Wetenschap - 12 juni 1997

Inrichtingsvraagstukken natuur

Inrichtingsvraagstukken natuur

Inrichtingsvraagstukken natuur
Het Vak
  • K100-227
  • Eerste trimester 1996-1997
  • Aantal respondenten: negentien
  • Attentiewaarden overschreden voor onderwijsopzet, gekozen werkvormen, didactische verzorging en de hoeveelheid stof per college. Aandachtspunten: oefenmogelijkheden en algemene waardering
  • Docent: dr ir Cliff Jurgens
    Het vak Inrichtingsvraagstukken natuur is dit jaar voor het laatst gegeven. Het werd vooral gevolgd door studenten Landinrichtingswetenschappen. Het vak werd de afgelopen jaren vaak negatief beoordeeld in de Muggen-enquete. Volgend jaar wordt een deel van de stof verzorgd in het nieuwe vak Inrichtingsvoorwaarden voor verschillende vormen van landgebruik
    Een kwart van de studenten vindt het vak slecht en snapt er geen jota van, de helft is positief noch negatief en een kwart vindt het vak echt tof, zegt docent dr ir Cliff Jurgens. Ik laat studenten in de eerste colleges zien dat de natuur is te verdelen in een biotische en een abiotische sfeer. Met de biotische sfeer bedoel ik de planten en dieren, de abiotische sfeer bestaat uit bodem, water en lucht.
    Die twee sferen worden beinvloed door de antropogene sfeer, de mens. Elk van de sferen kent zijn eigen wetmatigheden. In de vervolgcolleges laat ik zien wat je met dit model kan. Als mensen bijvoorbeeld een weg aanleggen, veranderen de abiotische omstandigheden. Dat zal invloed hebben op de biotische sfeer, de verspreiding van planten en dieren zal veranderen.
    In latere colleges laat ik zien hoe het gesteld is met de natuur in Nederland en welk beleid de overheid voert op landelijk, provinciaal en plaatselijk niveau. Ik denk dat de studenten die het vak negatief beoordelen, vooral problemen hebben met de filosofische benadering van het begrip natuur. Toch denk ik dat dat nodig is. Je moet eerst helder voor ogen hebben wat natuur precies is voordat je over inrichtingsvraagstukken gaat denken. Studenten zijn vaak ook te laks, ze lezen de literatuur voor de colleges erg slecht. Ik heb me er bij neergelegd dat ik het college gaf voor de gemotiveerde studenten. Die waren er namelijk ook; regelmatig kwamen studenten na een college zeggen dat ze veel hadden geleerd.
    De vakken in deze rubriek zijn geevalueerd door studenten middels de zogenaamde Muggen-enquete. Studenten kunnen daarin hun oordeel geven over vijftien punten betreffende het vak. Indien meer dan 45 procent van de studenten een punt negatief beoordeelt, is de attentiewaarde overschreden. Indien tussen de 40 en 45 procent van de studenten een punt negatief beoordeelt, is het een aandachtspunt. De meest betrokken roc is verplicht bij twee of meer overschreden attentiewaarden een gesprek te hebben met de docent

  • Re:ageer