Wetenschap - 31 augustus 1995

Jan de Bruin

Jan de Bruin

Chef Centraal Magazijn

Dertig jaar heeft Jan de Bruin praktisch gesproken onder de grond geleefd, als een mijnwerker. Want zo lang werkt hij al op het Centraal Magazijn, gevestigd in de kelder van het scheikundegebouw op De Dreijen. Dertig jaar lang TL-buizen en geen daglicht. Maar het deert hem niet: Je kan tych niet de hele dag naar buiten zitten kijken als je bezig bent!"


De studenten zijn gemoedelijker en gewoner geworden

De tijd dat ze dranghekken in de gang voor de balie van het Centraal Magazijn moesten plaatsen, is al lang voorbij. Er staan nooit meer honderden studenten te dringen en te douwen op de trap en voor zijn deur. Geen gezeur meer over herschreven, overjarige of door de profs te laat ingeleverde collegedictaten. Jan de Bruin doet geen collegedictaten meer. Daarvoor moeten de studenten nu aan de overkant van de keldergang zijn, bij de collega's. Zijn huidige verantwoordelijkheid ligt bij de bestellingen ten behoeve van de vakgroepen. Glaswerk en kantoorbenodigdheden. Maar dat is een hoofdstuk apart."

Jan de Bruin, 53, klein baardje, tenger maar sportief type, laconiek, houdt graag het hoofd koel. Hij lacht veel en zinspeelt herhaaldelijk op smakelijke en gedurfde voorvallen, maar die houdt hij liever voor zich. Tych wil hij wel praten, maar breek hem de bek niet open!

Hij is geboren en getogen op Java als zoon van een Nederlandse Kniller. Ze zouden nu maar eens moeten ophouden met dat gelul over die politionele actie en die veteranen. Vijftig jaar geleden; een mens moet eens willen vergeten en naar de toekomst kijken! Nog altijd heeft hij heimwee naar Indie, een machtig mooi land vindt De Bruin het.

Vier jaar geleden kreeg hij zijn eerste hartinfarct, (cynisch: Op het sportveld, omdat sporten zo gezond is!") en vorig jaar het tweede. Hij doet het nu wat rustiger aan, maar het roken heeft hij niet opgegeven. Misschien teveel stress, met al die studenten en de college-dictaten? Maar dat ontkent hij. Het is gewoon zo gelopen; het werk werd gesplitst. Hij en een leerling-assistent de bestellingen, andere collega's de dictaten.

Ongeveer in 1965 kwam ik hier in dienst. Eerst nog een jaartje bij de technische dienst, waar ik allerlei klusjes deed. En af en toe hielp ik Evert Groeneveld in het magazijn. Toen Groeneveld wegging, was er geen ander beschikbaar en werd ik erin gedouwd, kun je wel zeggen. Van de ene op de andere dag was het een feit." De Bruin lacht spottend. Het was hartstikke moeilijk, want ik had er geen kaas van gegeten. Ik heb helemaal geen opleiding gehad of zo. Leren was nooit mijn sterkste kant."

Ouderwets

In het begin viel het dus niet mee. Ik moest dozen glaswerk uitpakken en controleren, bonnetjes uitschrijven - je had toen nog geen automatisering. Je moest alles opschrijven op een groot bloc. Codes, aantallen, prijzen. Twaalf maal vijf uitrekenen bijvoorbeeld betekende twaalf maal de handel van zo'n ouderwetse rekenmachine overhalen, het kostte enorm veel tijd. Maar op een gegeven moment had ik tenslotte alle codes en prijzen in mijn hoofd. Het gevaar was, dat wanneer iets duurder was geworden, je die oude prijzen nog in je hoofd had!" Hij maakt een hoofdbeweging naar de terminal op zijn bureau. Ja, nu doe ik het zo!"

Hij heeft veel geleerd in de loop van dertig jaren ondergronds. Hoewel dat gebrek aan daglicht hem niets doet. Je kan tych niet de hele dag naar buiten kijken als je aan het werk bent!" Maar hij had wel eens een schaaltje hoger willen komen als erkenning. Dat wel, maar goed..

Hij kijkt rond in zijn langgerekte gangendomein. Het is er brandschoon. Dat doen hij en de collega's allemaal zelf. Kijk, daar staat de bezem, hoor."

Ik wilde altijd expansie. Altijd meer, groter. Uitgroeien. Via uitzendbureaus kwamen er collega's bij, die later een vaste baan kregen. Ja, ik werd wel eens tegengewerkt, maar ik zette per jaar steeds meer om. Tot vorig jaar had ik een omzet van anderhalf miljoen! Ik vind het werk hier erg leuk en heb hier altijd met veel plezier gewerkt en nog steeds. Ik wilde de vakgroepen zoveel mogelijk service verlenen. Eerst leverden we maar aan een bepaald aantal vakgroepen, zoals Organische, Fysische, Scheikunde, Levensmiddelen, Proceskunde. Maar nu zijn we er voor iedereen."

Vorig jaar werd Centraal Magazijn facilitair. Dat betekent dat ze het nu zelf moeten waarmaken. Er zijn vakgroepen die nog steeds zelf hun spullen willen bestellen, omdat ze denken dat ze het goedkoper kunnen dan hij. Maar dan blijken ze de BTW niet bij een produkt te hebben opgeteld, zoals eens bij scheermesjes is gebeurd, waardoor ze uiteindelijk zelfs duurder uit waren.

Ik ben er voor om facilitair te werken, wanneer de vakgroepen verplicht zouden worden om hier bij Centraal Magazijn te bestellen. Dan hoefden we niet tegen een berg concurrentie op te boksen. Want het is niet hartstikke gemakkelijk: iedere vertegenwoordiger kan zomaar elke vakgroep binnen wandelen en vragen: Wat betaalt u nu voor een toner, voor een printer of voor dit of dat glaswerk? En dan kan ie altijd onder onze prijs gaan. Natuurlijk zegt de vakgroep dan: Dat is goedkoper, dat doen we. Dat vind ik fout. Wij kunnen niet concurreren. Er zijn universiteiten waar geen enkele vertegenwoordiger de vakgroepen mag binnenkomen. Waar ze niet over de vakgroepen mogen rondzwerven. Dan kun je tenminste facilitair werken. Nou overleven we sowieso wel, maar hoe meer vakgroepen bij ons bestellen, hoe beter, niet? Centraal Magazijn moet blijven! Dan kunnen we met veel meer bedrijven contracten afsluiten. De markt voor laboratoriumbenodigdheden is hartstikke in beweging. S
ommige chemische bedrijven kopen de kleintjes op, of fuseren. Alleen de sterkere blijven over."

Studiewijzer

Een eerstejaars komt voor de balie en vraagt schuchter naar de studiewijzer. Aan de overkant!" wijst De Bruin streng.

Geen medelijden met die arme groentjes, zo van huis weggerukt?

Nee hoor! Vroeger wel, met dat ontgroenen, dat was soms wel erg. Maar nu? Ik was zeventien toen ik in dienst moest en daar leer je wel zelfstandig worden!" En hij verhaalt grinnekend over de kunstjes die ze elkaar flikten. Zoals iemand met bed en al 's nachts in de vrieskou buiten zetten. Ik heb daar dingen uitgehaald!" Nee, hij praat daar niet meer over. Maar het eerste weekeinde in dienst had ie al huisarrest.

De studenten, die zijn erg veranderd, constateert Jan de Bruin.

Hoezo veranderd? Nou, veel gemoedelijker en veel gezeggelijker. Vriendelijker. Gewoner, als je wilt. Vroeger waren het vaak de ouders. Mijn zoon studeert in Wageningen! (met pseudo-bekakt accent) Het ging om de status en zo. Ze moesten, of ze het konden of niet! Ik heb wel eens achterin de zaal gestaan als professor Korsten de ouders toesprak en zei: Laat ze toch niet komen als ze het niet aan kunnen! Je vernietigt die jonge mensen er mee! Maar nee, ze moesten en zouden gaan studeren. Dat is tegenwoordig niet meer zo."

Mondig

Ach ja, vroeger waren wij immers ook veel minder mondig. Mijn vader had maar even te kijken en ik wist niet hoe gauw ik moest gehoorzamen. Mijn vader was hard en streng, maar ik heb veel van hem geleerd. Hij heeft nog aan de Burma-spoorweg gewerkt. Hij zat eens in de Junushoff naar die film te kijken, Bridge over the River Kwai. Middenin stond ie op." Baahh! zei hij alleen maar en liep weg. Maar erover praten, nee hoor."

Af en toe loopt weer een verdwaalde eerstejaars binnen voor een rooster. Inmiddels is de overkant gesloten. Morgen maar weer."

Ja, hoe ging dat met al die studenten, die mopperend, klagend, zeurend dringend en douwend jarenlang voor de deur stonden? Waarom dat nu niet meer zo is? Zoals ik al zei, de studenten zijn erg veranderd. Veel wijzer, zelfstandiger. Ze organiseren hun zaakjes beter. Kijken van tevoren waar en wanneer ze iets moeten doen. Vroeger hebben we nog boven in een kamer gezeten met de proppenpakketten, om het ze gemakkelijker te maken. Dan kwamen er misschien twee! De volgende dag was het weer raak voor de deur in de kelder!"

Op een keer stond er een mevrouw voor zijn balie en achter haar stond een lange rij oprukkende studenten. Het arme mens werd letterlijk platgewalst tegen de toonbank en begon te kermen. Toen werd ik zo kwaad, he? Ik riep: Vooruit, d'ruit jullie! Opgesodemieterd! Vandaag verkoop ik geen enkel dictaat meer! En als jullie morgen weer zo doen, dan sodemieter ik jullie er net zo hard weer uit! De toenmalige beheerder, Beunders, keek me aan en klopte me op de schouder. Toen wist ik dat ik het goed gedaan had. Anders had ie me wel teruggefloten!"

Na het tweede infarct is De Bruin toch weer gaan sporten. Zijn vrouw maakt zich wel zorgen. Zit niet zo naar me te loeren!", zeg ik dan. Ik geef wel een signaal als er weer iets mis is." De jongens op de sportclub zijn zo'n vijftien jaar jonger. Die knapen kunnen harder lopen dan ik, maar daar wil ik niet voor onder doen. Dus loop ik me te pletter. Stom, he?"

Re:ageer