Wetenschap - 6 april 1995

John Samallo

John Samallo

Experimentele Diermorfologie en Celbiologie

Johannis Samallo werd in 1944 geboren op het eiland Sulawezi tijdens een aanval van de Japanners. Zijn vader, een KNIL-militair zoals zovele Molukkers, gaf hem uit sarcasme ook een Japanse naam: Ateichi, kind van de hoop. Maar het bleef bij hopen; de vrije republiek van de Molukken werd nooit meer verwezenlijkt.


Vanuit Nederland wil hij proberen via gezondheidsprojecten toch nog iets voor het land van zijn voorouders te doen. John Samallo toont in Zodiac zijn werkplekken in de laboratoria waar hij analist ontwikkelingsbiologie is in de ploeg van professor Timmermans. Ontwikkelingsbiologie is een van de drie secties bij Experimentele Diermorfologie en Celbiologie, de andere twee zijn Morfologie en Celbiologie.

Hier is mijn kamer", wijst hij. Aan de muur enkele foto's van Indonesie. Op zijn bureau liggen papieren vol collage-achtige figuren en aantekeningen, met pijlen naar elkaar verwijzend.

Samallo lacht. Dat zijn de gedachten en ideeen die ik opschrijf, sinds 1990. Sinds de dood van mijn vader."

Met John (Johannis, een Molukse naam) Samallo praten betekent een stukje pijnlijke Nederlandse historie voorgeschoteld krijgen. Niet alleen de verschrikkingen van de oorlog in het voormalig Indie, maar ook het trekken van legerplaats naar legerplaats aldaar, waar zeven van de negen kinderen werden geboren, heeft zijn sporen nagelaten. Zijn vader was hospik", maar moest menigmaal onder moeilijke omstandigheden bij gebrek aan beter de arts vervangen. Later, na de capitulatie van de Japanners en onder het nieuwe Indonesische bewind, werden ze onder bescherming van soldaten met geweren in de aanslag naar school gebracht. In 1951 moesten ze vertrekken. Naar Nederland. Koningin Emma had ons een vrij Ambon beloofd", zegt hij hoofdschuddend. Koningin Emma? Dat klinkt zo ver weg. Maar voor de mensen uit de Molukken hield dat een echte belofte in, verzekert John.

Daarna de kampementen. In Amersfoort, waar de Duitsers de joden hadden geinterneerd. En daarna 't Harde, Glanerbrug, Rouveen, Zwolle. Mijn vader wilde zijn hand niet ophouden, dat vond hij vernederend. Hij is als eerste gaan werken. De anderen deden niets. Hij fietste elke dag de twintig kilometer van Rouveen naar Stork in Zwolle. Wij verbouwden ons eigen voedsel; mijn vader wekte de anderen ook op om iets te gaan doen. Zes jaar later zijn wij apart gaan wonen, weg uit het kampement in Rouveen, in een stenen huis tussen de Nederlanders in Zwolle."

Daar moest John de zesde klas overdoen, Rouveen deed acht jaar over zes klassen. Hoewel de doorstroming naar het vervolgonderwijs - huishoudschool, technische school en soms de mulo - naar zijn mening opzettelijk en welbewust laag werd gehouden door toenmalig minister van Welzijn (CRM), verzette John zich daar hevig tegen. Hij wilde naar de Rijks HBS. Dat lukte tenslotte.

Petities

Maar ik werd enorm gepest, al op de lagere school. Ik ben klein en een erge driftkikker. De Nederlanders hebben ons vaak getreiterd. Zelfs om mijn naam. Daarom heb ik mijn naam in John veranderd. Johannis de Doper, je kont is van koper, riepen ze altijd. Ik heb daar leren vechten, echt vechten, met bloed en wonden. Het was ontzettend. Later als we elkaar zagen, lachten we erom, maar ik vond het niet echt om te lachen. Ik was vaak de wanhoop nabij."

Toch lukt het Samallo om het lyceum tot en met de vierde klas te doorlopen, genoeg scholing om te kunnen doorstromen naar de H.B.O.b-opleiding voor analist. In 1968 krijgt hij een baan op het Streeklaboratorium in Zwolle. Ik was geinteresseerd in bacteriologie. Ik kreeg daar preparaten van patienten uit het ziekenhuis, die ik moest analyseren op resistentie voor bepaalde geneesmiddelen." In 1972 krijgt hij een baan aan de universiteit van Groningen, onder andere bij de vakgroep Biochemie van professor Max Gruber.

Inmiddels is John getrouwd. Met een Nederlandse analiste. Toen mijn vijfjarig contract in Groningen was afgelopen, solliciteerde ik in 1989 bij de LUW en kwam ik bij EDC terecht." Ze gaan in Zetten wonen en gedurende een jaar herneemt het leven zijn dagelijkse gang. Totdat in 1990 zijn vader besluit terug te gaan naar Ambon. Wij waren geen lieve jongens. Wij maakten het onze ouders erg moeilijk. En eigenlijk wilde ik helemaal niets meer te maken hebben met de kampementen en zo. Mijn vader ging er nog wel regelmatig op bezoek. Je had toen ook die treinkaping bij Wijster. Ik weet, het is niet goed te keuren. Maar als je 25 jaar lang petities in Den Haag aanbiedt en je wordt hypocriet-vriendelijk ontvangen, maar de petitie gaat meteen in de prullebak, dan begint je bloed op het laatst te koken. Dan barst er iets."

Dachten jullie echt dat Nederland iets kon bereiken?

Ja, wij geloofden van wel. Maar we zijn van begin tot eind bedonderd en met valse beloften zoet gehouden. Engeland en Amerika bepaalden wel even dat er geen vrije Molukken zouden komen! Wij wilden dat de Nederlanders, waar wij mee hadden gestreden en die Indie tenslotte beroofd en uitgebuit hadden, voor ons op zouden komen!"

Rituelen

Hij zwijgt en frummelt wat met de aantekeningen. Ik voelde toen enorm veel haat. En hoe gelovig wij ook zijn opgegroeid, ik heb de bijbel meer dan eens door de kamer gesmeten. God hielp ons ook niet. Dus mijn vader hield het voor gezien en wilde terug. Hij kon niet meer tegen de gezinsproblemen op. Hij wilde naar Ambon. Mijn moeder wilde niet. Alle kinderen waren hier. Maar ze is een lieve vrouw, die gehoorzaam was aan haar man, zo was de traditie nu eenmaal, dus ging ze mee. Tegen haar zin. Dat nam ik mijn vader heel erg kwalijk. Ik schreef hem een boze brief. Ik verloochende de Molukse Adat. Ik wilde niets horen van riten en verhalen en zwarte magie, al die geheimzinnige dingen, ik was er bang voor. Wat niet weet wat niet deert, dacht ik. God vergeeft wel, maar de voorouders niet."

De voorouders spelen een heel belangrijke rol in hun leven. John gelooft stellig, dat de voorouders, als hij hen beledigt, invloed op zijn leven kunnen uitoefenen. Hij wijst op de papieren voor hem met de vele, in sierlijk potloodschrift opgetekende teksten. Toen kwam dit. Want mijn vader was nog maar een jaar daarginds en toen stierf hij. Op tweede Kerstdag. Een van mijn zussen en ik zijn erheen gegaan. Ik heb mijn vader zelf helpen begraven."

De schok van zijn vaders dood bracht John in een grote staat van verwarring. Oude rituelen, bijgeloof, verdriet en wroeging droegen daaraan bij. Een van de familieleden beweerde dat hij Johns vader in de badkamer had gezien. Grote paniek. Ik begon mij heel vreemd te gedragen. Ik had het gevoel dat mijn vader mij iets wilde zeggen. Dat ik iets moest doen voor ons volk en land. Dat ik was voorbestemd om iets te doen. Toen schreef ik al deze dingen op. Over God en de bedoeling van ons bestaan op aarde. Over de exodus van de Molukkers. Ik denk nu: Wat een onzin heb ik daar opgeschreven."

Ik was zo totaal ontregeld, er gebeurde zulke vreemde dingen met mij, dat mijn zuster een verpleger uit het dorp liet komen die mij plat spoot. Maandenlang heb ik, ook toen ik weer terug was in Wageningen, verdwaasd rondgelopen, alsof ik het zelf niet was. Tot 1993 heeft die wazigheid geduurt. Gelukkig had ik veel begrip van mijn superieuren".

Samasama

In 1993 gaat hij met zijn vrouw naar Ambon. En ondanks de verhalen als zou zijn familie aldaar gepoogd hebben hem te vermoorden in 1990, vanwege zijn erfenis (het huis van zijn vader), verloopt het bezoek goed en krijgt hij de door hem langgewenste familiestamboom mee.

We hebben dat bezoek goed afgesloten. Maar ik ben wel meteen begonnen met het opzetten van een project voor het geboorteland van mijn vader, het eiland NusaLaut, waarvan ik hoop dat het een sneeuwbaleffect over geheel de Molukken zal hebben. Het betreft de primaire levensbehoefte, de lokale mogelijkheden, kennis van de lokale bevolking en elders, preventie, betaalbare gezondheidszorg en werkgelegenheid. Maar ook: bewustwording, begeleiding naar zelfsupport en export. Dit alles in samenwerking met de Molukse vereniging Rela 1969, een stichting in Utrecht, die al 25 jaar afgeronde en lopende projecten heeft op het gebied van watervoorziening, herbebossing, handenarbeidprojecten zoals aardewerk. En ook de bouw van een kraamkliniek, kinderopvang, een school voor gehandicapten en de reguliere gezondheidszorg. Ik wil proberen of de LUW en andere instituten mij daarbij willen helpen. Het project heet Samasama, Indonesisch voor samen en gelijkwaardigheid. In de gezondh
eidszorg willen we de alternatieve geneeswijze, de kennis van de plaatselijke traditionele geneeswijze en de reguliere geneeswijze op elkaar afstemmen en herwaarderen. En dat alles zonder gif, kunstmest en radio-actief materiaal. Gezondheid is het grootste goed dat een mens heeft, niet de materiele dingen als huizen en auto's. Tegenwoordig kun je toch niet meer over een samenleving spreken: De armen worden steeds armer en de rijken rijker."

Ik heb het gevoel dat mijn vader van mij verlangt dat ik iets voor ons volk doe. Het liefst zou ik nu daaraan gaan werken. Ik heb mijn geloof weer volledig teruggevonden. Jezus geneest. Met je geloof kun je bergen verzetten."

Re:ageer