Wetenschap - 13 juni 1996

Irrigatiestelsels

Irrigatiestelsels

In veel opzichten is de technische kennis van irrigatie-ingenieurs en boeren complementair. Door eisen van donoren, gebrekkige interculturele communicatie en wederzijdse onwil levert dat gegeven echter geen profijt op. De kwaliteit van irrigatiestelsels laat daardoor te wensen over en technische ontwerpen sluiten onvoldoende aan op dagelijkse boerenpraktijken. Dat brengt flinke kosten met zich mee, want het komt voor dat boeren uit protest bijvoorbeeld waterverdeelwerken vernielen en slecht onderhoud plegen, waardoor de stelsels in verval raken. Het ontwerpproces moet worden omgevormd tot een gezamenlijk leerproces, zodat ingenieurs en boeren komen tot een algemeen geaccepteerd ontwerp. Dit schrijft ir S. Scheer, die op 14 juni promoveert bij de vakgroepen Tropische cultuurtechniek en Voorlichtingskunde.

Scheer verrichte veldwerk in Senegal. Daar hebben de overheidsorganisatie Saed en buitenlandse donoren in de droge periode van begin jaren zeventig veel irrigatiestelsels aangelegd. Boeren slaagden er redelijk in deze geirrigeerde landbouw te combineren met bestaande dorpsstructuren en traditionele landbouwpraktijken. De schaal van de stelsels groeide echter gestaag en de ontwerpers richtten zich steeds sterker op de planners in plaats van de boeren. Daarmee groeide ook het gat tussen de abstracte wetenschappelijke kennis van de irrigatie-ingenieurs en de praktische kennis van de boeren. Om die kloof te dichten onderzocht Scheer communicatiemethodieken die juist een wederzijds leerproces stimuleren. Zo werkte hij met schaalmodellen van irrigatiestelsels die het inzicht in de werking van het stelsel vergrootten en een zinvolle dialoog bevorderden.

Re:ageer