Wetenschap - 2 oktober 1997

Jachtwet

Jachtwet

Jachtwet
De Tweede Kamer behandelt binnenkort de vervanging van de jachtwet. Van de 29 diersoorten die nu nog vrij te bejagen zijn, houdt de jager er zes over. Voor de jacht op bijvoorbeeld het wilde zwijn en de vos is voortaan een ontheffing nodig. Verandert nu het evenwicht tussen de diersoorten?
Ik kan me niet voorstellen dat er veel verandert. De jacht werkt niet in alle gevallen beperkend op populaties. Bovendien moet je ook afwachten hoe het straks met die vergunningen loopt. Dat hangt samen met de tolerantie van bijvoorbeeld de Nederlandse boer. Sommige diersoorten richten buiten de natuurgebieden schade aan in het cultuurlandschap. Dan is de vraag in hoeverre een boer schade van bijvoorbeeld wilde zwijnen zal tolereren. Daarvoor kan de jacht een oplossing zijn
Een ander aspect is de volksgezondheid. Grote beesten zijn soms een gevaar voor het verkeer. Automobilisten zullen niet graag 's avonds een wild zwijn voor de wagen hebben. In Zweden wordt de eland om die reden bejaagd. Op de Veluwe, en ook elders in Nederland, zijn geregeld aanrijdingen en af en toe een dodelijk ongeval. Dergelijke tolerantiekwesties buiten natuurgebieden zullen bepalen hoeveel vergunningen worden verleend
Door de jacht worden vooral de grote soorten schuwer; je krijgt ze moeilijk te zien. Het verschil met de Oostvaardersplassen, waar niet wordt gejaagd, is duidelijk. Daar kun je mooi de hertenbronst bekijken. Op de Veluwe kan dat niet. Daar blijven de dieren in de rustgebieden waar niet wordt gejaagd. Ze steken bij wijze van spreken 's avonds even hun kop naar buiten om wat te eten
Dat vermindert de dynamische ontwikkeling van die gebieden; het bos ontwikkelt zich in de rustgebieden anders dan elders. Op de Veluwe zijn gebieden waar boseigenaren een natuurlijke bosontwikkeling willen. Een hoog aantal grazende hoefdieren kan dat natuurbeheer doorkruisen. Dan zul je toch het aantal moeten reguleren
In een goed voedseljaar krijg je een enorme populatiegroei. Die stort door een strenge winter vanzelf weer in. Misschien verandert op de lange duur de natuurlijke selectie. De theorie is dat de natuur selecteert, maar waarop, dat is duister. Als de populatie instort door voedselgebrek, is er nauwelijks sprake van genetische selectie. De jonge en de oudere dieren sterven het eerst. En er zit ook een element van toeval in
Omdat we in Nederland geen grote roofdieren hebben, sterven in gebieden zonder jacht in strenge winters veel reeen van de honger. Jagers vinden dat onnatuurlijk. Dan hoor je weer de roep om de jacht, niet alleen bij jagers, maar ook bij andere mensen die dat zielig vinden

Re:ageer