Wetenschap - 16 februari 1995

Institutionele ontwikkeling als exportprodukt

Institutionele ontwikkeling als exportprodukt

Nederlanders blijven behoefte universiteiten Derde Wereld bepalen

De samenwerking tussen de Landbouwuniversiteit en haar tropische tegenhangers ondergaat een verrassende gedaantewisseling. Naast vakgroepen betreden nu ook institutionele ontwikkelaars het toneel. Officieel, zo wil het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, moeten de universiteiten in het Zuiden zelf hun behoefte aan hulp bepalen. De praktijk blijkt echter nog steeds anders.


Het Leerstoelenplan en Masterplan zorgen voor flinke beroering aan de Landbouwuniversiteit. Prioriteiten stellen in tijden van krimp, betekent snijden in eigen vlees en dat stuit op fikse weerstanden. Een zorgvuldige strategische planning is daarom onontbeerlijk. De LU is daarin ondertussen zo bedreven, dat ze deze expertise ook elders kan inzetten. Althans, zo oordeelt de een jaar oude werkgroep Institutionele ontwikkeling, bestaande uit bureau- en vakgroepmedewerkers. De organisatie-denktank baseert zich hierbij mede op door de LU uitgevoerde onderwijs-visitaties in Uppsala en Praag en de universitaire ondersteuning in Botswana en Benin.

De nieuwe exportmarkt voor planners tekende zich al in 1993 af. Toen startte Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs, haar nieuwe MHO-programma. Dit Medefinancieringsprogramma hoger onderwijs vervangt geleidelijk aan talrijke versnipperde samenwerkingsverbanden en concentreert het jaarlijkse hulpbedrag van 35 miljoen gulden op tien universiteiten. Daar de ervaringen ook leerden dat directe samenwerking tussen vakgroepen hier en in de tropen kon leiden tot een ongewenste scheefgroei bij de tropen-universiteiten, moest het nieuwe programma voortaan bijdragen aan de Institution building. Een nogal vage term, die door de werkgroepleden drs P. Deneer van Onderzoeks- en onderwijsbeleid en prof. dr J.C. van Dalen van Bedrijfskunde prompt wordt omgedoopt in het zo mogelijk nog mistiger Institutionele ontwikkeling. Anders denkt men dat we gebouwen neerzetten", luidt de verklaring.

Beiden bezochten in november 1994 de universiteit van Can Tho in Vietnam, een van de tien MHO-instellingen. Boven aan haar verlanglijst van twintig miljoen gulden voor de komende vier jaar stond het Institution building-project, goed voor zo'n drie miljoen gulden, waarbij assistentie van de LU werd gevraagd. Een buitenkansje voor de werkgroep en in Van Dalens werkkamer volgt al snel een enthousiaste schets van het toekomstige werkterrein.

Draagvlak

Can Tho is gelegen in de vruchtbare Mekong Delta, een gebied bijna zo groot als Nederland. De delta herbergt een groot ontwikkelingspotentieel en mede daarom wil de regering in Hanoi dat de universiteit in het jaar 2010 voor twintigduizend studenten onderwijs verzorgt, tegen vijfduizend nu. Bovendien behoeft Can Tho verbetering van het curriculum - wegens het communistische verleden wordt bijvoorbeeld geen recht of sociologie gedoceerd - en de bibliotheek, want het gros van de boeken is Russisch. Tenslotte moet het aantal faculteiten omlaag gebracht.

Een immense operatie, vertelt Van Dalen, maar gelukkig is de administratieve infrastructuur al geautomatiseerd, wat de uitvoering vergemakkelijkt. Ook weet rector Duong precies wat hij wil en is daarmee een enorme steun in de rug. Maar helaas, vervolgt Deneer, is zijn materiaal vooral kwantitatief. Hij weet nu al hoeveel studenten later een bepaalde studie zullen volgen - daarvoor heeft Hanoi prima tabellen - maar weet niet hoe hij alle veranderingen moet effectueren. En aangezien Duong evenmin kan terugvallen op zijn ambtenaren - die zijn vooral getraind in het uitvoeren van regeltjes en niet gewend om beleid te maken - heeft hij juist hiervoor Wageningse assistentie ingeroepen.

De eerste stap, vervolgt Deneer, is een zelfanalyse. Zo zal Can Tho zich in een workshop in maart in Wageningen bezinnen op de kwaliteit van haar onderwijs en deze toetsen aan de veranderende behoeftes in eigen land. Een must om internationaal mee te tellen en inmiddels bekend bij de LU via visitatiecommissies en vakkenevaluaties, maar voor Can Tho volslagen nieuw.

Verder, vertelt Van Dalen, moet een speciale taskforce, een groep medewerkers en docenten, het draagvlak voor de operatie in de faculteiten vergroten. Moeilijk, want het gros van het docentenkorps heeft een B.Sc.-graad, zodat je nauwelijks een zware commissie kunt vormen. Bovendien riekt deze stap naar decentralisatie, terwijl rector Duong nu nog stevig aan de touwtjes trekt. Niettemin erkent Duong het belang van de taskforce en accepteert daarom deze Wageningse inmenging.

Onvoorspelbaar

Dit alles, benadrukken zowel Van Dalen als Deneer, zijn slechts eerste stappen in een uiterst onvoorspelbaar proces. Daarom kende het onlangs geformuleerde projectvoorstel dan ook alleen voor het eerste jaar een gedetailleerde activiteitenkalender met bijbehorende begroting, die onder andere voorzag in een training van vier Vietnamese bureaumedewerkers in Wageningen. De resterende drie jaren waren aanzienlijk vager ingevuld. Dat is eigen aan institutionele ontwikkeling, vindt Deneer, maar Nuffic - initiator van de Institution building - eiste nadere opheldering en stuurde een enorme lijst met vragen. Die moeten we snel beantwoorden", vertelt Deneer, anders lopen we weer enkele maanden vertraging op. Ik heb nooit met ontwikkelingssamenwerking te maken gehad, maar de schellen vallen van mijn ogen." De beide planners stellen vooral vraagtekens bij de door Nuffic gevraagde details. Die hebben ze gewoon nog niet.

Bureau buitenland medewerkster ir I. Jungeling is goed te spreken over Nuffic. Ze werken snel, meent ze, zeker vergeleken met het ministerie van Ontwikkelingsamenwerking. Feit is alleen dat alle stappen in de voorbereiding tezamen toch veel tijd kosten.

Daarmee lopen de kosten echter ook op, want alle voorbereidingen komen geheel voor eigen rekening; zo'n dertigduizend gulden, schat Van Dalen, zonder verborgen kosten als de hulp van de secretaresse. Een fikse investering die Deneer tenslotte rechtvaardigt met het vooruitzicht dat Can Tho een unieke locatie is voor een aan de weg timmerende institutionele ontwikkelaar en allerlei perspectieven biedt voor universitaire samenwerking.

Mozambique

De procedure duurt langer dan verwacht", erkent Nuffic-medewerker drs A. van der Zande. Dat komt omdat we eerst zo zorgvuldig werkten bij de selectie van de tien instellingen en daarna uitgingen van hun vragen. Maar enkele instellingen stuurden pas vrij lang na hun uitverkiezing hun indicatieve plan op." En ook de laatste voorbereidingsfase, het indienen van projectvoorstellen die zijn afgestemd op het tropische verlanglijstje, verloopt traag, weet de medewerker. Menig voorstel, waaronder het Wageningse, is onvolledig en wordt prompt teruggestuurd. Maar, vertelt hij, we gaan inmiddels akkoord met het idee van een proefjaar voor Can Tho, mits dan duidelijk wordt wat er vervolgens zal gebeuren.

Minder vertraging ondervond de vakgroep Tropische cultuurtechniek in haar samenwerking met de landbouwfaculteit van de Eduardo Mondlane Universiteit van Mozambique. Hiermee werkt ze al ruim tien jaar samen. De lopende programma's werden sneller verwerkt tot projectvoorstellen binnen het nieuwe MHO-programma. Opmerkelijk genoeg signaleert coordinator ir G.H. van Vuren dat het project inmiddels kampt met een onderbesteding van zo'n twintig procent. Het geld blijft in kas omdat bijvoorbeeld missies worden afgelast wegens een slechte voorbereiding aan de ontvangende kant, of omdat er onvoldoende kandidaten zijn voor een M.Sc.-opleiding in Nederland.

Ook dit programma heeft ondertussen een Institution building component, het valt immers onder de Nuffic-criteria. De EMU financiert, volgens Van Vuren, hiermee niet een alomvattend Strategisch Plan, maar vooral - net als voor de invoering van het MHO-programma - de goed te kwantificeren scholing van het eigen docentenkorps. Daardoor, luidt de redenering, kunnen we toe met minder buitenlandse docenten en kunnen we uiteindelijk op eigen benen staan. Volgens Nuffic-medewerker Van der Zande wordt het institutie-geld ook ingezet voor zaken als de automatisering van de bibliotheek en de studentenregistratie. Op Van Vuren maakt dit echter weinig indruk. Bij ontstentenis van een duidelijke projectstructuur op universiteitsniveau, is een krachtig institutioneel beleid - hoe zinvol ook - moeilijk te verwezenlijken, meent hij.

De coordinator schrijft deze omissie toe aan het verleden. Voorheen werkten afzonderlijke Nederlandse universiteiten direct samen met een faculteit of vakgroep van de EMU en niet met het rectoraat of de administratie. En ondanks de komst van het MHO-programma met zijn Institution building, grijpen Nederlandse instellingen logischerwijs terug op hun vertrouwde relaties. Zo heeft de Technische universiteit Delft een manager geposteerd binnen de Technische faculteit van de EMU. Van Vuren heeft zo zijn twijfels over deze aanpak. Juist als je binnen een faculteit werkt, meent de irrigatiedeskundige, moet je het betreffende vakgebied goed kennen. Als je daar slimme dingen over zegt, worden je organisatie-adviezen sneller overgenomen. Zo werkt het nu eenmaal in het leven."

Geldtoevoer

En het kunnen hele simpele suggesties zijn, vervolgt Van Vuren, als aandringen op regelmatige vergaderingen, een goede agenda, duidelijke notulen en heldere afspraken. Ietsje meer structuur en je lost een heleboel problemen op, meent hij. En daarvoor heb je natuurlijk geen manager of institutioneel programma nodig. Dat doe je als methodisch geschoolde wetenschapper automatisch en tussen de bedrijven door.

Maar de manager moet ook voor de hele universiteit duidelijke regels formuleren voor de verdeling van bijverdiensten verkregen uit consultancies. Broodnodig, meent Van Vuren, want sinds Renamo en Frelimo de vrede tekenden, stromen de ontwikkelingsorganisaties Mozambique binnen. Elke club wil een goed projectdocument schrijven en huurt daarvoor een docent in. Dezen happen graag toe, want hun salaris is laag en buitenlanders betalen soms grof geld. Om nu te voorkomen dat de universiteit wordt ondermijnd, probeert de manager duidelijk afspraken te maken. Maar is daar nu een buitenlander voor nodig? Dat kunnen ze toch zelf wel? Jawel, vertelt Van Vuren, maar hier speelt ook iets anders mee. Nuffic is de grootste donor. Nuffic heeft macht, geldbuidelmacht. Er is zelfs een soort bureau buitenland speciaal voor Nederlanders." En door nu een Nederlander de regels op te laten stellen, vertelt Van Vuren, dwing je makkelijker naleving af. Je kunt immers als rector zeggen dat anders de ge
ldtoevoer stokt.

En zo wordt de Institution Building keurig ingekleurd. Maar het theoretisch model van Nuffic behoeft blijkbaar wel wat aanpassing. Officieel is het programma vraagbepaald, de behoeftes van de tropeninstelling staan voorop om de ongewenste scheefgroei, die voortkwam uit Nederlandse dominantie, te stoppen. Maar nieuwe instititionele experts hebben zo hun eigen belangen en bovendien blijkt de verguisde witte geldbuidelmacht een prima instrument voor het tropengewin. Je blijft schipperen als donor.

Re:ageer