Wetenschap - 9 oktober 1997

Je weet hoe studenten zijn: beetje vuil, flikker maar weg!

Je weet hoe studenten zijn: beetje vuil, flikker maar weg!

Je weet hoe studenten zijn: beetje vuil, flikker maar weg!
Ab Hendriksen, voorman plantsoenendienst
Hij noemt zichzelf een manusje-van-alles, was ooit internationaal ruiter die alles won wat er maar te winnen viel. Eenvoud siert de mens is zijn lijfspreuk. Ab Hendriksen, strijder voor een milieuvriendelijk beheer op de LUW en voorman bij Botanische tuinen, bouwgrond en sportvelden (BBS)
Toen ik solliciteerde bij de LUW, had ik een diploma Middelbare Tuinbouwschool. Ik werd dezelfde dag nog aangenomen als tuinman bij het Arboretum, voor drie maanden. Nu werk ik al 25 jaar bij BBS, zegt Hendriksen voldaan
Vijf jaar lang zat hij op de grasmaaier en reed rond alle gebouwen van de LUW, van Zodiac tot De Leeuwenborch. Wel een beetje eentonig, geeft hij toe, maar je leerde iedereen kennen en het was een zelfstandige baan. Ik ben geen groepsmens.
Inclusief het kantoorpersoneel werken er 22 mensen bij BBS. Een vaste ploeg voor het Arboretum, een ploeg voor Belmonte, de rest bij de plantsoenendienst, die de tuinen rondom de rijksgebouwen en De Bongerd verzorgt. We zijn officieel met zeven mensen. Het waren er eerst tien, maar door de bezuinigingen worden er drie vervangen door een banenpooler, of iemand van het leerlingenstelsel die een dag per week komt, of iemand van het Jeugdwerkplan. Die proberen we na een half jaar opleiding bij BBS bij de gemeentelijke plantsoenendienst onder te brengen. Dat is iets wat we erbij hebben gekregen. Je moet die jonge mensen van het leerlingenstelsel begeleiden; dat kost tijd. Aan het eind van de dag controleer ik hun werk en geef ik ze een cijfer dat op school meetelt. Maar het is wel mooi dat het hier kan.
We hebben veel werk. Er kwamen meer tuinen bij, tuinen die eerst uitbesteed waren, zoals Duivendaal en de Binnenhaven. Die nam de LUW terug, omdat het te duur werd: ongeveer twintigduizend gulden per jaar voor zo'n tuin. Er moesten dus mensen bij, die uit de ploegen van het Arboretum en Belmonte werden gehaald. Vaste banen zijn er niet meer, dus er komt nooit een nieuwe bij, alleen via interne verschuiving.
Het is echt hard werken hier, hoor. Maar ik ben iemand die nooit moe is, ik ben in geen dertig jaar bij een dokter geweest, ik kan alles aan. Ik heb vroeger zelfs, naast mijn dagelijks werk hier, een eigen boerderij gehad met fokstieren en paarden!
Ik regel heel veel, ik deel het werk in. We hoeven pas om kwart voor acht te beginnen, maar ik ben er altijd om kwart over zeven; dan is de koffie klaar voor de jongens. Ik haal en breng ze drie keer per dag met mijn busje van en naar hun werkplek. Sinds de bezuiniging van vijf jaar geleden moeten we ook kleine straatwerkzaamheden verrichten. 's Winters, als het gesneeuwd heeft, moeten wij er vroeg bij zijn om zout te strooien. Als iemand valt, krijgen wij dat op onze kop!
Ik zeg altijd: Kom op jongens, een tandje erbij! Zo noemen ze me hier ook, verklapt hij. Het machinepark valt ook onder mijn beheer; ik controleer de olie als de jongens ermee weggaan. Als mijn baas, Wim Keuken, belt over een verstopt riool, ga ik erheen en steek rustig mijn arm erin. Al ben ik voorman, ik voel me niet te goed voor een vies karweitje, hoor! Ik ben aardig opgeklommen, maar mijn spreekwoord is: Eenvoud siert de mens. Bij de LUW kom ik het nogal eens tegen dat wanneer Niets komt tot Iets, Iets Niets niet meer kent!
Het milieu gaat hem ter harte. Hendriksen verzamelt het tuinafval rond de gebouwen in containers en stort dat op een hoop. We hebben een eigen composthoop, want storten werd te duur. Het tuinafval loopt op tot vijfhonderd ton per jaar. Nu koopt Unifarm het van ons als mest voor hun bouwland.
Hendriksen ziet alles: afgewerkte olie en landbouwgif die gescheiden moeten worden, containers die niet dicht zijn en wind en kraaien die voor rommel zorgen. Uit ongenoegen slaat hij de deksels keihard dicht, zodat de schuldigen verschrikt voor het raam komen kijken. Dan weten ze wel hoe laat het is!
Klachten over die rommel bereiken hem regelmatig. Soms worden die klachten ten onrechte aan de gemeente gemeld. Hendriksen weet ervan. Maar we hebben een man die een dag per week speciaal bij alle gebouwen het papier opruimt. Daar komt hij van alles tegen, zoals ondergoed. Je weet nu eenmaal hoe studenten zijn; beetje vuil, flikker maar weg!, zegt hij met een grijns. En verder blikjes, lege flessen, vooral bierflessen, dertig tot veertig per maand. Het statiegeld verzamelen we, evenals oud ijzer, dat we een keer per jaar verkopen. Daar betalen we de koffie van.
Ik werk nu 25 jaar bij de LUW, maar niemand weet eigenlijk wat ik allemaal doe. Het is wel eens leuk om dat te vertellen. Maar waardering blijkt er toch te zijn: tot slot toont hij, een beetje aarzelend, een brief die hij onlangs heeft ontvangen. De secretaresse van zijn beheerseenheid, Willy van Doorn, heeft Ab Hendriksen voorgedragen voor de milieuprijs 1997. Nou, als dat geen erkenning is? Hendriksen kijkt wat verlegen. 't Is nog niet zeker, hoor

Re:ageer