Wetenschap - 25 januari 1996

Johannes Diepersloot

Johannes Diepersloot

Studentenpastor

Dat de ov-studentenkaart het kerkbezoek negatief beinvloedt, klinkt misschien vreemd. Maar de verklaring ligt voor de hand: nu de reis geen financieel obstakel meer is, gaan studenten vaker in het weekend naar huis of naar vrienden. In het hele land krijgen de studentengemeenschappen steeds minder aanhang, bericht Trouw. Toch meent pastor Diepersloot dat Wageningen over het dieptepunt heen is. Hij heeft recht van spreken; hij is al twintig jaar pastor.


Het studentenpastoraat is de plek waar studenten de ruimte krijgen voor hun geestelijke ontwikkeling

Even moet hij zijn onafscheidelijke pijp neerleggen om thee te schenken uit een glazen pot, waarin een merkwaardig langwerpig buideltje hangt. Een theecondoom", zegt studentenpastor Johannes Diepersloot. Het is lekkere thee. Ja, Kistje van de Keizer."

In zijn door boeken gedomineerde huiskamer aan de Generaal Foulkesweg paft hij er lustig op los, de ene pijp na de andere. Intussen vertelt hij over de twintig jaar van zijn leven in dienst van het evangelie en de Wageningse studentengemeenschap.

Het Wageningen van twintig jaar geleden was een grote overgang na Amsterdam, waar hij theologie studeerde en op een scholengemeenschap leraar godsdienstonderwijs en maatschappijleer was. Aanvankelijk voelde hij weinig voor het ambt van pastor. Een veelbelovend jaarverslag deed hem van mening veranderen. Er waren nog meer kandidaten, waaronder een knappe, gepromoveerde theoloog. Ik dacht dat ik het wel kon schudden. Maar ik ben door gebrek aan gewicht boven komen drijven", zegt hij ironisch. Hij lacht er niet bij. Lachen doet hij eigenlijk nauwelijks tijdens het gesprek; een zachtmoedig, vriendelijk, maar van de ernst des levens doordrongen mens, Johannes Diepersloot.

Het was wel wennen, Wageningen. Als ik 's avonds over de markt fietste, kon je een kanon afschieten. Wat doe ik hier eigenlijk? dacht ik soms. Maar ja, je groeit in je werk."

Twaalfeneenhalf jaar werkte de hervormde Diepersloot samen met de gereformeerde pastor Evert Jan de Jongh en Piet van Middelaar, de katholieke collega. Dat waren verrukkelijke jaren. Ik heb later ontdekt dat die jarenlange intensieve samenwerking zonder ruzie iets unieks was." Voordien waren er nog drie zuilen. Wij hebben er een winkel van gemaakt", constateert Diepersloot tevreden. Ze vonden dat gescheiden werken onzinnig; het ging tenslotte om dezelfde God en dezelfde doelgroep. We waren geen van drieen scherpslijpers. We vulden elkaar aan. Ik stond meestal in het midden, tussen beiden in."

In 1988 vertrokken De Jongh en Van Middelaar. Voordien kwamen er 's zondags wel tweehonderd studenten in de Verrijzeniskerk. Maar toen zij waren vertrokken, haakten veel oudgedienden af. Toen ook nog de ov-studentenkaart werd ingevoerd, was korte tijd later het bezoek aan de zondagsdiensten gehalveerd. Ik denk dat het nergens zo krachtig heeft toegeslagen als hier. Er is maar een Landbouwuniversiteit en de studenten komen uit het hele land hierheen. Het was natuurlijk niet de enige reden; de secularisatie speelt ook een rol."

Verhuizing

Sinds een jaar worden de zondagsdiensten in de Doopsgezinde kerk aan de Arboretumlaan gehouden. Na zo'n verhuizing blijkt het mensen wel een jaar te kosten voor ze hun weg vinden naar die nieuwe plek. Nu zijn er tussen de veertig en zestig mensen, het trekt dus weer wat aan," zegt Diepersloot hoopvol gestemd.

In 1990 trad pastor Marianne Schulte Kemna in dienst. Zij vervangt de katholieke Van Middelaar. Ook met haar heeft Diepersloot een zeer goede samenwerking. De gereformeerde pastor Houweling, vervanger van De Jongh, vertrok alweer in 1994. Diepersloot trekt nu ook de gereformeerde kar, zoals hij het uitdrukt.

In Trouw verscheen 16 januari een artikel over de tanende rol van het studentenpastoraat. Een pastor in Enschede pleit wegens gebrek aan belangstelling voor afschaffing van de zondagsdienst. Dat heb ik hier ook aan de orde gesteld. Willen we wel elke week een dienst? Maar niemand wil de zondagsdienst afschaffen," verklaart Diepersloot.

We, dat zijn de mensen in de secties en de werkgroepen. In totaal doen zo'n honderd vrijwilligers uit de studentenwereld en afgestudeerden mee. Er is een redactie die het blad De Triangel uitgeeft; er is een koor; er zijn werkgroepen voor onder andere de liturgie, de Engelstalige diensten en de publiciteit.

Oorlog

Met wat voor vragen komen de studenten? Over levenskwesties. Het geloof. Of God bestaat. Over de oorlog. We proberen de realiteit niet uit de weg te gaan. In de gespreksgroepen stellen studenten hele kritische vragen; die stel ik mezelf ook. En de kerkdienst is een van de weinige plaatsen in de samenleving waar deze vertwijfelde vragen worden uitgesproken."

Zoals: Waar was God in Rwanda, of in Bosnie? Ja, ook. In de werkgroepen kunnen studenten veel van hun vragen aan de orde stellen. De multi-religieuze samenleving is al evenmin eenvoudig. Daarom is er het programma Crossroads in De Wereld, dat Marianne Schulte Kemna verzorgt. Zij probeert daarin studenten uit verschillende landen bijeen te brengen. Het is belangrijk om dat vanuit de universiteit te doen. De mensen gaan elkaar beter begrijpen en worden toleranter jegens elkaar." De thema's, uiteraard in het Engels, varieren van Ethnicity and Nationhood tot The holy message and the messenger, over de dialoog tussen het christendom en de islam.

Hoewel Diepersloot moet toegeven dat vele godsdiensten tot evenzovele oorlogen hebben geleid en dat nog dagelijks doen, meent hij toch dat de godsdienst bij de humanisering van Europa een grote rol heeft gespeeld. Behalve de laatste tien jaar," voegt hij er wat duister aan toe.

Twintig jaar ervaring bracht Johannes Diepersloot tot de waarneming dat op de leeftijd van negentien jaar meisjes rijper zijn en zich meer met levensvraagstukken bezighouden dan jongens. De jongens halen dat tijdens de studie wel in. Maar vrouwen hebben in het algemeen minder moeite om zich te uiten dan mannen. Vrouwen komen dus vaker bij me om over moeilijke onderwerpen te praten. Er zijn dan ook meer vrouwelijke studenten bij het pastoraat betrokken."

Het gaat natuurlijk ook vaak over de persoonlijke problemen die bij deze leeftijdsfase horen, zoals het loskomen van het ouderlijk huis. Er zijn studenten die eerder bij ons komen met hun problemen dan bij de decaan. Maar het gebeurt ook wel eens ongekeerd."

Afgelopen zondag, toen hij zich had voorbereid op de gewone dienst, hadden zijn medewerkers een verrassing voor hem in petto. In de kerk zaten plotseling oud-collega's en commissiemedewerkers uit zijn twintig Wageningse dienstjaren. Het was achter mijn rug om georganiseerd; niemand had zijn mond voorbij gepraat! Een geweldig evenement; de hele kerk zat bomvol."

Een van de leukste dingen van mijn werk," zegt de jubilerende pastor, is het opbloeien te zien van hele schuchtere mensen, die binnenkomen met een verontschuldigende houding, zo van: Neem me niet kwalijk dat ik er ben. Die zie je in de loop der jaren uitgroeien. Dan zitten ze met verve de beleidsvergadering van de studentenraad voor. Dat is kostelijk. Het studentenpastoraat is de plek waar ze de ruimte krijgen om die geestelijke ontwikkeling door te maken."

Als het meest ontroerende ervaart hij het vertrouwen dat de studenten hem geven. En het meest schunnige vind ik een regering die een studiefinancieringstelsel opzet en vervolgens niet de moed heeft om te zeggen dat ze het niet meer aan kan, maar er elk jaar van steelt", zegt Diepersloot met ongewone heftigheid. Het stelsel is nog maar een schim van wat er is opgezet. Ik kan me voorstellen dat het niet meer te betalen is. Maar dan moet de regering de politieke moed kunnen opbrengen om daarvoor uit te komen en niet via allerlei maatregelen doen alsof ze nog het stelsel nog steeds handhaaft en goed voor de studenten zorgt. De bedoeling van de studiefinanciering was jongeren onafhankelijk van hun ouders te maken. Van die zelfstandigheid blijft niets over. Integendeel, ze worden weer afhankelijker. Je krijgt straks weer de elite die kan studeren."

Re:ageer