Wetenschap - 17 april 1997

Je moet machteloos toezien hoe er met je wordt gesold

Je moet machteloos toezien hoe er met je wordt gesold

Je moet machteloos toezien hoe er met je wordt gesold
Medewerkers sectorbureaus onzeker over hun positie
Geen commentaar. Veel medewerkers van de inmiddels opgeheven sectorbureaus aan de LUW hebben geen zin hun onzekerheid en frustratie aan de grote klok te hangen. We weten niet waar we aan toe zijn, alles kan naar twee kanten worden uitgelegd en je hebt er geen invloed op. Stille onvrede in de beheersorganisatie
Enkele bureaumedewerkers die al wat langer bij de LUW in dienst zijn, maken zich niet al te druk over de veranderingen die het samenvoegen van vakgroepen tot departementen met zich meebrengt. Zij hebben de nodige reorganisaties meegemaakt en hebben inmiddels afgeleerd zich zorgen te maken. Veel van hun collega's op de voormalige sectorburaus verkeren echter in grote onzekerheid. Dagelijks houden zij zich bezig met vragen als: blijft mijn functie wel bestaan, wie is straks mijn baas en moet ik solliciteren op een vacature bij een departementsbureau?
Geklaagd wordt er ook. In de wandelgangen, wachtend bij de kinderopvang en in het cafe geven bureaumedewerkers uiting aan hun ongenoegen over alle verwarring. Maar die kritiek herhalen ze liever niet tegenover de krant. Bel maar naar de mensen die nog op het bureau werken, zegt een LUW-medewerkster die inmiddels een andere functie heeft. Ik heb een prive-mening en een werkmening. Die prive-mening hou ik liever voor me. De werkmening kan mijn chef beter verwoorden, stelt een medewerker van het bureau Produkt- en Biotechnologie
De medewerkers van het bureau Plant- en Gewaswetenschappen (PGW) laten via Yvonne Rombouts weten dat een journalist niet welkom is. En ze menen het, zo blijkt na enkele telefoontjes. Ik heb geen behoefte aan een reactie, zegt Bert van Amersfoort kribbig. Waarom niet? Geen commentaar. En Wim de Leijster bitst: Wilt u ophouden. We hebben geen zin in weer een negatief verhaal in het WUB. We hebben gewoon behoefte aan rust.
Zijn de bureaumedewerkers misschien bang hun positie in gevaar te brengen? Bang is niet het goede woord, zegt een medewerker, die eigenlijk ook niks wil zeggen. We weten gewoon niet goed waar we aan toe zijn. Voor ons geldt dat alles wat we zeggen naar twee kanten uitgelegd kan worden. Dat kan bij onze bazen verkeerd vallen.
Klaagzang
Anderen zijn iets openhartiger. Ik zou een hele klaagzang kunnen houden, maar ik doe het niet, zegt een bureaumedewerker. Ze kan zich goed voorstellen dat haar collega's ook geen zin hebben te reageren. Onzekerheid is volgens haar de belangrijkste reden. Niemand weet precies wat er na 1 januari, wanneer de departementsvoorzitters verantwoordelijk worden voor het beheer, met de voormalige sectorbureaus gaat gebeuren. Bekend is alleen dat er iets gaat gebeuren. De informatie verandert bijna wekelijks. In zo'n situatie reageren mensen verschillend. De een vecht hard, de ander houdt zich gedeisd.
Anoniem wil ze wel zeggen wat haar dwars zit. De sectoren zijn opgeheven. Daaruit kunnen mensen afleiden dat ook hun functie niet meer bestaat. Voor zover ik weet heeft niemand echter een brief gehad wat er met zijn functie gebeurt. Dat is toch geen fatsoenlijk personeelsbeleid. Als je daar een grote mond over opentrekt, kan dat tegen je gebruikt worden. Het ergste is nog dat je helemaal geen invloed hebt op de veranderingen. Je moet machteloos toezien hoe er met je gesold wordt.
Cees Rijpma, werkzaam bij het sectorbureau Produkt- en Biotechnologie, is het met deze kritiek eens. We wisten wel dat de sectoren zouden worden opgeheven, maar het was heel netjes gewest als dat ook op schrift was gesteld. Er leeft zeker onvrede. Dat is bij elke verandering zo, maar dat kun je natuurlijk niet afdoen met een het zal wel meevallen en er zal niet zoveel veranderen. Dat pikken mensen niet meer. We willen duidelijkheid.
Rijpma denkt zelf dat hij niet zoveel heeft te vrezen; de technische dienst blijft toch wel nodig. Maar wat gebeurt er straks met de financiele administratie? Is er iemand die zegt: jij gaat naar Levensmiddelentechnologie en voeding en jij naar Produkt- en biotechnologie, of moeten ze gewoon solliciteren? Misschien zegt de departementsvoorzitter wel: wij hebben nog wel een secretaresse die dat werk kan doen. Op de vakgroepen is immers ook een overschot aan personeel.
Gezegend
Niet alle bureaumedewerkers maken zich zorgen over de toekomst. Oscar van Rootselaar, belast met de projectadministratie op het voormalige sectorbureau Landinrichting en milieu, denkt dat hij misschien wel in een gezegende positie verkeerd. Zijn sectorbureau wordt niet gesplitst, want er is maar een bijbehorend departement. Bovendien weet hij dat zijn werk nodig blijft. Hoewel: doordat de indeling van de departementen niet exact overeenstemt met die van de sectoren, dreigt hij ook werk kwijt te raken. Maar er zal ook wel wat bijkomen, hoopt hij
Is de klacht over het gebrek aan informatie terecht? Als je wilt, kun je goed op de hoogte zijn, vindt Bart Sjoerts van Produkt- en Biotechnologie, die als lid van de universiteitsraad de informatie uit de eerste hand heeft. Als je het WUB leest en de raadsstukken regelmatig doorleest, kun je de ontwikkelingen goed volgen. Maar de informatie komt niet automatisch bij je. Je moet er zelf ook wat voor doen. Als mensen vragen hebben, kunnen ze bij ons binnenlopen.
Van Went, plaatsvervangend hoofd van het bureau PGW, is verbaasd dat zijn bureaumedewerkers zo terughoudend zijn met commentaar: Ik denk dat dat inherent is aan een onzekere situatie. Niemand weet precies wat straks zijn taken zijn. Maar die onzekerheid geldt net zo goed voor de vakgroepen. Hoe gaat het met het de vorming van het kenniscentrum Wageningen, hoe met de financiering van onderwijs en onderzoek? Misschien zijn mensen bang om als recalcitrant te boek te staan, bang om iemand tegen de haren in te strijken. Wanneer mensen bij mij binnenkomen, probeer ik ze een hart onder de riem te steken. Ze mogen bij mij stoom komen afblazen. De deur open houden, meer kan ik niet doen.

Re:ageer