Wetenschap - 28 september 1995

Invloed van bemesting op mycorriza

Invloed van bemesting op mycorriza

Gabi Stoffelen, vakgroep Ecologische landbouw

Levert dit nog iets op voor de praktijk?", vraagt hoogleraar prof. dr ir Eric Goewie hoopvol tijdens het colloquium van Gabi Stoffelen. Ze antwoordt kort en bondig. Nee, ik kan verder niets uit mijn onderzoek concluderen."

Stoffelen studeert Natuurwetenschappelijke milieukunde aan de Katholieke universiteit Nijmegen en is speciaal naar Wageningen gekomen om iets met ecologische landbouw te doen. Bij de vakgroep kon ze aan het promotie-onderzoek van Dorien Dekkers deelnemen en dat greep ze met beide handen aan. Omdat ik niet zo ingevoerd was in de ecologische landbouw, leek het me praktisch om deel te nemen aan een bestaand onderzoek. Ik was nog niet zo ver om zelf met een onderzoeksthema te komen."

Ze startte een veldonderzoek naar mycorrhiza. De vraag was in welke mate deze schimmel, die op de wortels van een aantal gewassen leeft, de beschikbaarheid van fosfaten voor de plant Luzerne stimuleert. Ze kreeg een aantal proefvelden in de Flevopolder en verspreidde daar verschillende soorten mest: van kippen, koeien en de fabriek (kunstmest).

Daarna mat ze de fosfaatopname door de Luzerne, de infectiegraad van de schimmel en nog een aantal andere belangrijke parameters. De resultaten waren teleurstellend. In feite kon ze geen enkel verschil in fosfaatopname vinden bij de diverse mestsoorten. Stoffelen bleef er tijdens het colloquium koel onder. Aan alles komt een einde; op een gegeven moment is er geen tijd meer voor verder onderzoek. Verder nog vragen?"

In het begin vond ze het wel vervelend dat dit de uitkomsten van haar onderzoek waren, vertelt ze later. Maar als je maar een beperkte tijd hebt, kan je dat niet veranderen. Dan is het ook wel prettig dat het een deel is van een groter onderzoek. Je weet dat het niet voor niets is, want mijn begeleider kan weer met deze resultaten verder. Uit de laboratorium-experimenten blijken nu overigens wel interessante resultaten te komen." Voor haarzelf was het ook een leerzame tijd. Als je een tijdje met een vakgroep meeloopt, leer je een hoop, vooral in de koffiepauzes."

Het onderzoek kostte haar een jaar. Eigenlijk een half jaar, want twee tot drie dagen per week werkte ze op de biologische boerderij Van Oostwaard in Duiven. Ik kan niet leven van 470 gulden per maand en een lening heb ik niet aangevraagd." Maar ze vond het ook wel prettig. Het saaie laboratoriumwerk - worteltjes tellen, schimmelsporen zeven - werd afgewisseld met de praktijk van ecologische landbouw. En daar is ze juist in geinteresseerd.

Haar volgende afstudeervak - in Nijmegen noemen ze dat stage - gaat ze voor de biologisch-dynamische vereniging doen. Die heeft haar gevraagd een oplossing te zoeken voor het mestprobleem. De bd-boeren hebben juist een tekort aan mest, omdat ze alleen mest accepteren van geestverwanten. Of ze uiteindelijk, na haar afstuderen, in het onderzoek zal rollen, is voor haar nog de vraag. Het liefst sta ik zo dicht mogelijk bij de praktijk. Misschien ga ik wel schoffelen, wie weet. In ieder geval kan ik zo komen op het biologisch bedrijf waar ik nu werk."

Re:ageer