Wetenschap - 7 maart 1996

Jantje Robbers

Jantje Robbers

Schoonmaakster Unitas

Al meer dan dertig jaar ruimt ze de rotzooi op die de Wageningse jongeren op Unitas weten te produceren tijdens feesten en maaltijden. In de beginjaren moest ze nog op de deur kloppen van de jongeheren met hun vlinderstrikjes. Niet zomaar binnenkomen om iets te vragen, stel je voor! Jantje Robbers vindt dat er veel is veranderd onder de jongeren. Op 19 april gaat ze met de vut. De jongens en meiden van Unitas bereiden haar een mooi afscheidsfeest.


Ze is druk bezig met dweilen in de hal van Unitas. Met brede halen. Ik kom zo, hoor!" zegt Jantje Robbers. Een kittige kleine vrouw in een spijkerpak, modern gekapt. Uit de grote zaal klinkt muziek en rumoerig gepraat en gelach. Iedereen is op de hoogte: mevrouw Robbers komt in de krant. Ga maar even hier zitten, dat is wat rustiger," zegt iemand, en gooit behulpzaam de deur open naar een ruimte waar apparatuur staat opgesteld. Twee jongens sjouwen nog meer instrumentarium naar binnen en verdwijnen vervolgens, lachend omkijkend naar Robbers. Succes."

Een jongen die een zieke collega-schoonmaakster vervangt, zorgt voor koffie. Keurig op een blaadje; suiker, melk. Hij valt in voor mijn schoondochter, die ziek is," legt Robbers uit. Ze werkt al tien jaar met mij mee, hier bij Unitas. We doen het werk samen. Tenminste, 's morgens. Want ik kom 's avonds ook nog."

Robbers vindt een interview voor de krant maar eng. Ja, wat moet ik nou allemaal vertellen?" Gaandeweg overwint ze echter haar schroom.

Ziekenfonds

Dertig jaar geleden was het, afgelopen najaar. Op 13 september om precies te zijn. Ze zag een advertentie in de krant en stapte erop af. Er waren financiele problemen thuis en ze moest erop uit om geld te verdienen voor haar gezin.

Ik dacht dat het een gewoon huis was, dat ik in de huishouding terecht kwam. Want alleen het adres stond in de krant. En daar sta ik ineens voor Unitas. Ik was stomverbaasd, dat snap je."

's Avonds kwamen er twee studenten van het bestuur bij haar op bezoek. Op de koffie, hoor!" Kwamen ze kijken wie ze was, en of alles er wel netjes bij stond? Ze knikt. En de volgende dag moest ik meteen beginnen. Ik werd aangenomen voor zes en half uur per dag. Van 's morgens half acht tot half twaalf, en 's avonds van vijf tot ongeveer half acht. Ik moest er wel een avond-schoonmaakbaantje bij het rijk voor opgeven. Maar ik zit hier ook in vaste dienst, met ziekenfonds en zo. Mijn werk valt onder de horeca. Ik begon met 67 gulden per week; nu heb ik ruim vierhonderd! Ja, dat is wel even een verschil. Er is heel wat veranderd in die dertig jaar."

Kroegzaal

In die eerste jaren was Unitas er alleen voor de studenten. De senaat bestond toen nog. Als ik naar boven ging om iets te vragen, moest ik eerst netjes aankloppen. Zomaar naar binnen gaan, nee, dat kon echt niet. Dan deed er zo'n bestuurslid open - ze hadden toen nog allemaal zo'n vlinderdasje voor - en die vroeg: Wat is er, mevrouw Robbers? Heel erg officieel. Altijd mevrouw Robbers. Ik heet eigenlijk Jantje, naar mijn grootvader en ze noemen me Jan, maar hier is het altijd mevrouw gebleven."

Toch is het nu allemaal heel anders. De jongeren zijn veel gewoner, gemoedelijker geworden. Als ik door de Hoogstraat loop en iemand van het bestuur ziet me, dan is het: Hoi, mevrouw Robbers! Dat vind ik zo leuk. Ik kan met iedereen opschieten, gelukkig, want elk jaar is er een nieuw bestuur."

Ze krijgt haar salaris niet cadeau. Om half acht begint ze met vegen, de grote kroegzaal, dan de koude keuken waar de lunch bereidt wordt; de warme keuken doet ze 's avonds. Daarna wacht het echte vuile werk, dat na de mensa-maaltijd van de vorige avond is blijven liggen. Niet de borden en het bestek, maar de grote, soms aangebrande kookpannen, de braadsleden, de kookkachel, de hele vette kliek. De bakken waarin het voedsel is warmgehouden, in elektrisch verwarmde waterbaden. En 's avonds die grote vuilniszakken leeg gooien. Dat hoort ook bij mijn taak. En alle wc's schoonmaken."

Vroeger gebeurde het wel dat ze in de kelder struikelde over een kleed. Daar lag dan iemand onder te slapen. Ik schrok me dood! Later legden ze een briefje neer: Niet schrikken! Er is iemand blijven slapen. Dan hadden ze wat teveel op, begrijp je."

Wordt er veel gedronken? Nou, ik weet natuurlijk niet wat ze 's avonds doen, maar ik zie nooit iemand die dronken is of zo. Vroeger gebeurde het wel dat het bestuur de groene flessen spaarde en dan hadden ze 's nachts na een feestje al die flessen tegen de muur kapot gegooid. De vloer leek net een grasveld van al dat groene glas!" Ze schudt haar hoofd bij de herinnering.

Werd Robbers dan niet erg boos? Zij moest het opruimen. Met een wijs lachje: Ach, voor geld doe je alles, he? En je groeit er gewoon in. Maar ze hielpen ook wel eens, hoor."

Nooit last gehad van haar rug? Nee, nooit. Ik heb nooit wat gemankeerd," zegt ze trots. Laat ik 't afkloppen," zegt ze, haastig de daad bij het woord voegend.

Avonddienst

Ik ben nooit met tegenzin naar mijn werk gegaan. Goed, de ene dag heb je meer zin dan de andere, maar het is altijd gezellig. 's Morgens is de kok er en drinken we een kop koffie. En heel vaak helpen ze me met het werk, de jongens en de meiden. Want het is een jongerensoos, niet meer alleen voor studenten. Dat is van lieverlede zo gekomen. Iedereen kan hier nu eten. En ze hebben hier de beste kok van allemaal!"

Kan Jantje Robbers hier ook eten? Ja, dat mag. Maar ik doe het niet. Ik neem wel eens wat, hoor. Als ik thuis geen tijd heb gehad om te eten, want omdat ik hier elke dag om vijf uur terugkom voor de avonddienst, zorg ik dat om half vijf thuis het eten op tafel staat. Soms komt daar wel eens wat tussen, dan heb ik geen tijd om thuis te eten. En als ik het niet zo druk heb, help ik de kok. Bak ik friet, of vul ik schaaltjes, of schep ik het eten in die grote bakken. Ach, ik vind dat wel leuk werk. Gezellig. De mensen hier helpen mekaar."

Ze kijkt peinzend voor zich uit en zegt: Na mijn scheiding, achttien jaar geleden, kwam ik alleen te staan met mijn drie zonen. Ik zat echt aan de grond. Toen hebben ze me hier bij Unitas heel goed geholpen; ze hebben mij bijgestaan. Ik ben er dankzij Unitas goed uitgekomen. Hartstikke fijn."

De jaren zijn voorbij gevlogen. Ze heeft heel wat kilo's stof en vuil van de vloeren gehaald. Vooral na de donderdagavond, de dubbele disco. Wat ze dan niet allemaal vind: glas, rotzooi, troep.

De afgelopen week was er een band; toen was het heel erg." Ze kijkt afkeurend en schudt haar hoofd. We zeggen wel eens: we hebben het af en toe zwaarder dan bij de gemeentereiniging!" Maar ze kan er weer om lachen. Gelukkig heeft ze bij Unitas nooit nare dingen meegemaakt.

Nu gaat ze met de vut. Eerst op 19 april nog een afscheidsfeest, dat weet ze al. Toen ze 13 september vorig jaar dertig jaar in dienst was, had de kok een lekker ontbijt verzorgd. Iedereen zat haar op te wachten, ook haar drie zonen. Ze is er nog van onder de indruk. Dat was toch zo'n verrassing!"

Wat ze met haar vrije tijd gaat doen? Haar partner houdt van vissen in de Rijn en ze vindt het wel leuk om met hem mee te gaan. Anders val je in zo'n diep gat, he?"

Re:ageer