Wetenschap - 28 maart 1996

Jan Cozijnsen

Jan Cozijnsen

Analist Levensmiddelenchemie

Zo'n lab heeft altijd iets geheimzinnigs, met al die slangen, retorten en apparaten. Het stinkt altijd een beetje naar ziekenhuis en fabriek. Jan Cozijnsen, analist bij de vakgroep Levensmiddelentechnologie, is bezig een student uit te leggen dat ze tijdens een proef misschien lekkage aan een apparaat had. Daar moet hij dus even naar kijken, straks maar even of anders morgen. Maar eerst gaat hij voor naar een glazen kamertje, afgescheiden van een aangrenzend laboratorium, waar een ongestoord gesprek mogelijk is. In de ochtend is alles nog rustig.

Ja, het Biotechnion is alweer 22 jaar in gebruik. De tijd verstrijkt zo razendsnel! Een fijn gebouw, maar het heeft een nadeel: de lucht is te droog. Ze kunnen mensen op de maan zetten, maar niet het klimaat regelen in dit gebouw", merkt Cozijnsen mild ironisch op. Hij is een gemoedelijke, rustige man, die niet van extremen houdt.

In 1968 kwam hij bij de vakgroep Levensmiddelenchemie en -microbiologie, die nu als sectie functioneert van de vakgroep Levensmiddelentechnologie. Hij was 24 jaar oud en had zes jaar ervaring als analist bij de reuk- en smaakstoffenfabriek PFW, Polak Fruital Works. Wel familie van de bekende fabriek Polak & Schwartz, weet hij nog, maar elkaars doodsvijanden, grote concurrenten.

Ik had een mulo-diploma en wilde analist worden. Maar in die tijd was de dagopleiding nog particulier, zonder subsidie. Dat was dus maar voor weinigen weggelegd. Ik heb de lange route afgelegd: je ging 's avonds studeren, na je werk. Dat was nog voor de Mammoetwet. Je moest nog op zaterdag werken en naar school."

Jan Cozijnsen begon als analist-A. Dan ben je leerling-analist. Het tweede deel, 2-A, was het analytische gedeelte. De opleiding 2-B was organische preparatief. Een hele pittige opleiding, hoor. Die heb ik niet gedaan. Ja, het was allemaal avondwerk. Met opleiding-A was je meer toegepast analist, waarbij je op het lab in een bepaalde categorie kon vallen. Bijvoorbeeld olien en vetten of de petrochemie."

Ik kwam dus vanuit de analytische hoek. Wel heb ik, toen ik al bij de LUW werkte, een stage van een week of vier mogen doen bij de Keuringsdienst van waren. Dat was erg leuk werk. In die tijd was het niet zo gebruikelijk dat je als analist op stage mocht; het was eigenlijk heel vooruitstrevend. Het was een idee van professor Pilnik, die dat soort ontwikkelingen erg stimuleerde. Hij was altijd erg betrokken bij de mensen, ook 's avonds hield hij zich met hen bezig."

Schijf

Cozijnsen heeft jarenlang met veel plezier practica begeleid, samen met collega Jet van Delden. Ik vond het altijd heel plezierig om met die bepaalde schijf uit de samenleving dagelijks in contact te komen."

Schijf?

Studenten vormen een bepaalde schijf uit de bevolking. Ze zijn jong en gemotiveerd, en hebben een gemeenschappelijk doel voor ogen: afstuderen. In hun gedrag en manier van leven weerspiegelen ze allerlei veranderingen in de maatschappij."

Een soort thermometer?

Zoiets. Neem de flower power, de Maagdenhuisgeschiedenis. Hier in Wageningen was het wel iets rustiger, maar hier werd in een bepaalde periode weer sterk gereageerd op de milieubeweging, waardoor ze zich tegen de chemie keerden, vooral als het over de toevoeging van stoffen aan levensmiddelen ging. Globaal gesproken is die negatieve benadering van de chemie in de loop der jaren wel wat afgenomen. Maar het zijn altijd de studentenbewegingen geweest die keihard hebben gevochten voor verbeteringen in de maatschappij. Als je veranderingen wilt, moet je altijd overdrijven. De huidige student kan in een veel rustiger sfeer studeren, die hoeft niet meer zo op de barricaden te staan."

Is het nu gemakkelijker voor de jongeren?

Dat weet ik nog zo net niet. Vroeger kwam je in dienst bij een bedrijf en dan kreeg je de kans om je, al werkende, te bekwamen. Dan kon je allerlei opleidingen volgen. Het duurde wel heel lang voor je omhoog kon klimmen. Maar nu moeten de jonge mensen de vakkennis al hebben als ze in dienst treden. Het duurt dus langer voor ze aan het werk kunnen. Ze komen wel op een veel hoger niveau binnen, maar of ze tegenwoordig op dat niveau aan werk kunnen komen, is maar de vraag."

Handmatig

Vroeger was het werk veel meer handmatig. De produktie was ook niet zo hoog; er was nog niet veel geautomatiseerd. Er was een heel andere benadering van het werk; je was veel minder betrokken, omdat er minder zicht was op de totale stand van zaken; je was veel gedetailleerder bezig. De positieve kant van de democratisering binnen de LUW is dat je minder in je eigen vakje hoeft te blijven. Vroeger was je puur analist, met opdrachten die je stipt moest uitvoeren. Beheerszaken werden alleen door de hoogleraren en het wetenschappelijk personeel besproken. Tegenwoordig word je betrokken in het overleg over budgetbesteding, over al dan niet aanschaffen van nieuwe apparatuur, kortom, er is een hele andere benadering. Het gebeurt niet meer dat er zonder de analisten wordt gesproken over de aanschaf van apparatuur. Natuurlijk heeft dat ook te maken met de hogere scholingsgraad van de analisten. Mijn functie wordt nu anders ingevuld, veel breder. En dat is heel prettig."

Worden er nog analisten aangesteld?

Alleen als er een formatieplaats vrijkomt, is een vaste aanstelling nog mogelijk. Maar meestal gaat het om een tijdelijk plaats, van zes tot 24 maanden. Het is wel jammer dat het die kant op gaat; steeds wordt er weer een ander tijdelijk aangesteld. Dat is niet goed voor de continuiteit, dat begrijp je. Het kost tijd om steeds nieuwe mensen in te werken. Die tijd kun je dan niet meer aan de studenten besteden."

Is de analist een bedreigde soort?

Er zijn op de Dreijen wel discussies geweest over het vervangen van technisch personeel en docenten door aio's. Maar gelukkig gebeurt dat hier niet. En er is bij een aantal projecten nog wel ruimte voor deeltijd-analisten. Alleen niet meer voor vast."

Als je nu een aanstelling wilt hebben, moet je zelf je budget meebrengen. Ik weet nog goed dat professor Pilnik de eerste promovendus had die via derde-geldstroom-financiering is afgestudeerd. Dat geld kwam van Heinz, waar Pilnik contacten mee onderhield. Je had eens moeten horen hoe iedereen daarover tekeer ging. Het was schandelijk, de universiteit werd verkwanseld! Nu is het juist de omgekeerde wereld; een groot deel van het onderzoek loopt via de derde geldstroom."

Waarderen

Cozijnsen is van mening dat de LUW haar hoogleraren en docenten, die veel tijd stoppen in het binnenhalen van derde geldstroomprojecten, meer moet waarderen in de vorm van extra ondersteunend personeel. Hij is niet somber over de functie van analist op zijn vakgroep. Je hebt hier altijd technisch personeel nodig. Vakgroepen die een tekort aan technisch ondersteunend personeel hebben, komen regelmatig bij ons om hulp."

Tegenwoordig werkt Cozijnsen op het gebied van de gaschromatografie, waarmee voedingselementen worden geanalyseerd. Leuk werk, vindt hij. Je ontwikkelt steeds verfijndere technieken. Bijvoorbeeld voor het isoleren van aroma's uit gedroogde en verse levensmiddelen en het analyseren daarvan."

De pers had ooit veel belangstelling voor de zogenaamde smaakrobot. Die naam slaat nergens op!", verklaart Cozijnsen. Het is gewoon een stamper, die in een buis op en neer gaat. In die buis gaat gedroogde of verse groente met water of imitatie-speeksel en dat wordt geanalyseerd."

Moeten jullie erin spugen?

Hij lacht. Dat hebben we wel eens gedaan, maar het gaf geen verandering in de uitkomst van de analyse."

Van groenten komt het gesprek op vlees. De mad cow desease. Cozijnsen meent dat de publieke opinie alleen denkt aan de financiele consequenties; niemand denkt aan de dieren. Na Tsjernobyl moesten in Finland duizenden rendieren worden afgeslacht. Je hoorde er weinig over", zegt hij peinzend.

Om zijn gedachten te verzetten, bestuurt hij in de vrije tijd de Wageningse waterpolo-vereniging. Er is nog wel meer dan werk, heb ik de laatste tijd in de prive-sfeer ervaren", zegt hij en zijn vriendelijke gelaatsuitdrukking wordt nu ernstig. Ik begrijp het best als iemand eerder met het werk wil ophouden, voordat hij helemaal gestresst of overwerkt is. Al heb ik daar persoonlijk geen last van."

Waterpolo.... kan Cozijnsen heel goed zwemmen?

Nee hoor! Mijn kinderen hebben me erin gesleept. Niet in het water, maar in het bestuur! Ik kan helemaal niet goed zwemmen."

Re:ageer