Wetenschap - 25 april 1996

Jonge honden winnen Rabo-wedstrijd

Jonge honden winnen Rabo-wedstrijd

Moderne ondernemer heeft aan lef alleen niet genoeg

Banen liggen voor de pas afgestudeerde ingenieur niet meer voor het oprapen. Daarom kan de start als ondernemer een uitkomst zijn, maar niet zonder opleiding of training. Om jonge ondernemers te stimuleren organiseerde de Rabobank voor de tweede maal een landelijke ondernemersplancompetitie. Wageningen deed voor het eerst mee en stuurde twee deelnemers naar de finale in Utrecht.


Het was tijdrovend, want er moest veel worden uitgezocht en veel worden getelefoneerd met bedrijven en ministeries. Juist de mensen die ze het hardst nodig hadden voor hun ondernemingsplan bleken nou net onbereikbaar. De laatste week voor de finale hebben we iedere avond tot half twee 's nachts doorgewerkt." P. Brandsma en zijn companen T. Kortekaas en ir C. de Veer wonen alle drie op de Bornsesteeg en zitten regelmatig samen in de kroeg. Een idee dat dan ontstaat werken we de volgende dag uit", aldus Brandsma, die het groepje omschrijft als jonge honden.

Zij wonnen de lokale ronde van de landelijke Rabobank Business Challenge 1996. De drie, twee economen en een zootechnicus, schreven een ondernemingsplan voor EuroRec, dat afgedankt bruingoed, in het bijzonder televisies, moet verwerken tot grondstoffen. Zij spelen in op aangescherpte wet- en regelgeving en de verwijderingsbijdrage die de overheid dit jaar invoert. Die maakt het lucratief om apparaten te demonteren en grondstoffen opnieuw te gebruiken.

Afvalsturing Haarlem bleek als kapitaalverschaffer en aandeelhouder voor het fictieve EuroRec te willen fungeren. Het initiatief werd daar dan ook als serieus industrieel project gepresenteerd. Het spelkarakter van de Challenge verleidde informanten, potentiele afnemers en toeleveranciers onvoldoende tot medewerking, zegt Brandsma.

EuroRec heeft tot nu toe 250 gulden gewonnen. Daarvan hebben we een borrel gedronken en een deel van de kosten gedekt." Omdat ze niet meer dan 300 gulden wilden uitgeven, hebben de drie ondernemers in de dop de gegevens van recycle-bedrijven niet voor 160 gulden gekocht bij de Kamer van Koophandel, maar opgezocht in Gouden Gidsen. Tijdrovend, dat wel.

Capaciteiten

De Wageningse nummer twee en winnaar van de orginaliteitsprijs gaat ook naar de finale in Utrecht, waar tienduizend gulden valt te winnen. A. Sikking en B. Kuijpers studeren respectievelijk Economie en Bodem en water, combineren zorg voor verstandelijk gehandicapten en psychiatrische patienten met een biologisch gerunde boerderij, genaamd Ratjetoe, Zorg en produktie gaan hand in hand gaan."

De ondernemers van Ratjetoe ontdekten dat ze in vicieuze cirkels terecht dreigden te komen. De bank geeft geen geld als niet bekend is welke boerderij wordt gepacht en verbouwd en een eigenaar, bijvoorbeeld Natuurmonumenten, verpacht geen opstallen als niet duidelijk is of de financiering rond is", aldus Kuijpers. Het in kaart brengen van de subsidies bleek ook nogal lastig.

De Wageningse jury, drs P. Swinkels van de Wageningse Rabobank en ing E.A. Smits van de Kamer van Koophandel, gaf rapportcijfers. EuroRec won nipt met een punt verschil.

Zowel EuroRec als Ratjetoe beginnen vrijwel zonder eigen vermogen. Het kunnen aantrekken van vreemd vermogen, het verkopen van je ondernemingsplan, is een belangrijke kwaliteit voor ondernemers. Onlangs verscheen Het starten van een bedrijf, ervaringen van 2000 starters, een rapport van het Economisch instituut voor het Midden en Kleinbedrijf (EIM). Daarin staat hoe in 1994 gestarte ondernemers hun eigen kwaliteiten inschatten. Slechts een kwart voelt zich sterk genoeg op de terreinen aantrekken van vreemd vermogen, participatie in relevante netwerken en financieel-administratieve kennis. Terwijl op punten als risico's nemen, openstaan voor nieuwe ontwikkelingen en ondernemerscapaciteiten 65 tot bijna 80 procent zich sterk tot zeer sterk voelt.

Academie

Uit het rapport blijkt verder dat bijna dertig procent van de starters een hbo- of universitaire opleiding heeft en dat vier op tien starters een schriftelijk ondernemingsplan hebben. Een op de zes volgde een cursus. Uit het onderzoek, een langlopend project gefinancierd door het ministerie van Financien, blijkt dat na een jaar negentig procent van de bedrijven nog bestaat, maar de ervaring van de Kamer van Koophandel is dat na vijf jaar nog maar dertig procent van de nieuwe ondernemers actief is.

De Rabobank, die vindt dat werkgelegenheid in midden- en kleinbedrijf in belang toeneemt, is niet alleen sponsor van de Business Challenge, maar steunt ook de opleiding van ondernemers in spe via de Ondernemersacademie. In groepjes van veertien krijgen jonge starters training in mens, markt en geld. Het wegnemen van angsten, zelfanalyse, stellen van doelen, theorie en praktijk van marktverkenning, communicatieve vaardigheden, onderhandelen, verkooptechniek, adviesvaardigheid en het lezen van een balans en winst- en verliesrekeningen worden in 32 halve dagen - en een flinke portie huiswerk - bijgebracht. De ondernemer kan het nuttige met het leerzame verenigen door zijn ondernemingsplan te schrijven tijdens de cursus.

De Rabobank vergoedt driekwart van de tienduizend gulden cursuskosten, want zegt Raboman Swinkels: Starters moeten een stevig begin maken. Er haken er te veel af." Cursisten zijn overigens niet verplicht hun financiering bij de Rabobank onder te brengen.

Studiepunten

Wat betreft opleiding en toepassen van theoretische kennis zijn de jongens van EuroRec het meest tevreden. We hebben onze kennis gebundeld en vertaalt." Brandsma vindt het schrijven van een ondernemingsplan thuishoren in het curriculum. We hebben voornamelijk theoretische vakken over deze materie. Daar ga je niet gedetailleerd in op praktische zaken." Het schrijven van een ondernemingsplan doet veel meer dan gewone vakjes een beroep op de creativiteit van de deelnemers. Dit jaar kregen de teams die meededen studiepunten en waren er gelijk negen deelnemende teams uit Wageningen.

De ondernemers van Ratjetoe hadden moeite met het cijfermatige plaatje, zegt Sikking. We hebben wat uit onze duim moeten zuigen." Kuijpers complimenteert EuroRec: Die hadden het cijferwerk knap verzorgd. Wij hadden alleen bedrijfseconomische kennis van onze opleiding op de HAS." Een toekomst voor hun onderneming zien Kuijpers en Sikking niet direct. Ze houden Ratjetoe achter de hand voor als ze terugkomen uit de tropen.

De finaleplaats in de Business Challenge is ook voor de, serieus overkomende, jongens van EuroRec nog geen reden de onderneming daadwerkelijk op te zetten. Heroverwegen ze die beslissing? Brandsma voorzichtig: Als de mogelijkheid zich voordoet, ja. Dan beginnen we misschien."

Duurzame voedselproduktie is geen utopie

Puur om de eiwitten hoef je het niet te doen", zegt dr. ir. B. Linsen, projectleider van het programma Novel Protein Foods van het interdepartementaal onderzoekprogramma Duurzame Technologische Ontwikkeling. Bij een gevarieerd menu kun je vlees zonder problemen schrappen. Toch zullen mensen, ook in de toekomst, vlees blijven eten. Maar het moet wel minder. Daarom zoeken we naar alternatieven. En die zijn er." De biologische burger ligt in het verschiet.


Het onderzoekprogramma Novel Protein Foods van Duurzame Technologische Ontwikkeling (DTO) stelt zich ten doel in het jaar 2035 veertig procent van de binnenlandse vleesconsumptie en de export te vervangen door Novel Protein Foods (NPF's), plantaardig geproduceerde eiwitten. Dat is bij een groeiende wereldbevolking en een beperkte toename van de welvaart noodzakelijk. De produktie van vlees brengt een te grote aanslag op het milieu met zich mee, in de vorm van mestoverschotten, ongewenste emissies en gebruik van energie, ruimte en grondstoffen.

Een duurzame voedselproduktie is geen utopie, concluderen de onderzoekers van het DTO-programma NPF's na anderhalf jaar verkennend onderzoek. Er zijn echter wel maatschappelijke aanpassingen en nieuwe technologieen voor nodig. Nieuwe produktiesystemen moeten binnen een periode van vijftig jaar de milieu-efficiency met een factor twintig verbeteren.

Begin volgende maand brengt het bureau DTO een rapport uit met een bundeling van de onderzoeksresultaten. Bij het project zijn onderzoekers betrokken van het ATO-DLO, de LUW en TNO-Voeding.

Het DTO-programma stimuleert de ontwikkeling van de nieuwe systemen en technologieen die noodzakelijk zijn voor een duurzame samenleving. Het project kent de deelprogramma's Verplaatsen, Huisvesten, Water, Chemie en NPF's. In samenwerking met onderzoekers, bedrijven en maatschappelijke instellingen doet het programmabureau ervaring op met het beinvloeden van technologie-ontwikkelingen in de gewenste duurzame richting. Dit alles in opdracht van de ministeries van LNV, VROM, EZ, V&W en OC&W.

Er is voor het NPF-programma nog geen produkt gemaakt," zegt Linsen. Maar nu het onderzoekdeel van het illustratieproces NPF's is afgesloten, zijn zeven kansrijke NPF-opties geselecteerd. Het is niet de bedoeling dat deze produkten het lapje vlees gaan vervangen. De NPF's kunnen dienen als vervangers van bewerkte vleesprodukten, zoals gehakt, hamburgers of slavinken. Ook zullen ze worden verwerkt in kant-en-klaar maaltijden en snacks," aldus Linsen.

Fermentatie

De DTO-onderzoekers karakteriseren Protex als een kansrijke vleesvervanger. Het is een ingredient met een gehaktachtige structuur, gebaseerd op een eiwit dat uit vier verschillende bronnen gemaakt kan worden: de cyanobacterie Spirulina, de erwt, een genetisch gemodificeerde erwt en een concentraat van luzerne. Fibrex is een vezelachtig ingredient, via continue fermentatie gemaakt uit de schimmel Fusarium. Fungopie tot slot is een ingredient dat voorkomt uit de fermentatie van de erwt of een genetisch gemodificeerde lupine met de schimmel Rhizopus.

In deze zeven kansrijke opties zijn twee genetisch gemodificeerde gewassen opgenomen. Niet omdat die noodzakelijk zijn, maar meer als een van de mogelijkheden", benadrukt Linsen. We willen graag weten in hoeverre de consument genetisch gemodificeerde gewassen zal accepteren. Hoewel genetisch gemodificeerde gewassen volgens het instituut voor consumentenonderzoek Swoka vermoedelijk op middellange termijn gemeengoed worden, zullen consumenten die overschakelen op dit soort produkten dat juist doen vanwege de natuurlijke uitstraling. Het is dan niet verstandig alles in te zetten op genetisch gemodificeerde gewassen."

Uit het onderzoek blijkt dat NPF's waar het gaat om de macronutrienten (eiwitten, vetten, koolhydraten en vezels) zonder problemen vlees kunnen vervangen. Met een lager vet- en cholesterolgehalte en een hoger gehalte onverzadigde vetzuren, koolhydraten of voedingsvezels scoren ze zelfs beter dan vlees. Ook zijn gezondheidsbevorderende additieven gemakkelijk toe te voegen.

De micronutrienten in vlees, zoals vitamines en mineralen, liggen wat problematischer. Zo is de biologische beschikbaarheid (hoe goed het lichaam een stof kan opnemen) voor ijzer en vitamine B12 van plantaardige oorsprong lager dan bij een dierlijke oorsprong. Dat hoeft bij een gevarieerd menu geen problemen op te leveren. Ontbreken op dit menu zuivelprodukten en eieren, dan is het nodig de NPF's te voorzien van extra nutrienten. Of de consument moet supplementen tot zich nemen. Verder onderzoek moet hier meer duidelijkheid over verschaffen.

Sensoriek

Veel onderzoek is ook nog nodig naar smaak en textuur van NPF's. Het moet natuurlijk allemaal wel gewoon lekker, betaalbaar en makkelijk te bereiden blijven, wil de consument massaal overstappen op vleesvervangende produkten. Consumentenacceptatie en -preferentie is van doorslaggevende betekenis voor het realiseren van de doelstelling, veertig procent verdringing van vleesprodukten in 2035. Voor het zover is, moet een aantal technologische knelpunten worden opgelost.

Een van de knelpunten die binnen tien tot vijftien jaar moeten zijn opgelost is de sensoriek, ofwel smaak en textuur van NPF's. De bestaande vleesvervangende produkten hebben een zeer beperkt marktaandeel, vooral door hun door consumenten weinig geaccepteerde structuur, smaak en geur. De oorzaak daarvan is volgens de DTO-onderzoekers vooral een gebrek aan kennis over het verwerken van een willekeurige plantaardige of microbiele eiwitgrondstof tot een ingredient met een sensoriek die geschikt is voor levensmiddelen.

De eiwitten in NPF's beinvloeden door hun bijdrage aan de textuur het mondgevoel. Ook zijn eiwitten in staat om geurstoffen te binden, zodat ze indirect invloed hebben op aromavorming. Om eiwitprodukten van de gewenste smaak te voorzien, is meer kennis nodig over de interactie van eiwitten met aromastoffen. Hiertoe zijn drie onderzoekprogramma's uitgewerkt onder het thema Sensoriek.

Ook moet een verdere reductie van de milieubelasting bij de produktie van NPF's worden bewerkstelligd. De grootste milieubelasting bij NPF-ingredienten ontstaat door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen bij de produktie van de grondstoffen. Biologische bestrijding, de toepassing van zogenoemde groene chemicalien en mechanische onkruidbestrijding kunnen de milieu-score van NPF's verbeteren.

Knelpunt

Een andere voorwaarde voor een succesvolle doorbraak van NPF's is de betaalbaarheid en daarmee de grootschalige produktie. Bij een verdringing van vleesprodukten met veertig procent dient in 2035 driehonderdduizend ton vleesvervangende eiwitten te worden geproduceerd.

Opschaling van de NPF-produktie geldt nu al als een mogelijk technologisch knelpunt. Met name de beheersbaarheid van grootschalige vaste-stof-fermentatieprocessen gaat vermoedelijk voor problemen zorgen. Kwaliteit en hygiene bij produktie op grote schaal moeten worden gewaarborgd. Dit laatste is volgens de onderzoekers naar verwachting voor NPF's makkelijker dan voor vlees. De problemen bij opschaling van de produktie van NPF's gaan pas een rol spelen wanneer er jaarlijks enige tonnen van nodig zijn. Naar verwachting is dat vanaf het jaar 2015 het geval.

De vleessector komt tussen nu en 2035 hoe dan ook onder zware druk te staan," voorspelt Linsen. Grootschalige introductie van NPF's doet daar nog een schepje bovenop, zo blijkt uit een toekomstscenario van het Landbouw-economisch Instituut (LEI-DLO). Op basis van dat Balanced Growth Scenario concluderen de onderzoekers dat de toekomst voor de sector er niet rooskleurig uitziet. Tegen het jaar 2035 moet de sector rekening houden met een kleinere veestapel, een halvering van de werkgelegenheid en een verlaging van het sectorinkomen. De oorzaken van die ontwikkeling zijn vooral de liberalisering van de wereldhandel, de aanscherping van het milieubeleid, de technologische vooruitgang en de afbouw van prijssubsidies voor landbouwprodukten.

De veronderstelde verdringing van vleesprodukten door NPF's zal naar schatting nog eens tien procent van het aantal banen extra verloren doen gaan. Linsen: Van de werkgelegenheid die de produktie van NPF's met zich meebrengt moet je je niet te veel voorstellen. Die biedt slechts beperkte compensatie."

Re:ageer