Wetenschap - 14 mei 1998

Jongleren met de waarde van de DLO-gebouwen

Jongleren met de waarde van de DLO-gebouwen

Jongleren met de waarde van de DLO-gebouwen
DLO gaat 380 miljoen gulden voor zijn gebouwen overmaken aan het ministerie van Financien, maar hoeft daarvoor slechts een lening van 110 miljoen af te sluiten. Hoe kan dat? Een reconstructie van lastige onderhandelingen, waarbij de deelnemers tot de conclusie kwamen: DLO kan alleen privatiseren als we geld rondpompen
Het ministerie van Landbouw besluit DLO te verzelfstandigen en onder te brengen in het Kenniscentrum Wageningen. Daarbij hoort de overdracht van de gebouwen. Die zijn eigendom van de dienst Domeinen, onderdeel van Financien. Die moet ze tegen een schappelijk prijsje van de hand doen, vindt Landbouw. Maar hoeveel zijn die gebouwen en terreinen van DLO precies waard?
Taxateurs van Financien nemen het zaakje op en ontdekken dat DLO de afgelopen tien jaar een indrukwekkend nieuwbouwprogramma heeft gerealiseerd. De vervangingswaarde van de gebouwen bedraagt 1,2 miljard gulden. Dat kan DLO niet betalen, maar dat hoeft ook niet. Financien wil rekenen met de economische waarde van de gebouwen: wat kosten ze als je ze op de markt te koop aanbiedt? Bij huizen ligt de economische waarde boven de vervangingswaarde, maar bij landbouwkundige instituten niet: je kunt al die gespecialiseerde gebouwen alleen met zwaar verlies op de markt kwijt. Landbouw en Financien raken het erover eens dat de economische waarde slechts 400 miljoen gulden bedraagt
Voor Financien is dan de kous eigenlijk af: die 400 miljoen moet er komen. Landbouw zet de onderhandelingen in met de nuloptie: DLO moet de gebouwen gratis krijgen. Als onderdeel van het ministerie heeft DLO geen kapitaal kunnen opbouwen; de instituten hebben geen geld op de bank staan. Het is ook niet mogelijk 400 miljoen te lenen, want volgens de nieuwe begrotingsrichtlijnen draait de helft van de DLO-instituten met verlies. Die kunnen de komende jaren dus onmogelijk geld overhouden om de lening af te lossen, laat staan om te sparen voor onderhoud en renovatie van gebouwen
Maar de gratis overdracht van de gebouwen van het rijk aan de onderneming DLO is onacceptabel, repliceert Financien. Het is not done om de marktpartij DLO zwaar te bevoordelen tegenover andere ingenieursbureaus die hun huisvesting op de markt moeten verdienen
Landbouw nuanceert dan de marktpositie van DLO. De dienst is nog zwaar afhankelijk van de overheid en kan slechts voor een klein deel als marktpartij worden aangemerkt. Het overgrote deel betreft onderzoeksopdrachten voor de overheid en strategisch onderzoek om het kennisniveau op peil te houden. Voorts voert Landbouw aan dat DLO geen winst mag maken op overheidsopdrachten
De ministeries komen dan tot een indeling van het DLO-onderzoek. Twintig procent van DLO doet strategisch onderzoek, vijftig procent doet onderzoeksopdrachten voor het ministerie van Landbouw en dertig procent doet marktonderzoek. Voor dat laatste percentage kun je DLO aanmerken als marktpartij, redeneert Landbouw. Financien accepteert deze indeling
Schatkist
Dan wordt het tijd om af te rekenen. Ten eerste: Landbouw biedt aan om het strategisch onderzoek voor zijn rekening te nemen. Da's twintig procent van 400 miljoen, ofwel 80 miljoen gulden. Deze subsidie maakt Landbouw over aan DLO, die het geld vervolgens aan Financien overhandigt. Ten tweede: DLO draait als marktpartij op voor het marktdeel van het onderzoek. Dat is dertig procent, ofwel 120 miljoen gulden. Nu nog de vijftig procent; welk ministerie draait daar voor op? Landbouw stelt: dat bedrag hebben we niet, dan gaan we over onze begroting heen. Maar als Financien het bedrag binnen de eigen begroting compenseert, is geen sprake van een tegenvaller. En zo geschiedt, er is een akkoord
Toen het akkoord aan het papier werd toevertrouwd, bleken de getallen iets anders in elkaar te steken. Het ronde onderhandelingsgetal 400 miljoen voor de DLO-gebouwen was vervangen door 380 miljoen. De toezegging van Landbouw (80 miljoen) bleef intact, het marktdeel van DLO werd 110 miljoen en de bijdrage van Financien werd 190 miljoen
De eindafrekening ziet er daarom als volgt uit, meldt de financieel directeur van DLO, dr Peter van de Jagt. DLO maakt dit jaar 380 miljoen gulden over aan Financien. De schatkistbewaarders krijgen dus daadwerkelijk dit bedrag binnen als boeking onder de aanhef DLO-gebouwen. Voorafgaand aan deze overboeking ontvangt DLO twee girootjes van Landbouw: een ter waarde van 80 miljoen, een van 190 miljoen gulden. Dat laatste bedrag declareert Landbouw weer bij het ministerie van Financien, dat deze som als uitgave op zijn begroting 1998 boekt. Anders gezegd: Financien stort via een omweg 190 miljoen uit zijn begroting in de schatkist
Het was wat ingewikkeld, maar de onderhandelaars hebben zo zuiver gehandeld en zijn allemaal tevreden. Financien heeft de onderhandelingen gewonnen, want het ministerie ontvangt de economische waarde voor de DLO-gebouwen. DLO heeft gewonnen, want de dienst betaalt slechts 110 miljoen voor gebouwen die het tienvoudige waard zijn. En Landbouw heeft gewonnen, want voor de geringe som van 80 miljoen gulden is de verzelfstandiging van DLO een feit. Iedereen kan elkaar tevreden de hand schudden
Bovenop die 80 miljoen gulden krijgt DLO nog een bijdrage van Landbouw. DLO moet immers 110 miljoen lenen op de kapitaalmarkt en de schuld met rente afbetalen. Dat leidt tot een lastendruk van zo'n 5 miljoen per jaar. Gelet op het magere rendement van DLO is dat vervelend. Landbouw draagt daarom de helft van de kosten bij, zodat DLO de komende jaren 2,5 miljoen gulden voor zijn gebouwen moet betalen. Dat is twee promille van de vervangingswaarde van de gebouwen. De landbouwonderhandelaars hebben goede zaken gedaan

Re:ageer