Wetenschap - 17 september 1998

Jonge ingenieurs veranderen vaak van baan

Jonge ingenieurs veranderen vaak van baan

Jonge ingenieurs veranderen vaak van baan
De Wageningse afgestudeerden veranderen vaker van baan dan vroeger. Daarom staan ze relatief lang ingeschreven bij de vacaturebank van KLV. Ze zijn meestal niet werkloos, maar zoeken nieuw werk na hun tijdelijke contract
Steeds meer Wageningse ingenieurs schrijven zich jaren na hun afstuderen nog in bij de sollicitantenbank van de Koninklijke Landbouwkundige Vereniging (KLV). Op dit moment is negentig procent van de ingeschreven ingenieurs langer dan een jaar afgestudeerd, 55 procent haalde de bul zelfs meer dan vijf jaar geleden. Dit blijkt uit een analyse van de sollicitantenbank van KLV op 1 juli dit jaar. KLV is de vereniging van academici actief in landbouw, voeding, natuur en milieu
De cijfers betekenen niet dat de Wageningse ingenieurs er beduidend langer over doet om aan de slag te komen. Ook is de werkloosheid onder academici niet gestegen, die neemt al een aantal jaren af. Langer afgestudeerden schreven zich in het verleden gewoon niet in, dus bestond die groep eenvoudig niet, verklaart KLV-onderzoeker ir Eline Boelee. Dat zij nu wel als werkzoekend ingeschreven staan, schetst de situatie op de arbeidsmarkt, waar meer en meer tijdelijke arbeidscontracten voorkomen. Mensen weten dan dat ze op termijn nieuw werk moeten zoeken en schrijven zich in. Het is dan ook niet zo dat die mensen daadwerkelijk werkloos zijn. Boelee heeft geen werkloosheidsgegevens beschikbaar, uit het oogpunt van privacy
De analyse van KLV duidt er op dat de LUW-ingenieur veelvuldig van baan verandert. Dit komt ook naar voren in het loopbaanonderzoek dat KLV samen met Bureau Arbeidsmarktonderzoek van Stoas uitvoerde in 1996. Hieruit blijkt dat de Wageningse ingenieur gemiddeld 3,6 jaar in de laatste functie verbleef. Een vijfde deel van deze functies duurde korter dan een jaar. Tussen 1992 en 1996 veranderde 61 procent van de Wageningse ingenieurs in Nederland minimaal een keer van baan
Van alle LUW-ingenieurs werkte in 1996 95 procent in loondienst. Iets meer dan een kwart van deze groep heeft een tijdelijke aanstelling. Van de ingenieurs die korter dan vier jaar zijn afgestudeerd, heeft maar liefst 59 procent een tijdelijke baan
Ook de eerste baan van de ingenieurs die in 1997 afstudeerden was in 55 procent van de gevallen een tijdelijke aanstelling, blijkt uit de Rector Magnificus Enquete van 1997
De vele functieveranderingen stellen hoge eisen aan de afgestudeerden. Zij moeten in staat zijn zich in korte tijd in te werken, hun kennis moet snel operationeel zijn, zij moeten hun kennis up to date houden door bij- en nascholing en zij moeten contacten onderhouden om nieuwe functies te verwerven, zo stelt het onderzoeksrapport De Wageningse ir. in functie
Opvallend aan de analyse van de sollicitantenbank op 1 juli is dat de pas afgestudeerde ingenieurs met een tropische studierichting, Tropisch landgebruik of Rurale ontwikkelingsstudies, veel meer gebruik maken van de sollicitantenbank dan de ingenieurs met een westerse opleiding. Volgens Boelee is dit verklaarbaar met de wetenschap dat sollicitatieprocedures voor een baan in het buitenland vaak een half jaar tot een jaar in beslag nemen
Ook pas-afgestudeerden van de studierichtingen Voeding en gezondheid, Levensmiddelentechnologie en Plantenveredeling en gewasbescherming zoeken relatief vaker werk via de sollicitantenbank. Boelee verklaart dit uit het feit dat ruim een derde van de jonge ingenieurs van deze richtingen lid is van KLV, tegen twintig procent van de andere opleidingen
Beroepsbevolking LUW-ingenieurs in juli 1998
  • KOP = LUW-ingenieursIdem, korter dan
  • KOP = Totaal Werkzoekend1 jaar afgestudeerd
  • KOP = opgeleidvia KLVtotaalvia KLV
  • = Biologie 1361 735% 59 4 7%
  • = Bosbouw 908 627% 26 519%
  • = Agrosysteemkunde 56 0- 10 0 -
  • = Landinrichtingswetenschappen 2178 86- 58 916%
  • = Bodem, water, atmosfeer 724 395% 29 310%
  • = Economie 1337 423% 77 4 5%
  • = Huishoudwetenschappen 942 273% 40 1 3%
  • = Tropisch landgebruik 1266 1068% 42 1024%
  • = Rurale ontwikkelingsstudies 257 145% 27 622%
  • = Sociologie 405 133% - - -
  • = Plantenveredeling 1610 966% 38 821%
  • = Plantenteeltwetenschappen 1337 715% 17 1 6%
  • = Zootechniek 1736 674% 57 3 5%
  • = Levensmiddelentechnologie 1596 976% 78 1621%
  • = Voeding en gezondheid 1101 686% 46 1022%
  • = Milieuhygiene 1638 1026%116 1816%
  • = Moleculaire wetenschappen 719 172% 23 313%
  • = Bioprocestechnologie 145 96% 37 411%
  • = Totaal2004210145%80610513%

  • Re:ageer