Wetenschap - 21 december 1995

Informeel circuit maakt LUW-bestuur ondoorzichtig

Informeel circuit maakt LUW-bestuur ondoorzichtig

Het topbestuur van de LUW is druk doende om taken over te dragen aan academie-managers, zodat zij inhoudelijke keuzes kunnen maken in onderwijs en onderzoek. De verantwoordelijkheid van de nieuwe managers is nog mistig en dat tast de legitimiteit van het bestuur aan. Dat beweert Albert Sikkema in zijn analyse van het informeel geregel en geklaag dat het LUW-veranderingsproces in de weg staat.


Ze zijn van alle tijden, maar afgelopen jaar doken ze nadrukkelijk op tijdens de introductie van het administratiesysteem Millennium: de informele informanten. Milly bevatte kinderziektes en de gebruikers kankerden op de ontbrekende financiele overzichten en de onduidelijke systematiek. Sommigen deden in WUB-artikelen off the record hun zegje; zij wilden het niet gezegd hebben.

Ook de universiteitsraad kreeg de kritiek ingefluisterd, maar de verantwoordelijke stuurgroep wuifde de problemen telkens weg: alles zou spoedig goed komen. De procesgang op dit hogere niveau speelde zich af achter gesloten deuren, tussen de professionals in de beheersorganisatie. Ook hier veel informele informanten; slechts weinigen wisten hoe slecht Milly ervoor stond toen zij begin 1995 de lucht in ging.

In het najaar ontstaat er consternatie bij de planologen van de LUW. Het afscheidsfeestje van hoogleraar F. Kleefmann is in voorbereiding, de vakgroep Ruimtelijke planvorming moet een hoogleraar inleveren en er zijn (informele) krachten bezig om de cultuurtechnicus Van Lier tot planologie-prof te bombarderen. De planologen schrijven een brief aan het college, waarin tussen de regels hun zorgen doorklinken. Ze beklagen zich tegenover een WUB-journalist - off the record natuurlijk, want er is een bezuiniging op komst en dan is het zaak voorzichtig te opereren.

In dezelfde periode staat het Centrum voor milieu- en klimaatstudies ter discussie. Eerst is er een beoordeling van het clusterbestuur, daarna een notitie van het college van decanen. Vertrouwelijke stukken; er zijn krachten die het centrum willen opheffen. Na een gesprek tussen directeur Hordijk en rector Karssen is de opheffing weer van de baan. Het personeel van het milieucentrum kan opgelucht ademhalen.

Millennium, de planologie-hoogleraar en het Centrum voor milieu- en klimaatstudies stonden de laatste maanden regelmatig op de agenda van het college. In de laatste twee gevallen zijn er personen in het geding en dan is zoiets vertrouwelijk.

Formateur

Die vertrouwelijkheid geldt ook voor de invulling van het nieuwste bestuurlijke snufje van de LUW, de onderwijsinstituten. De indeling daarvan is rond, maar wat moeten de instituten nu precies doen in relatie tot de richtingsonderwijscommissies? Dat moet nog uitkristalliseren, meldt rector Karssen, die inmiddels informele gesprekken voert met mogelijke kandidaten voor de directeursfunctie.

Vco-voorzitter Speelman is bezig met een rondje langs de roc's, want zij moeten nu herprogrammeren zonder instituut of financieel kader. Speelman treedt op als formateur: hij praat de studierichtingen informeel bij, geeft een schatting van hun speelruimte en vraagt de roc's om een slecht-weerscenario, om de komende bezuinigingen te kunnen opvangen.

Alleen de direct betrokkenen weten dat Speelman op dit moment de belangrijkste onderwijs-speler aan de LUW is. Dat is frappant, aangezien het college van bestuur en de universiteitsraad zich tijdens de algemene beschouwingen zorgen maakten over de communicatie met de werkvloer. Dat leidde tot een brief van het college aan het personeel: de tijden zijn zorgelijk, de problemen nog niet opgelost, maar kop op, we maken vorderingen. Een zeer algemene brief, nadat raad en college zich in zeer algemene bewoordingen zorgen hadden gemaakt over defaitisme in de organisatie. Een defaitisme zonder afzender - vooruit, de werkvloer dan maar, want daar komen de bezuinigingen aan. Blijkbaar kunnen college en raad hun beleid niet meer via de gangbare bestuurlijke kanalen legitimeren. Dat is een verontrustende gedachte, want de oorzaken van de vermeende onvrede zijn zo divers dat er niet een geruststellend of oppeppend betoog valt te verzinnen dat aan alle klachten tegemoet komt
. Het personeel is verdeeld: de een wil dit, de ander dat. Dat is een normale zaak in een organisatie en de reden bij uitstek waarom er besturen zijn.

De LUW herbergt veel besturen en adviesclubs en de bestuursorganisatie wordt voortdurend aangepast. Maar toch zijn de besturen niet berekend op hun taak; daarom moeten al die informele informanten eraan te pas komen. De gemakkelijkste conclusie is dan: er zijn teveel besturen. Hoe meer besturen onderling moeten afstemmen en coordineren, des te minder kan een individueel bestuur beleid maken en is het aanspreekbaar op resultaat. Veel horizontale afstemming leidt daarom tot een gebrek aan verantwoording, in de betekenis van het Engelse accountability.

Duidelijkheid en verantwoordelijkheid zijn zeker van belang voor de werkvloer. De timmerlui, concierges, secretaresses en analisten zijn sterk afhankelijk van het functioneren en het succes van hun bazen. Ook de academisch geschoolde werkvloer heeft behoefte aan duidelijkheid over het vakgebied. Heeft het vak toekomst en is er plaats voor mij?

Monopolie

Het LUW-bestuur kan echter die duidelijkheid niet verstrekken. Had het bestuurscentrum vroeger het monopolie op geld en aanstellingen, tegenwoordig opereert de universiteit op een markt van onderwijs en onderzoek, met meer invloeden van buiten. De beoordeling van de onderwijs- en onderzoeksinhoud is dus van toenemend belang voor de academische werkvloer: een positieve beoordeling geeft niet alleen erkenning maar ook zicht op toekomstige werkgelegenheid. Nu meer, vooral externe, partijen de voorwaarden voor wetenschapsbeoefening bepalen, is de historisch gegroeide interne overlegcultuur niet meer toereikend. Voor goed beleid is niet alleen intern draagvlak nodig, maar ook grondige kennis van de kansen en bedreigingen van de wetenschapsgebieden. Daarvoor ontbreekt op het bestuurscentrum het inzicht.

Het college van bestuur heeft deze omissie inmiddels ingezien en een proces van decentralisatie in gang gezet. Dat proces ziet er op dit moment misschien chaotisch uit - tot wie moet het personeel in bezuinigingsnood zich wenden? - maar heeft wel degelijk een einddoel. Als alles goed gaat, gaan academie-managers straks de richting van de Landbouwuniversiteit bepalen.

Bij academie-managers (een term van professor Fresco) moeten we denken aan de directeuren van onderzoeksinstituten, zoals Rabbinge, Van 't Riet en Jacobsen. Ze besturen vanuit hun inhoudelijke expertise een deel van het LUW-onderzoek en beschikken doorgaans over genoeg gezag bij de deelnemende onderzoekers om samenhang en kwaliteit in het onderzoek af te dwingen. Daarbij worden ze scherp gehouden door externe beoordelaars, die met erkenningscertificaten en geldbuidels zwaaien. Het bestuurscentrum toetst de onderzoeksprogramma's op hoofdlijnen en deelt budgetten uit.

Gezag

Dergelijke academie-managers moeten nu ook worden benoemd bij de onderwijsinstituten. Gezocht worden vier onderwijsdirecteuren, die kennis hebben van de studierichtingen van de instituten, die gezag hebben als onderwijzer en die in staat zijn de samenhang en kwaliteit van de programma's te versterken. Als externe beoordelaars kennen we reeds de visitatiecommissies van de vereniging van universiteiten, VSNU. Het bestuurscentrum stelt enkele algemene onderwijskaders vast en keert de budgetten uit.

De grote winst van deze onderwijs- en onderzoeksinstituten is dat mensen met inhoudelijke kennis van zaken het geld mogen verdelen. Niet de zakjapanners op het bestuurscentrum, maar onderwijsdecanen treden de vakgroepen tegemoet. Zij weten dat een propaedeuse-college voor tweehonderd studenten geen anderhalve formatieplaats aan voorbereiding en examinering kost - dat vak staat veel te duur in de boeken. Ze kunnen ook bepalen of vakken goedkoper gegeven kunnen worden, bijvoorbeeld door de zelfstudie uit te breiden, of dat het aantal vakken moet afnemen. Met andere woorden: het inhoudelijk beleid kan gaan zegevieren over het verdeelmodel van het beheer.

Het aardige van deze academie-managers is bovendien dat ze persoonlijk aansprakelijk zijn voor het onderwijs in hun instituut. Ze zijn, samen met hun bestuursleden, verantwoordelijk voor de verdeling van het geld. Slecht functionerende besturen, die er niet in slagen de onderwijskwaliteit ondanks bezuinigingen op peil te houden, kunnen worden vervangen. Datzelfde geldt nu al voor de directeuren en bestuursleden van onderzoeksinstituten.

Kattebelletje

Deze lofzang op de instituten, met bijbehorend profiel van hun directeuren, kan zo in een ronkende advertentie worden vertaald. Maar wat blijkt nu: er komen helemaal geen advertenties! Degenen die zich geschikt achten als academie-manager moeten de rector een kattebelletje sturen, blijkt bij navraag. En zo duiken de informele informanten weer op.

Ook de benoeming van de directeuren der onderzoeksinstituten verliep niet via een open procedure waarop iedereen kon inschrijven. En de benoeming van de sectordirecteuren al evenmin; ze werden aangewezen. Zo'n informele werving kan tot irritatie leiden, zo moest het college ervaren na de benoeming van Schelbergen tot adjunct-secretaris.

In hun drang om een heldere bestuursopzet met duidelijke verantwoordelijkheden te creeren, grijpen de leden van het college dus naar opsporingsmethodes die de procedure noch de verantwoordelijkheden duidelijk maken. Die aanpak bergt een groot gevaar in zich - stel nu dat de nieuwe academie-managers zich ook zo gaan gedragen. Stel dat de directeuren van de betrokken instituten straks zeggen: we hebben na ampel overleg besloten om Jan Splinter te benoemen tot hoogleraar Duurzaamheid. De boze tongen die bevreesd zijn voor een regenten-cultuur aan de LUW, krijgen zo de wind mee.

Het alternatief is dat college en raad de werkvloer een kijkje gunnen in de keuken van hun beleid. Niet de nota is van belang, maar de praktische keuzes en uitvoering.

Stel bijvoorbeeld vast wie de projectmanager Millennium, Bedrijfs-interne milieuzorg of Onderwijsinstituten is, geef hem of haar de verantwoordelijkheid en tijd, stel de doelstelling vast en evalueer publiekelijk. Stel vast wie de leerstoelen in de milieu- en ruimtelijke wetenschappen moet evalueren, openbaar die evaluaties en trek je conclusies. Breng de krachten die iets willen en de coordinatie-overlegjes voor het voetlicht. Dan kunnen de informele informanten het hebben over het weer, het klimaat of de LUW-kerstwijn. Tikkeltje droog dit jaar, wah.

Re:ageer