Wetenschap - 28 maart 1996

Internet drukt student in sociaal isolement

Internet drukt student in sociaal isolement

Lustrumsymposium over digitaal onderwijs

Wie geen Internet-aansluiting heeft, lijkt al bijna niet meer mee te tellen. Er bestaat echter veel onduidelijkheid over de sociale implicaties van de stormachtige groei van het Internet-gebruik. Is de student van de toekomst een sociaal gehandicapte zielepoot die zijn hele leven vanachter het beeldscherm regelt? Die vraag stond vorige week centraal tijdens het lustrumsymposium Internet, verstrikt in het netwerk? van de studentenvereniging St. Franciscus Xaverius.


Op het projectiescherm in het zaaltje aan de Stadsbrink valt de dreigende tekst fatal error 500 te lezen. Een overblijfsel van een Internet-demonstratie eerder op de dag. Een demonstratie die niet echt noodzakelijk lijkt, want 's middags blijkt dat het merendeel van de lustrum-bezoekers al lang en breed met Internet heeft kennisgemaakt.

In 1983 maakten wereldwijd nog geen vijftigduizend mensen gebruik van Internet. In 1992 was dat aantal al gestegen tot tien miljoen en sindsdien heeft de groei zich gestaag voortgezet. De Europese Unie en de Verenigde Staten hebben de digitale snelweg verheven tot drager van sociale en economische vooruitgang. Werkgelegenheid is daarbij het sleutelwoord. Ook de LUW investeert jaarlijks zo'n 1,4 miljoen gulden in elektronische infrastructurele voorzieningen.

Hoewel de LUW lange tijd een koppositie innam op de elektronische snelweg, is van massale aansluiting van studenten nog geen sprake. Het aantal studenten dat thuis een kabelverbinding met Internet heeft, lijkt enigszins achter te blijven bij de verwachtingen. De LUW wil in de loop van dit jaar alle studentenflats van een vaste kabelverbinding voorzien. Momenteel is dat alleen weggelegd voor studenten die op de Haarweg of de Marijkeweg wonen.

Gastspreker drs P. van den Besselaar, werkzaam aan de vakgroep Sociaal-wetenschappelijke informatica van de Universiteit van Amsterdam, voorziet grote sociale gevolgen bij de aanleg van de digitale infrastructuur en trekt een vergelijking met de infrastructuur die voor het wegverkeer is ontstaan. Infrastructuren over de hele wereld zijn dermate aan het gebruik van de auto aangepast, dat je al haast niet meer aan de aanschaf ervan kunt ontsnappen. Dat heeft geleid tot een uniform landschap van suburbane omgevingen rond de stadscentra. Mensen hadden een auto, waardoor de noodzaak om in de stad te wonen verdween."

Volgens Van den Besselaar zal het de digitale infrastructuur hetzelfde vergaan. Wanneer de LUW deze infrastructuur gebruikt voor onderwijs op afstand en de studenten massaal op Internet aansluit, vervalt de noodzaak om dagelijks op de universiteit te zijn, of zelfs in Wageningen te wonen. Moderne telematica kan leiden tot een verdere homogenisering van de ruimte, tot het verdwijnen van steden als concentratie van mensen en middelen en als broedplaats van culturele, economische en wetenschappelijke vooruitgang. Dit lijkt ecologisch en sociaal ongewenst, aldus Van den Besselaar.

Studieklimaat

Deze sociale ongewenstheid staat op gespannen voet met de miljarden die momenteel in de aanleg en uitbreiding van netwerken worden geinvesteerd. De Europese Unie spreekt over 150 miljard ecu tot het jaar 2000. Die investeringen zullen het gebruik van de infrastructuur afdwingen, meent Van den Besselaar.

Het beeld van de Wageningse docent die zijn studenten voor een belangrijk deel via het netwerk toespreekt lijkt nog ver weg, maar het risico bestaat dat de generatie die over een jaar of tien in de banken van de LUW plaatsneemt de mogelijkheid van tele-onderwijs zal opeisen. Zal tele-onderwijs leiden tot een aantasting van het studieklimaat?

R. Kistemaker van de afdeling Informatisering en datacommunicatie ziet in beginsel geen bezwaar tegen onderwijs op afstand. Hier op de universiteit bestaat een college vaak uit het voorlezen van een tekst door een docent voor een volle collegezaal. Ik zie geen verschil met het lezen van zo'n tekst op een beeldscherm. De interactiviteit in een volle collegezaal laat vaak ook te wensen over."

Toch moet de LUW ernstig rekening houden met het vormende karakter van het universitaire klimaat, meent dagvoorzitter A.F. van der Wal, hoogleraar Nematologie. Met name de eerste twee jaren aan een universiteit zijn belangrijk voor de vorming van studenten. Op die groep studenten moet je dus niet mikken. Hoewel het practicum zich altijd op het lab zal blijven afspelen, kan veel voorbereidend werk wel op afstand worden gedaan. Zeker als de bandbreedte van het netwerk toeneemt, zodat volledig geillustreerde stukken met een druk op de knop zijn binnen te halen."

De deelnemers aan de forumdiscussie zijn het er goeddeels over eens dat het creeren van de geschetste mogelijkheden tijd en investeringen kost. Bovendien, zo wordt opgemerkt, moet de universiteit er rekening mee houden dat veel docenten zich nog niet of nauwelijks met deze vraagstukken bezighouden. Zonder docenten is er ook geen tele-onderwijs; zij zullen gestimuleerd moeten worden. Het aansluiten van studenten op Internet kan zo'n stimulans zijn.

Interactie

Hoewel met name zelfstudiepakketten zich lenen voor onderwijs op afstand, ontbreekt het ware gevoel, meent een van de aanwezige studenten, die deelneemt aan een programmeercursus die bij wijze van proef op afstand kan worden gevolgd. Het is handig dat je zelf plaats en tijd van de studie-activiteiten kunt bepalen, maar de interactie met de docent laat te wensen over. Het gevaar bestaat dat tele-onderwijs de vorm aanneemt van een Open Universiteit.

Kunnen studenten zich bovendien de voor tele-onderwijs benodigde pc wel veroorloven? Als de universiteit kiest voor het aanbieden van onderwijs op afstand, moeten studenten wel over de benodigde middelen kunnen beschikken", meent Kistemaker. Hij vermoedt dat de pc voor de student financieel haalbaar is, omdat die bijvoorbeeld geen boeken meer hoeft aan te schaffen. Die kan de LUW immers via het net beschikbaar stellen.

Hoe dan ook, het sociaal isolement ligt bij tele-onderwijs op de loer. Volgens Van der Wal zal het belang van studentenverenigingen dan ook toenemen. Als de aanwezigheid van studenten op de universiteit wordt beperkt tot twee dagen per week, zijn studentenverenigingen voor het opdoen van sociale contacten van cruciaal belang." Dr. ir C. Leeuwis van de vakgroep Voorlichtingskunde is het daar niet mee eens en vraagt zich af of straks een LUW-student nog wel in Wageningen komt wonen. Die studenten kunnen ook naar de lokale tennisclub. Het belang van studentenverenigingen zal dus afnemen."

Re:ageer