien. Maar ook de opleidingsmarkt wordt internationaler. Ook dat betekent concurrentie met het buitenland
Prof. dr ir Klaas van 't Riet, adjunct-directeur van TNO-Voeding
Ik vind het prachtig om de fusie op afstand te bekijken. Als goede raad wil Van 't Riet aan de fusiepartners meegeven dat ze zich niet te veel moeten bezighouden met interne processen. Als KCW zich te veel in zichzelf keert, is dat voor onze concurrentiepositie wel goed, maar het is niet goed voor Nederland als geheel. TNO-Voeding is momenteel op voedingsgebied de grootste organisatie in Nederland. Nu in Wageningen het onderzoek geconcentreerd wordt, moet het onderzoek goed worden afgestemd met TNO-Voeding. Anders gaan we elkaar in Nederland een beetje achterna zitten en verdoen we te veel van onze energie ten opzichte van onze buitenlandse concurrenten.
TNO-Voeding denkt er niet aan om net als DLO met een universiteit te fuseren. Wij kiezen een ander systeem van samenwerken. We werken met centra waar zowel wij als een universiteit geld in stoppen. Met Leiden werkt TNO-Voeding intensief samen op het gebied van de plantenbiotechnologie, met Groningen op het gebied van de koolhydratentechnologie en met Utrecht op het gebied van de levensmiddelenmicrobiologie. Samen met de LUW heeft TNO een Centrum voor eiwittechnologie
Dr Hans Lambers, hoogleraar Botanische oecologie aan de Universiteit Utrecht
Wageningen moet zich niet te veel op zichzelf terugtrekken. Lambers zou het erg jammer vinden als de beoogde intensieve samenwerking met Nijmegen en Utrecht niet van de grond komt. Voorlopig zet KCW al zijn krachten op de samenwerking tussen LUW en DLO, verwacht Lambers. Het kan zijn dat je dan je andere plannen vergeet. Dat levert een vertraging op die ik betreur.
Op de lange termijn ziet hij geen problemen voor de samenwerking tussen Utrecht en Wageningen. Uiteindelijk zoek je toch zinvolle wetenschappelijke contacten. Bestuursstructuren zijn daarbij niet zo belangrijk.
Lambers is gematigd positief over de Wageningse fusie. Hij denkt dat er niet dramatisch veel verandert. Er was al veel samenwerking tussen de LUW en DLO-instituten. De fusie brengt volgens hem wel een aantal negatieve ontwikkelingen aan het licht die niet door de fusie komen. Zo kan de politiek door de fusie makkelijker argumenten vinden voor bezuinigen op het Wageningse onderzoek. Dat komt niet door de fusie op zich, maar door de huidige cultuur in Nederland waarin weinig geld beschikbaar is voor fundamenteel onderzoek
Lambert denkt ook dat het heel fout is als KCW zich louter en alleen op toegepast onderzoek gaat richten. Wageningen moet weerstand bieden tegen druk van de overheid die snel waar voor haar geld wil zien. KCW moet waken voor een goede verhouding tussen fundamenteel en toegepast onderzoek. Fundamenteel onderzoek is nodig om het toegepaste onderzoek te voeden, anders bloeit de boel dood.

Re:ageer